De rechtbank Overijssel heeft op 28 november 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van de invoer van ruim 1.200 kilogram cocaïne, bezit van ruim 20 kilogram heroïne en deelname aan een criminele organisatie. De feiten vonden plaats rond 30 juli 2024 en in de periode van november 2023 tot juli 2024. De verdachte sloot procesafspraken met het Openbaar Ministerie, waarin hij bekende en afstand deed van zijn rechten.
Het onderzoek Maïs23 leidde tot de vondst van een grote hoeveelheid cocaïne in een loods en de aanhouding van verdachte en medeverdachten. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een essentiële rol had in het criminele samenwerkingsverband en dat hij de drugs in Nederland had gebracht en in bezit had. De strafbaarheid van de feiten werd bevestigd, zonder uitsluitingsgronden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden op, met aftrek van voorarrest, mede vanwege de ernst van de feiten, de omvang van de drugs en de rol van verdachte binnen de organisatie. Daarnaast werd het contante geldbedrag van ruim €159.000 verbeurdverklaard. De rechtbank stelde vast dat verdachte vrijwillig en met voldoende kennis van zaken de procesafspraken was aangegaan, wat de procedure aanzienlijk verkortte.
De Volkswagen Caddy, die niet onder de procesafspraken viel, werd teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, de leasemaatschappij. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van alle belangen en de ernst van de drugshandel en criminele organisatie waarbij verdachte betrokken was.