ECLI:NL:RBOVE:2025:6982

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11693361 \ CV EXPL 25-1533
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde factuur en ontbinding overeenkomst tussen Famoz en Ferm

In deze zaak vordert Famoz B.V. betaling van een onbetaalde factuur van € 14.029,95 van Ferm B.V. Ferm betwist de vordering en stelt dat Famoz tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, met als gevolg dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. De kantonrechter oordeelt dat Famoz in haar vordering wordt toegewezen, omdat Ferm niet bevoegd was om de overeenkomst te ontbinden. De rechter stelt vast dat er geen fatale termijn was afgesproken en dat de gestelde kwaliteitsgebreken geen grond voor ontbinding vormen, aangezien Famoz niet in verzuim is geraakt. De vordering tot betaling van de factuur wordt toegewezen, evenals de vordering tot contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. De tegenvorderingen van Ferm worden afgewezen, en Ferm wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11693361 \ CV EXPL 25-1533
Vonnis van 25 november 2025
in de zaak van
FAMOZ! B.V.(“Famoz”), gevestigd in Zwolle,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. B. Ravesteijn,
tegen
PTH GLOBAL B.V.(“Ferm”), gevestigd in Zwolle,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. J.M. Wagenaar.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 april 2025,
- de conclusie van antwoord met een eis in reconventie,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen.

2.De kern

Famoz is een bedrijf dat zich onder meer richt op fotografie. Ferm ontwikkelt en verkoopt elektrisch gereedschap. Famoz heeft in opdracht van Ferm foto’s gemaakt van haar producten, bestemd om geplaatst te worden op een nieuwe website. Ferm heeft de hiervoor door Famoz verstuurde factuur van € 14.029,95 onbetaald gelaten.
Famoz vordert in deze procedure betaling van die factuur, te vermeerderen met rente en kosten. Ferm is het daar niet mee eens en vraagt om de vordering van Famoz af te wijzen. Ferm vindt namelijk dat Famoz tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, en beroept zich op ontbinding daarvan. Ten eerst omdat Famoz volgens haar overeengekomen deadlines heeft overschreden, en ten tweede omdat de kwaliteit van de aangeleverde foto’s gebrekkig is. Als tegenvordering vraagt Ferm om voor recht te verklaren dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, althans om de ontbinding uit te spreken. Ook vordert zij vergoeding van kosten. Famoz vraagt op haar beurt om de tegenvordering van Ferm af te wijzen. De kantonrechter stelt Famoz in het gelijk. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.
3. De beoordeling in conventie en in reconventie
De vorderingen van Famoz
De vordering van Famoz tot betaling van € 14.029,95 wordt toegewezen
3.1.
De vordering van Famoz tot betaling van € 14.029,95 wordt toegewezen. Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten, waaruit voor Ferm de verplichting volgt om de door Famoz gefactureerde vergoeding te betalen. Ferm was niet bevoegd om de overeenkomst te ontbinden. Dit wordt hierna uitgelegd.
Ferm was niet bevoegd om de overeenkomst te ontbinden
3.2.
Aan Ferm komt geen beroep op ontbinding van de overeenkomst toe. Er is geen sprake van een tekortkoming wegens niet-tijdig nakomen, aangezien geen fatale termijn is overeengekomen (zie 3.3). De gestelde kwaliteitsgebreken vormen ook geen grond voor ontbinding, omdat Famoz niet in verzuim is geraakt (zie 3.4).
Famoz is niet tekortgeschoten wegens niet-tijdig nakomen
3.3.
Anders dan Ferm stelt, is Famoz niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door niet-tijdig te presteren. Partijen zijn geen fatale termijn overeengekomen (als bedoeld in artikel 6:83 sub a BW).
3.3.1.
