ECLI:NL:RBOVE:2025:6965

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11590522 \ CV EXPL 25-409
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18a BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst auto wegens onvoldoende herstelkans en herstelmogelijkheid

Eiser kocht een tweedehands auto van gedaagde met een garantie van zes maanden. Kort na levering traden meerdere malen storingen op waarbij het motorstoringslampje brandde, veroorzaakt door een defecte NOx-sensor. Eiser bracht de auto driemaal ter reparatie, maar stelde dat gedaagde onvoldoende en onjuist had gerepareerd, onder meer door gebruik van een tweedehands sensor en softwarematige verdoezeling van het probleem.

De kantonrechter oordeelde dat de auto non-conform was vanwege het defect aan de NOx-sensor, dat binnen een jaar na aflevering aan het licht kwam. Echter, gedaagde had het gebrek in augustus 2024 hersteld door de sensor te vervangen. De softwarematige oplossing in november 2024 werd niet als herstel erkend omdat het probleem slechts onzichtbaar werd gemaakt.

Eiser had gedaagde de kans moeten geven om het gebrek binnen een redelijke termijn te herstellen. Omdat zij dat niet deed en het aanbod van gedaagde om alsnog te herstellen afwees, kon de overeenkomst niet worden ontbonden. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en terugbetaling van de koopprijs worden afgewezen omdat eiser gedaagde niet voldoende gelegenheid heeft gegeven het gebrek te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11590522 \ CV EXPL 25-409
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.G. Mensink,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. M. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van 17 oktober 2025 met producties 14 tot en met 16 van [eiser],
- het bericht, binnengekomen bij de rechtbank op 27 van oktober 2025 met producties 7 en 8 van [gedaagde],
- de mondelinge behandeling van 4 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

[eiser] heeft een auto gekocht van [gedaagde]. Na de levering daarvan heeft [eiser] de auto in een periode van acht maanden driemaal om verschillende redenen voor reparatie naar [gedaagde] gebracht, omdat het motorstoringslampje was gaan branden. [eiser] stelt dat [gedaagde] de auto niet naar behoren heeft gerepareerd en dat de auto niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Zij vordert ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van de koopprijs aan haar.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af, omdat [eiser] [gedaagde] in alle drie gevallen in de gelegenheid had moeten stellen om het gebrek aan de auto te herstellen. Dat is niet gebeurd. De overeenkomst kan om die reden niet worden ontbonden. Hierna wordt deze beslissing van de kantonrechter uitgelegd.
3. De feiten
3.1.
[eiser] heeft op 9 februari 2024 een Mercedes C2000 Coupe, bouwjaar 2016 voor € 25.000,- van [gedaagde] gekocht. Daarbij is een garantie van zes maanden afgesproken.
3.2.
Op 10 februari 2024 heeft [gedaagde] de auto aan [eiser] geleverd. De tellerstand van de auto stond toen op 60.564 kilometer. De auto was voorzien van een nieuwe APK-keuring.
3.3.
In februari 2024 heeft Hoektra de auto, op verzoek van [eiser], bij [eiser] opgehaald, omdat het motostoringslampje was gaan branden. [gedaagde] heeft daarop de bougies van de auto vervangen.
3.4.
Op 6 augustus 2024 heeft [eiser] bij [gedaagde] gemeld dat het motorstoringslampje van de auto opnieuw was gaan branden. [eiser] heeft de storing laten uitlezen. Op
11 augustus 2024 heeft [eiser] een foto van de melding naar [gedaagde] geappt. Op de foto is te zien dat de melding gaat over de NOx-sensor van de auto.
3.5.
Na zijn vakantie heeft [gedaagde] op 26 augustus 2024 de NOx-sensor van de auto vervangen. Op 27 augustus 2024 heeft [eiser] de auto weer bij [gedaagde] opgehaald.
3.6.
Bij e-mail van 25 september 2024 heeft [eiser] [gedaagde] bericht dat het motorstoringslampje van de auto weer was gaan branden en dat haar eigen garage aangaf dat er een probleem met de oliedruk is. [eiser] heeft [gedaagde] in de e-mail gevraagd hoe het terugkomende probleem opgelost kan worden. Bij e-mail van 15 oktober 2024 heeft [eiser] [gedaagde] verzocht om het probleem binnen twee weken op te lossen.
