ECLI:NL:RBOVE:2025:699
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen aanmaning afgewezen
Eiser maakte bezwaar tegen een aanmaning van het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen waarin hij werd gemaand tot betaling van een openstaand bedrag. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar en beroep tegen een aanmaning niet mogelijk zijn.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit volgt uit artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb in samenhang met artikel 4:112 en Pro artikel 7:1 van Pro de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en bepaalde dat eiser het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 6 februari 2025 door rechter M. Lok in Zwolle.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de aanmaning is ongegrond verklaard.