Op 31 oktober 2024 vond een eerste kennismaking tussen partijen plaats. Ferm vroeg vervolgens op 1 november 2024 aan Famoz of zij die maand tijd had om foto’s voor de nieuwe website te schieten, en gaf daarbij te kennen dat zij de website halverwege december wilde presenteren aan haar personeel en dat het doel was om begin januari 2025 “live te gaan”. Famoz gaf daarop aan dat zij daar in november (2024) zeker tijd voor had. Op 11 november 2024 vroeg Famoz aan Ferm wat voor haar de deadline voor de nabewerking van de fotografie was. Ferm antwoordde de dag daarop dat het haar goed leek om de deadline voor de nabewerking op uiterlijk 10 december 2024 te zetten, omdat zij de website in de week van 9 december 2024 wilde presenteren aan haar personeel. Famoz berichtte Ferm op 13 november 2024 dat zij de haalbaarheid van deze deadline intern zou doornemen met haar fotobewerker en haar fotograaf. Famoz is hierop vervolgens niet meer bij Ferm teruggekomen. Famoz verstuurde op 21 november 2024 een offerte, die de volgende dag door Ferm is aanvaard. In de offerte is geen deadline opgenomen.
Vervolgens vond op 27 en 28 november 2024 een fotoshoot plaats. Famoz zond vanaf 3 december 2024 reeksen (onbewerkte) foto’s aan Ferm toe, waarna Ferm op 9 december 2024 haar selectie van de foto’s aan Famoz doorgaf. Famoz verstuurde op 13 december 2024 bewerkte (gefotoshopte) versies van de foto’s, waarop Ferm feedback met aanwijzingen voor verdere nabewerking gaf. Op 24 december 2024 verstuurde Famoz een set verder bewerkte foto’s, die Ferm van feedback voorzag. Naar aanleiding van de aanwijzingen van Ferm voor verdere aanpassingen, leverde Famoz op 3 januari 2025 nader bewerkte foto’s aan. Op 8 januari 2025 verklaarde Ferm de overeenkomst te ontbinden.
3.3.2.
Anders dan Ferm stelt, kan uit deze gang van zaken niet worden afgeleid dat partijen een deadline van 10 december 2024 hebben afgesproken. Ferm heeft niet concreet gesteld dat, en wanneer, Famoz heeft toegezegd de opdracht voor die datum te zullen voltooien. Dat Famoz niet meer is teruggekomen op de haalbaarheid van de door Ferm voorgestelde deadline van 10 december 2024, maakt niet zonder meer dat Ferm er redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat Famoz zich aan die deadline heeft willen verbinden. Te meer niet omdat geen deadline is opgenomen in de offerte die Famoz nadien aan Ferm toezond en die Ferm heeft aanvaard. Als voor Ferm van cruciaal belang was dat de nabewerking niet later dan 10 december 2024 zou zijn afgerond, zoals zij bepleit, dan had het op haar weg gelegen om Famoz te herinneren aan het uitblijven van een reactie op de haalbaarheid van die deadline. En bij het achterwege blijven van een concrete toezegging door Famoz, had Ferm de opdracht in dat geval niet moeten verlenen.
3.3.3.
Daar komt bij dat Ferm zelf de datum van 10 december 2024 kennelijk ook niet als een harde deadline beschouwde, gelet op de gevoerde correspondentie. Zo kondigde Famoz op 11 december 2024 aan, een dag na de vermeende deadline, dat zij op vrijdag 13 december 2024 een selectie gefotoshopte foto’s aan Ferm zou toesturen, waarbij Famoz voorstelde om die vrijdag telefonisch te overleggen voor een evaluatie. Ferm antwoordde daarop: “Helemaal goed om vrijdag even een belletje te doen! Lopen we nog even door de openstaande puntjes etc.”. Ferm heeft bij haar ontbindingsverklaring van 8 januari 2025 een beroep gedaan op de volgens haar geldende deadline van 10 december 2024, maar dat zij die vermeende deadline daarvoor, tijdens de uitvoering van de overeenkomst, ter sprake heeft gebracht, is niet gesteld of gebleken.