3.7.
Bij e-mail van 22 oktober 2024 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat hij graag wil kijken of hij het probleem kon oplossen en/of [eiser] tegemoet kon komen. Daarbij heeft [gedaagde] wel opgemerkt dat de garantietermijn bij verkoop van 6 maanden was verlopen.
3.8.
Na een nieuwe e-mailwisseling heeft [eiser] de auto op 25 november 2024 ter reparatie naar [gedaagde] gebracht. Op 27 november 2024 heeft [gedaagde] naar [eiser] geappt dat de auto weer klaar staat. Op de vraag van [eiser] wat er dan nu mee was, heeft [gedaagde] geantwoord dat er opnieuw een probleem met de sensor was en dat de auto een update moest hebben. [gedaagde] heeft daaraan toegevoegd dat het nu helemaal opgelost is.
3.9.
Doordat [eiser] voordat zij de auto op 25 november 2024 voor herstel naar [gedaagde] bracht een airtag in de auto heeft geplaatst, is zij ervan op de hoogte geraakt dat de auto tussen 25 en 27 november 2024 bij [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) in Almelo heeft gestaan.
3.10.
Op 27 november 2024 heeft [eiser] [gedaagde] ermee geconfronteerd dat [gedaagde] de auto naar [bedrijf 2] heeft gebracht zonder dit te melden en aan [gedaagde] meegedeeld dat de storing daarmee niet is verholpen, maar onzichtbaar is gemaakt. Daarop heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat de NOx-sensor die hij op 26 augustus 2024 (zie onder 3.5) in de auto heeft geplaatst een tweedehands sensor was. [eiser] heeft vervolgens aan [gedaagde] meegedeeld dat zij geen vertrouwen meer in [gedaagde] had en de koopovereenkomst per direct ontbonden.
3.11.
Op 28 november 2024 heeft [gedaagde] telefonisch aan [eiser] aangeboden de auto terug te brengen naar [bedrijf 2] om de software-aanpassing ongedaan te laten maken en een nieuwe NOx-senor in de auto te plaatsen. [eiser] heeft hiermee niet ingestemd.
3.12.
Bij brief van 29 november 2024 heeft [eiser] de koopovereenkomst tussen partijen (nogmaals) ontbonden, omdat de auto gezien de storingen vanaf de aankoop niet aan de verwachting voldeed.
3.13.
Bij e-mail van 16 december 2024 heeft [bedrijf 2] op vragen van [eiser] geantwoord dat [bedrijf 2] met betrekking tot het NOx-systeem een softwarematige oplossing biedt waardoor de sensor een vaste waarde krijgt en het probleem als ware niet meer aanwezig is.
3.14.
Bij brief van 27 januari 2025 heeft mr. Mensink aan [gedaagde] bericht dat de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door [eiser] doel heeft getroffen en dat hij, indien en voor zover dat niet het geval zou zijn, de koopovereenkomst hierbij alsnog ontbindt.
3.15.
Bij brief van 4 februari 2024 heeft mr. De Jong op de brief mr. Mensink van
27 januari 2025 gereageerd inhoudende dat van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding geen sprake is.
3.16.
De auto wordt door [eiser] nog steeds gebruikt. In februari 2025 is de auto APK-gekeurd.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden op
29 november 2024, althans per 27 januari 2025, althans op een datum in goede justitie
te bepalen;
II. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen de koopprijs ad € 25.000,-, te
vermeerderen met wettelijke rente en € 1.240,25 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. [gedaagde] veroordeelt om de auto op zijn kosten terug te nemen en daarbij een
vrijwaringsbewijs te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of
gedeelte van een dag met een maximum van € 5.000,-;
IV. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de auto niet beantwoordt aan de redelijke verwachtingen van haar als koper en dat [gedaagde] herhaaldelijk is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Dit gezien de structurele gebreken, de herhaaldelijk mislukte herstelpogingen, het gebruik van inferieure vervangingsonderdelen en de (opzettelijk) softwarematige verdoezeling van een technisch probleem zonder voorafgaand overleg met of toestemming van [eiser].
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert de dagvaarding nietig te verklaren, dan wel [eiser] in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
[gedaagde] voert aan dat geen sprake kan zijn van een geslaagd beroep op non-conformiteit omdat er geen gebrek is, dan wel het mogelijke gebrek naar aard en omvang niet voldoende is om tot non-conformiteit, laat staan buitengerechtelijke ontbinding, te komen.

