ECLI:NL:RBOVE:2025:6981
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling proceskosten na intrekking verzoeken in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend dat later is ingetrokken, evenals het tegenverzoek van verweerder. Uiteindelijk heeft verweerder verzocht om een beslissing over de proceskosten. Verweerder stelde een bedrag van €3.708,- exclusief BTW aan werkelijke proceskosten voor, terwijl verzoeker compensatie van kosten wenste zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
De kantonrechter overweegt dat verzoeker, als initiatiefnemer van de procedure die haar verzoek heeft ingetrokken, in de proceskosten moet worden veroordeeld. Voor de hoogte van de kosten wordt aangesloten bij het geldende liquidatietarief in WWZ-procedures, wat leidt tot een veroordeling van verzoeker tot betaling van €543,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De kantonrechter wijst een veroordeling in de werkelijke proceskosten af, omdat er geen sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en verdere verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van €543,- aan proceskosten en wettelijke rente.