3.3.4.
Anders dan Ferm betoogt, is ook geen deadline van begin januari 2025 overeengekomen. Ferm voert aan dat zij op 1 november 2024 aan Famoz heeft laten weten dat haar nieuwe website begin januari 2025 online gezet zou moeten worden. Echter, Ferm heeft niet concreet gesteld dat Famoz heeft toegezegd dat zij de opdracht voor die tijd zou hebben afgerond. Overigens is deze termijn ook onvoldoende bepaald om als fatale termijn te kunnen worden aangemerkt.
3.3.5.
Tot slot gaat de kantonrechter voorbij aan de stelling van Ferm dat Famoz ook “keer op keer de door haar zelf toegezegde deadlines om (bewerkte) foto’s aan te leveren [miste]”. Ferm heeft niet gespecificeerd welke deadlines Famoz concreet voor zichzelf in het leven zou hebben geroepen. Uit een enkele toezegging om op een bepaalde dag (bewerkingen van) foto’s aan te leveren, gedaan tijdens de uitvoering van de overeenkomst, mocht Ferm nog niet afleiden dat Famoz zich (alsnog) heeft willen binden aan een fatale termijn.
Famoz is niet in verzuim geraakt
3.4.
In het midden kan worden gelaten of Famoz vanwege de gestelde kwaliteitsgebreken aan de foto’s tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Famoz is namelijk hoe dan ook niet in verzuim geraakt, terwijl nakoming nog mogelijk was. Daaruit volgt dat Ferm geen recht heeft op ontbinding van de overeenkomst (zie artikel 6:265 lid 2 BW).
3.4.1.
Als uitgangspunt is voor het intreden van het verzuim een ingebrekestelling vereist. Dat is een schriftelijke verklaring met een aanmaning om binnen een redelijke termijn de verschuldigde prestatie te verrichten. Ferm heeft geen ingebrekestelling aan Famoz gestuurd. Famoz is niet door Ferm aangemaand om binnen een bepaalde (redelijke) termijn de gestelde kwaliteitsgebreken aan de foto’s te verhelpen. Ferm heeft dat ook niet gesteld.
3.4.2.
Er doen zich ook geen bijzondere omstandigheden voor op basis waarvan Famoz, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, toch in verzuim is geraakt. Ferm stelt dat de kwaliteit van (de bewerking van) de foto’s die zij op 3 januari 2025 ontving zo ondermaats was, terwijl zij Famoz al meerdere keren de gelegenheid had geboden om gebreken te verhelpen, dat zij er alle vertrouwen in verloor dat Famoz de opdracht alsnog deugdelijk zou kunnen uitvoeren. Uit wat Ferm heeft aangevoerd kan echter niet worden afgeleid dat zij er ten tijde van het uitbrengen van de ontbindingsverklaring redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat Famoz niet in staat was om de gestelde gebreken te verhelpen. Dit wordt hierna uitgelegd (3.4.3 en 3.4.4).
3.4.3.
Dat Ferm, naar zij stelt, vóór 3 januari 2025 al (herhaaldelijk) had geklaagd over de kwaliteit van het werk van Famoz, valt niet in de ingebrachte stukken terug te lezen. Ferm heeft ook niet gespecificeerd wanneer zij dergelijke eerdere klachten richting Famoz zou hebben geuit. Aanvankelijk reageerde Ferm juist enthousiast op door Famoz toegezonden foto’s. Zo berichtte zij Famoz op 11 december 2024: “dit worden FANTASTISCHE kiekjes”.
Dat Ferm bij verschillende feedbackrondes aan Famoz heeft gevraagd om aanpassingen te verwerken, betekent nog niet dat Famoz onkundig te werk is gegaan. Famoz heeft onweersproken toegelicht dat zij haar opdrachtgevers altijd bij het creatieve proces betrekt door tussentijds om feedback en aanwijzingen te vragen, ook omdat het te bereiken resultaat sterk afhankelijk is van de persoonlijke voorkeuren van de opdrachtgever.
