In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle op 9 september 2025 een last onder bestuursdwang opgelegd aan [eiser] B.V. om een tijdelijk paviljoen en uitbreidingen voor 1 december 2025 te verwijderen. [eiser] betwist de opgelegde datum en verzoekt om verlenging van de begunstigingstermijn, zodat zij in afwachting van een nieuw gebouw gebruik kan blijven maken van het paviljoen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, oordelend dat het college bij het bepalen van de termijn geen rekening hoefde te houden met de bedrijfseconomische belangen van [eiser]. De voorzieningenrechter concludeert dat de termijn van drie maanden voor het voldoen aan de last niet onredelijk is en dat er geen concreet zicht op legalisatie is. De voorzieningenrechter benadrukt dat de belangen van het college bij handhaving zwaarder wegen dan die van [eiser] bij het verlengen van de termijn. De uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, voorzieningenrechter, en is openbaar uitgesproken op 27 november 2025.