ECLI:NL:RBOVE:2025:6883
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling met mes
Op 2 juni 2025 vond een incident plaats waarbij verdachte werd beschuldigd van het steken van het slachtoffer met een mes. De verdachte ontkende dit en stelde dat er een worsteling was waarbij mogelijk het slachtoffer geraakt werd, maar niet bewust gestoken.
De verklaringen van het slachtoffer waren inconsistent en tegenstrijdig, onder meer over de aanwezigheid van derden, de hoeveelheid cocaïne die hij bij zich had, en details over het incident zelf. Daarnaast ontbrak ondersteunend bewijs zoals bloedsporen in de woning en getuigenverklaringen die het verhaal van het slachtoffer bevestigden.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om het primair en subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Verdachte werd daarom integraal vrijgesproken. Ook werd het beroep op noodweer of noodweerexces niet inhoudelijk beoordeeld vanwege de vrijspraak.
Verder werd bepaald dat bepaalde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte worden teruggegeven, terwijl het valse identiteitsbewijs onttrokken wordt aan het verkeer. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en de tenuitvoerleggingsvordering werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling met mes.