Ferm heeft bij haar brief van 8 januari 2025 waarin de ontbindingsverklaring is opgenomen, aan de hand van een PowerPointpresentatie voorbeelden gegeven van wat er volgens haar mankeert aan (de bewerking van) diverse foto’s die behoorden tot de reeks die Famoz op 3 januari 2025 had aangeleverd. De presentatie geeft ook voorbeelden van niet doorgevoerde aanpassingen waar Ferm eerder om had gevraagd, zo begrijpt de kantonrechter. Ferm heeft echter niet uitgelegd waarom de betreffende (nog resterende) mankementen niet (alsnog) door Famoz verholpen hadden kunnen worden.
3.4.4.
Ferm heeft een deskundigenrapport van 23 januari 2025 ingebracht dat in haar opdracht is opgesteld door [naam]. Daarin schrijft [naam], samengevat, dat het door Famoz geleverde werk kwalitatief zwaar ondermaats en fundamenteel gebrekkig is, dat is gebleken dat Famoz niet kundig genoeg is om aan de geldende kwaliteitseisen te voldoen, dat de gebreken niet verholpen kunnen worden door een verdere nabewerkingsronde door Famoz, en dat de meest efficiënte oplossing is om een ander fotografiebedrijf in te schakelen en een nieuwe fotoshoot te houden. Maar nog daargelaten dat Famoz de bevindingen van [naam] betwist, kan het rapport niet tot het oordeel leiden dat Ferm ten tijde van het uitbrengen van haar ontbindingsverklaring mocht aannemen dat het zinloos zou zijn om Famoz in de gelegenheid te stellen de gestelde kwaliteitsgebreken te verhelpen. Ferm heeft het onderzoek door [naam] immers pas laten uitvoeren nadat zij de ontbindingsverklaring had uitgebracht.
3.4.5.
Ferm heeft verder niet gesteld dat, en op welke grond, Famoz na haar onterechte ontbindingsverklaring alsnog in verzuim is geraakt.
De vordering tot betaling van contractuele rente wordt toegewezen tot € 502,77
3.5.
Famoz vordert betaling van contractuele rente ten bedrage van € 701,50. Die vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 502,77.
Famoz heeft recht op contractuele rente op grond van haar algemene voorwaarden. De algemene voorwaarden van Famoz zijn van toepassing op de overeenkomst, anders dan Ferm betoogt. Famoz heeft de algemene voorwaarden op haar offerte van toepassing verklaard. Door de offerte te aanvaarden zonder tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden te protesteren, wordt Ferm geacht stilzwijgend te hebben aanvaard dat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Voor die toepasselijkheid was geen uitdrukkelijke acceptatie door Ferm nodig, anders dan zij veronderstelt.
Ferm is op grond van de algemene voorwaarden per 25 december 2024 contractuele rente van 1 procent per maand verschuldigd. Uit artikel 6.3 van de algemene voorwaarden volgt dat nu Ferm de factuur niet binnen veertien dagen na de factuurdatum heeft betaald, zij direct in verzuim is geraakt. Verder volgt uit deze bepaling dat Ferm vanaf de dag na de vervaldatum van de factuur, zijnde 24 december 2024, een rente van 1 procent per maand verschuldigd is. Maar anders dan Famoz stelt, bedraagt de vanaf 25 december 2024 tot en met 11 april 2025 [1] vervallen contractuele rente niet het gevorderde bedrag van € 701,50, maar een bedrag van € 502,77.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen tot € 915,30
3.6.
Famoz vordert betaling van buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 2.104,49. Die vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 915,30.
