ECLI:NL:RBOVE:2025:6912
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens gaslekkages bij biomassa-installatie
Groen Gas Goor exploiteert een biomassa-installatie met vijf vergisters waarop het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel een last onder dwangsom heeft opgelegd vanwege geconstateerde (bio)gaslekkages. Het college stelde dat de vergisters niet in goede staat van onderhoud verkeren, wat in strijd is met voorschrift 1.3 van de omgevingsvergunning en artikel 5.5, eerste lid, onder a van de Omgevingswet.
Groen Gas Goor maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij dwangsommen zou verbeuren. De voorzieningenrechter oordeelde dat Groen Gas Goor niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Financiële belangen alleen zijn onvoldoende, zeker omdat het bedrag achteraf kan worden teruggevorderd of vergoed.
De voorzieningenrechter stelde ook vast dat het besluit niet evident onrechtmatig is. De discussie over de vraag of de gaslekkages een overtreding van het onderhoudsvoorschrift vormen, is niet zodanig ernstig dat het besluit zonder diepgaand onderzoek verworpen moet worden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.P.K. van Rosmalen en griffier J.C. Smitstra op 2 december 2025 in Zwolle. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evidente onrechtmatigheid.