5.De beoordeling

De dagvaarding is niet nietig
5.1.
[gedaagde] heeft als meest verstrekkende verweer tegen de vordering van [eiser] aangevoerd dat de dagvaarding van [eiser] nietig moet worden verklaard, omdat daarin de eis van [eiser] en de gronden daarvan niet helder zijn vermeld en het verweer van [gedaagde] ontoereikend en bezijden de waarheid is weergegeven. De kantonrechter gaat hierin niet mee. [gedaagde] is in de conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling op alle punten van [eiser] ingegaan. Mr. De Jong heeft desgevraagd bevestigd dat het voor [gedaagde] mogelijk was om op alle punten van [eiser] te reageren. De kantonrechter oordeelt dat daaruit volgt dat de dagvaarding van [eiser] voor [gedaagde] voldoende duidelijk was. Voor zover [eiser] de standpunten van [gedaagde] in de dagvaarding niet correct heeft verwoord, heeft [gedaagde] dit kunnen weerleggen. De dagvaarding wordt daarom niet nietig verklaard.
Er is sprake van een consumentenkoop5.2. [eiser] heeft de auto als natuurlijk persoon, handelend buiten haar bedrijfs- of beroepsactiviteit gekocht van [gedaagde]. [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf. De koopovereenkomst die partijen hebben gesloten is daarom een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit betekent dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot een consumentenkoop op de overeenkomst van toepassing zijn.
5.3.
[eiser] heeft ontbinding van de koopovereenkomst tussen partijen gevorderd. Om tot toewijzing van deze vordering te kunnen komen moet de auto niet aan de overeenkomst hebben beantwoord. Ook moet herstel van de gebreken aan de auto niet meer mogelijk zijn of moet [gedaagde] tekort zijn geschoten in de verplichting om de gebreken te herstellen. De kantonrechter zal hierna beoordelen of aan deze vereisten voor ontbinding van de overeenkomst is voldaan.
Non-conformiteit5.4. Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW Pro moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. In het tweede lid van dit artikel staat dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De zaak is dan non-conform. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.
5.5.
Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek, dat niet eenvoudig door de koper is te ontdekken. Het feit dat een auto geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, wil echter niet per definitie zeggen dat de auto aan de overeenkomst beantwoordt. Gekeken moet worden wat de koper, op grond van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper, van de auto mocht verwachten. Hierbij is van belang of de verkoper een mededelingsplicht heeft geschonden en of de koper een onderzoeksplicht heeft verzaakt. In het algemeen geldt dat de mededelingsplicht van de verkoper zwaarder weegt dan een onderzoeksplicht van de koper. [1]
5.6.
Op grond van artikel 7:18a lid 2 BW geldt een wettelijk vermoeden dat de zaak bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen.
[eiser] hoefde geen aankoopkeuring te laten uitvoeren5.7. [eiser] heeft gesteld dat de auto vanaf de levering gebreken vertoonde die het gebruik daarvan belemmerden. Het motorstoringslampje is meerdere malen gaan branden. Zij mocht verwachten dat de auto mede gezien de koopprijs daarvan, vrij zou zijn van dergelijke gebreken. [gedaagde] heeft zich hiertegen verweerd. Hij heeft aangevoerd dat hij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan [eiser] heeft meegedeeld dat het motortype van de auto bijzonder veel risico’s meebrengt en dat de keuze van [eiser] om geen aankoopkeuring te laten verrichten daarom voor haar rekening en risico komt.