Famoz heeft op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden recht op een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Artikel 6.4 van de algemene voorwaarden bepaalt dat Famoz recht heeft op een vergoeding die is gefixeerd op 15 procent van de openstaande vordering. Het bedongen incassobedrag komt daarmee uit op het gevorderde bedrag (15% van € 14.029,95). Op grond van artikel 242 Rv matigt de kantonrechter de aan Famoz toekomende vergoeding echter ambtshalve tot het toepasselijke tarief van het Besluit voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, zijnde € 915,30. Famoz heeft namelijk niet gesteld dat haar werkelijke kosten hoger zijn dan dat bedrag.
De tegenvorderingen van Ferm
3.7.
Ferm vordert in het petitum van haar eis in reconventie ten eerste om “voor recht te verklaren dat Ferm de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd, althans alsnog de vernietiging van de overeenkomst uit te spreken”. Hoewel deze bewoordingen zien op vernietiging van de overeenkomst, legt de kantonrechter dit onderdeel van het petitum zo uit dat wordt gevorderd om voor recht te verklaren dat Ferm de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, althans de ontbinding uit te spreken. In de conclusie waarbij Ferm de tegenvordering heeft ingesteld stelt zij (alleen) dat zij de overeenkomst heeft ontbonden, en niet (ook) dat zij de overeenkomst heeft vernietigd. De gemachtigde van Ferm heeft ter zitting toegelicht dat sprake is van een verschrijving in het petitum en dat is bedoeld om voor recht te laten verklaren dat de overeenkomst is ontbonden, althans om de ontbinding uit te laten spreken. De gemachtigde van Famoz heeft desgevraagd bevestigd de vordering ook zo te hebben begrepen.
De vorderingen van Ferm worden afgewezen
3.8.
De vorderingen van Ferm worden afgewezen.
3.9.
Vast is komen te staan Famoz geen recht had, of heeft, op ontbinding van de overeenkomst (zie 3.3).
3.10.
Ferm heeft ook geen recht op vergoeding van de kosten van de door haar ingeschakelde deskundige, zoals zij ten tweede vordert. Nu Famoz niet in verzuim is geraakt (zie 3.4), is zij niet aansprakelijk voor schade die Ferm heeft geleden als gevolg van het vermeende tekortschieten van Famoz.
De proceskosten
Ferm wordt veroordeeld in de proceskosten
3.11.
Ferm is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. In conventie worden de proceskosten van Famoz begroot op in totaal € 2.395,35. Dit bedrag is opgebouwd uit dagvaardingskosten van € 122,35, griffierecht van € 1.461 en gemachtigdensalaris van € 812 (tarief € 406 x 2 punten). In reconventie worden de proceskosten van Famoz begroot op € 406 aan gemachtigdensalaris. [2] Verder is Ferm nakosten van € 135 verschuldigd. De in totaal door Ferm verschuldigde proceskostenvergoeding komt daarmee uit op € 2.936,35. Daarnaast moet Ferm de kosten van betekening van dit vonnis vergoeden als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan het vonnis voldoet en daarna betekening plaatsvindt. De door Famoz gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.

4.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
4.1.
veroordeelt Ferm om € 14.029,94 aan Famoz te betalen, te vermeerderen met € 502,77 aan contractuele rente;
4.2.
veroordeelt Ferm om € 915,30 aan Famoz te betalen ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis;
4.3.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
4.4.
wijst de vorderingen af;
in conventie en in reconventie
4.5.
veroordeelt Ferm in de proceskosten, aan de kant van Famoz begroot op € 2.936,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis, en te vermeerderen met de kosten van betekening van dit vonnis als Ferm niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan dit vonnis voldoet en daarna betekening plaatsvindt;
4.6.
verklaart de onderdelen 4.1, 4.2 en 4.5 van deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.W.G. Wijnands op 25 november 2025. (HJB)

Voetnoten

1.zie 3.26 dagvaarding
2.In reconventie wordt de helft van de punten toegekend, omdat de tegenvordering van Ferm grotendeels voortvloeit uit haar verweer in conventie