ECLI:NL:RBOVE:2025:6981

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11877112 \ EJ VERZ 25-256
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling proceskosten na intrekking verzoeken in civiele procedure

In deze civiele procedure heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend dat later is ingetrokken, evenals het tegenverzoek van verweerder. Uiteindelijk heeft verweerder verzocht om een beslissing over de proceskosten. Verweerder stelde een bedrag van €3.708,- exclusief BTW aan werkelijke proceskosten voor, terwijl verzoeker compensatie van kosten wenste zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De kantonrechter overweegt dat verzoeker, als initiatiefnemer van de procedure die haar verzoek heeft ingetrokken, in de proceskosten moet worden veroordeeld. Voor de hoogte van de kosten wordt aangesloten bij het geldende liquidatietarief in WWZ-procedures, wat leidt tot een veroordeling van verzoeker tot betaling van €543,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

De kantonrechter wijst een veroordeling in de werkelijke proceskosten af, omdat er geen sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en verdere verzoeken worden afgewezen.

Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van €543,- aan proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 11877112 \ EJ VERZ 25-256
Beschikking van 2 december 2025
in de zaak van
[verzoeker] B.V.,
te [vestigingsplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. H.B.J. de Boer,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. E.J. Bijl.

1.De procedure

1.1.
De procedure is aanhangig gemaakt met een verzoekschrift van [verzoeker], gevolgd door een verweerschrift (met tegenverzoek) van [verweerder]. Nadien zijn de verzoeken over en weer ingetrokken. [verweerder] heeft ten slotte gevraagd om een beslissing over de proceskosten. Daarop heeft [verzoeker] gereageerd.
1.2.
De beschikking, die een beslissing over de proceskosten inhoudt, is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
[verweerder] heeft in haar verweerschrift gevraagd om [verzoeker] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder het salaris van de gemachtigde te vermeerderen met de wettelijke rente. Vervolgens heeft [verweerder] in een e-mail in het debat over de proceskosten verzocht om [verzoeker] te veroordelen in de werkelijke proceskosten die hij heeft gemaakt in de periode van 1 september 2025 tot en met 5 november 2025. Volgens [verweerder] betreft dat een bedrag van € 3.708,00 exclusief BTW bij een uurtarief van € 240,00 exclusief BTW en 15,45 declarabele uren.
2.2.
[verzoeker] heeft tegen dit verzoek aangevoerd dat zij ook diverse (juridische) kosten heeft gemaakt en dat zij ook de kosten van de te starten mediation zal dragen. Zij vraagt in deze procedure om een compensatie van kosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
2.3.
De kantonrechter overweegt het volgende. [verzoeker] is een verzoekschriftprocedure gestart en zij heeft haar verzoek daarna ingetrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter past daarbij dat [verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. Voor de vaststelling van de hoogte van de kosten zal de kantonrechter uitgaan van het geldende liquidatietarief in WWZ procedures. Dat betekent dat [verzoeker] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 543,00 voor salaris gemachtigde te vermeerderen met de wettelijke rente zoals vermeld in de beslissing.
2.4.
De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten. Daarvoor is vereist dat sprake is van misbruik van procesrecht en/of onrechtmatig procederen en naar het oordeel van de kantonrechter is dat in deze procedure niet aan de orde.

3.De beslissing

De kantonrechter,
3.1.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 543,00 voor salaris gemachtigde,
3.2.
veroordeelt [verzoeker] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.3.
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025. (ap)