Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING VIVERION,
gevestigd en kantoorhoudende te Lochem,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Onderbewindstelling
nahet intreden van het verzuim een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle in artikel 6:96 lid 6 BW Pro genoemde eisen voldoet. Daarnaast moet in het beding de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden genoemd. Deze eisen zijn echter niet opgenomen in artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat het beding ten nadele van de consument afwijkt van de wettelijke regeling over buitengerechtelijke incassokosten. Daarmee wordt het beding als oneerlijk beoordeeld. Nu sprake is van een oneerlijk beding, is terugvallen op de wettelijke regeling niet mogelijk. [1] Als gevolg van bovenstaande wordt de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
- [gedaagde] wordt onder bewind gesteld;
- [gedaagde] neemt contact op met de gemeente voor schuldhulpverlening om zodoende een betalingsregeling te kunnen treffen voor de huurachterstand;
- [gedaagde] betaalt de lopende huurtermijnen vanaf september 2025.