5.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] ten tijde van de koop mocht verwachten dat zij de auto als personenauto veilig en normaal zou kunnen gebruiken zonder dat de auto mankementen vertoonde of dit gebruik op korte termijn tot (hoge) onderhoudskosten zou leiden. [gedaagde] heeft zijn stelling dat het motortype van de auto bijzonder veel risico meebrengt, gespecificeerd door aan te voeren dat hij bij de aankoop aan [eiser] heeft meegedeeld dat de auto geïmporteerd was, over een motor van meer dan 180 pk beschikte en een sportief karakter had. [eiser] betwist dat [gedaagde] die mededelingen heeft gedaan. Tegenover de betwisting van [eiser] heeft [gedaagde] zijn stelling onvoldoende onderbouwd. Echter, ook als [gedaagde] bij de aankoop van de auto genoemde mededelingen aan [eiser] zou hebben gedaan, dan maakt dat zonder een nadere toelichting – die ontbreekt – niet dat [eiser] nader onderzoek naar de auto had moeten doen. Voor een auto uit 2016 was de kilometerstand niet ongebruikelijk hoog en de auto was bij levering voorzien van een nieuwe APK-keuring. Los van twee terugroepacties die geen verband houden met de mogelijke gebreken waarover deze zaak gaat, brandden er in de auto geen storingslampjes. [eiser] hoefde daarom op het moment van de aankoop niet aan de eigenschappen van de auto te twijfelen. Voor haar was er destijds dan ook geen aanleiding om nadere vragen te stellen of onderzoek te doen.
Februari 2024: melding motorstoringslampje wegens probleem met bougies
5.9.
In dezelfde maand na de levering van de auto (februari 2024) is het motorstoringslampje van de auto gaan branden. [eiser] heeft gesteld dat [gedaagde] destijds heeft geprobeerd de auto te repareren, maar dat de storing zich desondanks op 6 augustus 2024 opnieuw heeft voorgedaan. [gedaagde] heeft dit betwist. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat in februari 2024 bij het uitlezen van de storing van de auto de melding verscheen dat er iets mis was met de overslagcilinder 3 van de auto. Deze melding wees erop dat er geen contact was met een bougie van de auto. Dit probleem heeft [gedaagde] verholpen door de bougies van de auto te vervangen. [eiser] heeft daarop verklaard dat zij aanneemt dat het juist is wat [gedaagde] over deze melding en het verhelpen daarvan vertelt. De kantonrechter stelt daarom vast dat de auto in februari 2024 een mankement aan de bougies had en dat [gedaagde] dit gebrek heeft hersteld. Hierna zal blijken dat de gebreken die zich na februari 2024 hebben voorgedaan een andere oorzaak hadden, namelijk: een defect aan de NOx-sensor van de auto.
Augustus 2024: melding motorstoringslampje wegens probleem met NOx-sensor5.10. Zes maanden na de aflevering van de auto is op 6 augustus 2024 het motorstoringslampje van de auto opnieuw aangegaan. [eiser] heeft met een foto die zij op 11 augustus 2024 naar [gedaagde] heeft geappt [2] , aangetoond dat destijds na het uitlezen van de storing de volgende tekst verscheen: “
The NOx sensor 1 (cylinder bank 1) has a sporadic malfuction” en “
The NOx sensor 1 (cylinder bank 1) had an electrical fault.”. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat achter het motorstoringslampje verschillende foutcodes schuil gaan en dat de tekst van deze specifieke melding wijst op een defect aan de NOx-sensor. Een andere oorzaak is bij deze melding eigenlijk uitgesloten. [eiser] heeft dit niet betwist. De kantonrechter neemt daarom aan dat in augustus 2024 het motorstoringslampje is gaan branden, omdat de NOx-sensor in de auto defect was.
September 2024: melding motorstoringslampje wegens probleem met NOx-sensor5.11. Op 25 september 2024 heeft [eiser] bij [gedaagde] gemeld dat het motorstoringslampje van de auto weer was gaan branden. Vast staat dat het motorstoringslampje van de auto dezelfde melding gaf als in augustus 2024 het geval was geweest. [eiser] heeft dit met een foto uit een Whatsappbericht van 23 november 2024 [3] onderbouwd en [gedaagde] heeft ter mondelinge behandeling erkend dat het om dezelfde melding ging.
5.12.
[eiser] heeft gesteld dat in september 2024 sprake moet zijn geweest van een onderliggend probleem dat geen verband hield met een defecte NOx-sensor, omdat dezelfde storing terugkwam, zelfs nadat [gedaagde] de Nox-sensor had vervangen. Zij wijst erop dat haar eigen garage aan haar heeft meegedeeld dat de auto een probleem met de oliepomp had. [gedaagde] betwist dit.
