De bewindvoerder van een cliënt onder beschermingsbewind betaalde een voorschot van €12.500 aan een buitenlandse behandelaar voor een behandeltraject in Thailand. De zorgverzekeraar VGZ vergoedde later de behandeling, waarna de behandelaar het voorschot niet terugbetaalde. De bewindvoerder vorderde daarom terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling.
De behandelaar voerde verweer dat de vergoeding van VGZ alleen betrekking had op verlengingen van de behandeling en niet op de eerste behandeltermijn waarvoor het voorschot was betaald. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding wel degelijk betrekking had op de eerste behandeltermijn en dat de behandelaar het voorschot onterecht heeft behouden.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was. De vordering van de bewindvoerder werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf het moment dat de behandelaar in verzuim was geraakt. De behandelaar werd tevens veroordeeld in de proceskosten.