ECLI:NL:RBOVE:2025:6850

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
ZWO_25_2673
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet

Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Enschede bezwaar gemaakt tegen twee besluiten waarbij haar bijstandsuitkering respectievelijk met 20% en 40% werd verlaagd voor de duur van drie maanden. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen deze maatregelen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en schorste het onderzoek om partijen de gelegenheid te geven tot een oplossing te komen. Het college heeft vervolgens medegedeeld dat alle in 2025 opgelegde maatregelen, inclusief eerdere maatregelen uit 2023 en na bezwaar opgelegde maatregelen, worden teruggedraaid. Tevens is een voorschot van € 1.000,- als noodzakelijk leefgeld uitbetaald.

Verzoekster heeft niet gereageerd op het verzoek van de voorzieningenrechter om aan te geven of zij het verzoek om voorlopige voorziening wilde intrekken. Gezien de terugdraaien van de maatregelen en het uitblijven van een reactie, concludeert de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang meer bestaat.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2673

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Enschede,

gemachtigde: [gemachtigde].

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen door het college opgelegde maatregelen op grond van de Participatiewet (PW). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder nadere zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2
Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft het college verzoekster vanaf 1 augustus 2025 een maatregel opgelegd in de vorm van verlaging van haar bijstandsuitkering met 20% van de bijstandsnorm voor de duur van drie maanden. Verzoekster en haar partner hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.3
Bij besluit van 10 september 2025 heeft het college verzoekster vanaf 1 september 2025 een maatregel opgelegd in de vorm van verlaging van haar bijstandsuitkering met 40% van de bijstandsnorm voor de duur van drie maanden. Verzoekster en haar partner hebben ook tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.4
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar partner en de gemachtigde van het college. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen tot een oplossing te komen. Het college heeft de voorzieningenrechter op de hoogte gesteld van de voortgang met de brieven van 31 oktober 2025 en 10 november 2025.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het griffierecht
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster het griffierecht niet heeft voldaan binnen de daarvoor gegeven termijn. Gelet op de financiële situatie van verzoekster en haar partner ten tijde van deze termijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding verzoekster ambtshalve vrijstelling te verlenen van het griffierecht.
Het spoedeisend belang
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang (meer) is. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt.
3.1
Met de brief van 10 november 2025 heeft het college de voorzieningenrechter meegedeeld dat na overleg met verzoekster en haar partner alle in 2025 opgelegde maatregelen worden teruggedraaid Dit betreft niet alleen de twee maatregelen die onderdeel zijn van deze voorlopige voorzieningenprocedure, maar ook de eerdere maatregel uit maart 2023 en de maatregelen die nog opgelegd waren ná het indienen van bezwaar en het indienen het verzoek om een voorlopige voorziening. Op vrijdag 7 november 2025 is een voorschot op de uitkering uitbetaald van € 1.000,- als noodzakelijk leefgeld.
3.2
De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 10 november 2025 verzocht binnen een week mee te delen of zij vanwege de inhoud van die brief het verzoek om een voorlopige voorziening wil intrekken. Zij is verzocht mee te delen waarom zij haar verzoek wil handhaven, als zij het verzoek niet wil intrekken.
3.3
Verzoekster heeft niet gereageerd op de brief van 10 november 2025. Gelet op de brief van 10 november 2025 van het college en het uitblijven van een mededeling van verzoekster dat nog sprake is van een financiële noodsituatie, ziet de rechtbank geen aanleiding (meer) een spoedeisend belang aan te nemen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.