5.13.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat het motorstoringslampje in september 2024 is gaan branden vanwege een ander probleem dan een defecte Nox-sensor. De tekst van de melding wijst op een defect aan de NOx-sensor. [eiser] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat haar eigen garage heeft geconstateerd dat de auto een probleem met de oliedruk had. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] verklaard dat haar garage deze constatering op basis van haar verhaal over de auto heeft gedaan, maar dat deze garage de auto niet zelf heeft onderzocht. Nu de garage van [eiser] de auto niet heeft gezien en onderzocht, is de constatering van deze garage, voor zover deze is gedaan, onvoldoende onderbouwd om vanuit te kunnen gaan. Vastgesteld wordt daarom dat het motorstoringslampje van de auto in september 2024 ook is aangegaan vanwege een defect aan de NOx-sensor.
De auto beantwoordde vanwege een defect aan de NOx-sensor niet aan de overeenkomst5.14. Als gevolg van het gebrek aan de NOx-sensor beantwoordde de auto naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de overeenkomst. Een auto kan slechts op de markt worden gebracht, nadat deze daarvoor door het RDW is goedgekeurd. Om deze goedkeuring te verkrijgen, moet de auto voldoen aan bepaalde emissiewaarden onder andere voor NOx-stikstof. [4] De NOx-sensor maakt mede inzichtelijk of de auto (nog) aan deze waarden voldoet. De sensor heeft daarmee een belangrijke functie, omdat de koper van een auto erop mag rekenen dat de auto voldoet aan de regelgeving die geldt om ermee op de weg te mogen rijden. [eiser] had als koper van de auto daarom mogen verwachten dat de NOx-sensor werkte. Anders dan [gedaagde] aanvoert, leidt de omstandigheid dat met de auto aan het verkeer kan worden deelgenomen, niet tot een ander oordeel. Dat de auto technisch gezien kan rijden als de NOx-sensor defect is, betekent op zichzelf staand niet dat deze geschikt is voor gewoon gebruik. Onder gewoon gebruik van de auto wordt immers ook verstaan een gebruik daarvan dat in overeenstemming is met bestaande regelgeving. Zonder een werkzame Nox-sensor is de auto daarom non-conform.
De auto wordt vermoed bij de aflevering niet aan de koopovereenkomst te hebben beantwoord
5.15.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] de auto op 10 februari 2024 aan [eiser] heeft geleverd en dat het motorstoringslampje op 6 augustus 2024 en 25 september 2024 vanwege een defecte NOx-sensor is gaan branden. Uit deze data volgt dat het gebrek aan de NOx-sensor en daarmee de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen een jaar na het afleveren van de auto heeft geopenbaard. De auto wordt daarom vermoed bij de aflevering niet aan de koopovereenkomst te hebben beantwoord.
Herstel gebreken
5.16.
Als een afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, dan heeft de koper op grond van artikel 7:22 lid 1 sub a BW Pro de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden. Deze bevoegdheid tot ontbinding ontstaat op grond van artikel 7:22 lid 2 BW Pro in verbinding met artikel 7:21 lid 3 BW Pro pas als herstel onmogelijk is of als de verkoper tekort is geschoten in de verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper de zaak te herstellen.
5.17.
[gedaagde] heeft gesteld dat hij het gebrek aan de NOx-sensor heeft hersteld door in augustus 2024 de NOx-sensor te vervangen en in november 2024 de sensormelding softwarematig te verhelpen. [eiser] heeft dit betwist. Zij heeft erop gewezen dat [gedaagde] in augustus 2024 een tweedehands NOx-sensor in plaats van een nieuwe sensor in de auto heeft gezet en dat [gedaagde] in november 2024 de storing softwarematig heeft laten verhullen in plaats van deze op te lossen.
[gedaagde] heeft het gebrek aan de NOx-sensor in augustus 2024 hersteld5.18. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] met stukken heeft onderbouwd dat het in de branche niet ongebruikelijk is om tweedehands vervangingsonderdelen te gebruiken. [5] Een tweedehands sensor in een tweedehands auto kan ook nog prima functioneren. [gedaagde] heeft toegelicht dat hij de kwaliteit en de werkzaamheid van de tweedehands sensor heeft gecontroleerd voordat hij de defecte sensor voor deze sensor verving. [eiser] heeft dat niet weersproken, zodat ervan wordt uitgegaan dat [gedaagde] die controle heeft uitgevoerd en dat de sensor op dat moment functioneerde. Met het vervangen van de NOx-sensor heeft [gedaagde] in augustus 2024 het gebrek dan ook hersteld.
[gedaagde] heeft het gebrek aan de NOx-sensor in september 2024 niet hersteld5.19. [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat het gebrek aan de NOX-sensor dat zich in september 2024 heeft voorgedaan met de software-aanpassing van [bedrijf 2] is weggenomen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] toegelicht dat hij het vreemd vond dat de auto, ondanks dat hij de NOx-sensor had vervangen, opnieuw melding maakte van een defect aan de Nox-sensor. Omdat hij er zelf niet uit kwam, heeft [gedaagde] aan [bedrijf 2] gevraagd of zij de sensor werkend kon maken. [eiser] heeft daartegenover erop gewezen dat [bedrijf 2] in de e-mail van 16 december 2024 op de vraag van [eiser] wat [bedrijf 2] precies aan de auto heeft gedaan, heeft geantwoord dat de NOx-sensor door de softwarematige oplossing van [bedrijf 2] een vaste waarde krijgt en het probleem als ware niet meer aanwezig is. De kantonrechter is van oordeel dat de termen ‘vaste waarde’ en ‘als ware’ in deze e-mail van [bedrijf 2] erop te wijzen dat de NOx-sensor is vastgezet waardoor de melding niet langer zichtbaar was. [gedaagde] had tegenover de e-mail van 16 december 2024 van [bedrijf 2] en de uitleg die [eiser] daaraan geeft, moeten toelichten op welke wijze [bedrijf 2] de Nox-sensor heeft gerepareerd. Dit heeft hij nagelaten. [gedaagde] heeft enkel verklaard dat hij niet weet wat [bedrijf 2] precies aan de auto heeft gedaan en dat hij daarom geen verklaring kan geven voor het antwoord dat [bedrijf 2] in de e-mail van 16 december 2024 op de vraag van [eiser] geeft. Bij die stand van zaken kan de kantonrechter niet vaststellen dat het gebrek aan de NOx-sensor in november 2024 is hersteld.
Herstel is nog mogelijk en [gedaagde] is niet tekortgeschoten in de verplichting tot herstel
5.20.
[gedaagde] heeft op 28 november 2024 aan [eiser] aangeboden om op zijn kosten een nieuwe NOx-sensor in de auto te plaatsen en de auto terug te brengen naar [bedrijf 2] om de software-aanpassing ongedaan te maken. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet gemotiveerd heeft op grond waarvan zij destijds niet op dit aanbod van [gedaagde] hoefde in te gaan. [eiser] heeft gesteld dat zij vanwege de eerdere reparatiepogingen geen vertrouwen meer in [gedaagde] had, maar hieruit volgt niet dat herstel van de auto niet mogelijk was en ook niet dat [gedaagde] definitief is tekort geschoten in zijn verplichting om de zaak binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] de zaak te herstellen. [eiser] had [gedaagde] dan ook de kans moeten geven om het gebrek aan de NOx-sensor te herstellen. Nu [eiser] dat niet heeft gedaan, had zij niet de bevoegdheid om de overeenkomst bij brief van 29 november 2024 buitengerechtelijk te ontbinden en is er ook na die datum geen grond voor ontbinding ontstaan.
De conclusie5.21. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat aan de eisen van ontbinding niet is voldaan.
5.22.
De vorderingen van [eiser] kunnen niet worden toegewezen. Aan het aanbod van [gedaagde] om tegendeelbewijs te leveren van het vermoeden dat de auto bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, wordt niet toegekomen. Het betoog van [gedaagde] dat [eiser] probleemloos ruim 10.000 kilometer met de auto heeft gereden, de auto in februari 2025 zonder reparatiepunten van een nieuwe APK is voorzien en sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiser], behoeft daarom evenmin bespreking.
5.23.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 1.086,00 (2 punten × € 543,00)
- nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals
vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.221,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis onder 6.2. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Mul en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.

Voetnoten

1.Hoge Raad 15 april 1994, ECLI:NL:1994:ZC1338, NJ 1995/614 en Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097, NJ 2006/22
2.Productie 3 van [eiser]
3.Productie 16 van [eiser]
4.Artikel 21 Wegenverkeerswet Pro 1994 en Verordening (EG) nr. 715/2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie
5.Producties 7 en 8 van [gedaagde]