ECLI:NL:RBOVE:2025:7008

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
C/08/328834 / HA ZA 25-52
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op terugbetaling stroomtarieven na wijziging overeenkomst via gevolmachtigde

In deze zaak vordert [eiser] B.V. terugbetaling van vermeend te veel betaalde stroomkosten aan Engie Energie Nederland N.V. over 2023. [eiser] stelt dat lagere tarieven waren overeengekomen, maar dat Engie hogere tarieven in rekening bracht en betaalde. De rechtbank onderzoekt of de hogere tarieven rechtsgeldig zijn overeengekomen.

Feitelijk trad Comcam B.V. op als gevolmachtigde en tussenpersoon namens [eiser] om stroomcontracten af te sluiten en tarieven vast te stellen. Hoewel aanvankelijk lagere tarieven (augustustarieven) werden gecommuniceerd, ontdekte Comcam een fout en plaatste zij [eiser] in december 2022 in een andere pool met hogere tarieven (decembertarieven). Deze nieuwe tarieven zijn vervolgens door beide partijen uitgevoerd.

De rechtbank stelt vast dat Comcam bevoegd was om namens [eiser] de nieuwe tarieven te aanvaarden en dat daarmee een nieuwe overeenkomst tot stand kwam. Het ontbreken van een handtekening onder de decembertarieven staat dit niet in de weg. De lagere augustustarieven zijn daarmee vervangen door de hogere decembertarieven. Er is dus geen sprake van onverschuldigde betaling of wanprestatie door Engie.

De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van Engie.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugbetaling af omdat een nieuwe overeenkomst met hogere tarieven rechtsgeldig tot stand is gekomen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/328834 / HA ZA 25-52
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: “[eiser]”,
advocaat: mr. E.J. Bijleveld,
tegen
ENGIE ENERGIE NEDERLAND N.V.,
te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: “Engie”,
advocaat: mr. M.A.R.M. van Camp.
Samenvatting
Engie heeft in 2023 stroom geleverd aan [eiser] en daarvoor facturen gestuurd die [eiser] ook heeft betaald. In geschil is of Engie in deze facturen heeft gerekend met de tussen haar en [eiser] overeengekomen tarieven. Volgens [eiser] is dat niet het geval en waren zij lagere tarieven overeengekomen. Daarom vordert [eiser] in deze procedure terugbetaling of vergoeding van hetgeen zij – naar zij stelt – te veel heeft betaald.
De rechtbank wijst de vordering van [eiser] af. Kort gezegd is de rechtbank van oordeel dat partijen weliswaar eerst lagere tarieven waren overeengekomen, maar dat daarna tussen hen een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen over de tarieven waarmee Engie in haar facturen heeft gerekend. Deze overeenkomst is in de plaats gekomen van de overeenkomst over de lagere tarieven. [eiser] kan daarom geen rechten meer ontlenen aan die lagere tarieven. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 31 januari 2024 met producties;
  • de conclusie van antwoord met producties;
  • de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
  • de spreekaantekeningen van de advocaten van partijen, overgelegd en voorgedragen op de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] (voorheen genaamd: [bedrijf] B.V.) is een onderneming die zich bezighoudt met het opslaan, overslaan, transporteren, verwerken en verpakken van (diepvries)producten.
2.2.
Engie is een energieleverancier.
2.3.
COMCAM B.V. (hierna ook: “Comcam”) houdt zich bezig met bemiddeling en portfoliomanagement in energiestromen.
2.4.
Engie heeft een samenwerkingsovereenkomst met Comcam op grond waarvan Comcam optreedt als intermediair tussen Engie en (potentiële) afnemers van energie. Comcam koopt energie in bij Engie namens deze afnemers en kan uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst met Engie onder andere namens haar tarieven communiceren en bevestigen richting de afnemers.
2.5.
In 2021 heeft [eiser] een volmacht verstrekt aan Comcam om – kort gezegd – namens haar stroomcontracten af te sluiten bij Engie. In de volmacht staat onder meer:
“Met dit document machtigen wijCOMCAM B.V.(…) om namens ondergetekende enkel en alleen de volgende handelingen te verrichten:
1.
te handelen als onze energie portfoliomanager, en hiertoe als gemachtigde stroomcontracten af te sluiten voor een periode van vier (4) jaar, met startdatum 1-1-2022 en einddatum 1-1-2026, op de voorwaarden en condities van de gecontracteerde energieleverancier, alsmede onder de condities en tarieven zoals in dit document beschreven;
2.
alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn te verrichten namens ondergetekende, enkel en alleen in lijn met de inkoopstrategie zoals ieder kwartaal onderling vastgesteld;
3.
‘clicks’ te verrichten in onze energie portfolio bij Engie Energie Nederland N.V., in overeenstemming met de inkoopstrategie zoals ieder kwartaal onderling wordt vastgesteld; (…)
Prijzen en condities
De volgende Elektra prijzen zijn overeengekomen tussen COMCAM en ondergetekende:
2022: Piek € 0,05610 per kWh Dal: € 0,04324 per kWh
2023: Prijzen nog niet gefixeerd, strategie dient nog te worden bepaald.
2024: Prijzen nog niet gefixeerd, strategie dient nog te worden bepaald.
2025: Prijzen nog niet gefixeerd, strategie dient nog te worden bepaald.”
2.6.
Voor het jaar 2022 had Comcam nog ruimte in een zogenoemde pool met andere afnemers, omdat een klant daaruit was gestapt. [eiser] is toen in die pool geplaatst en kon voor dat jaar stroom afnemen bij Engie tegen de in de volmacht vermelde prijzen die voor die pool al waren vastgezet. Voor de stroomprijzen voor de jaren 2023 en verder was de inkoopstrategie ten tijde van de verlening van de volmacht nog niet bepaald.
2.7.
Op 23 augustus 2022 heeft Comcam [eiser] via WhatsApp het volgende laten weten:
“(…) je tarieven vanaf 01-01-2023 zijn alsvolgt: 0,07523 per kWh hoog 0,06307 per kWh laag.”
2.8.
Op 31 augustus 2022 heeft [eiser] een leveringsbevestiging ontvangen. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
“Betreft: Leveringsbevestiging elektriciteit
Geachte heer/mevrouw,
Hartelijk dank voor het vertrouwen in ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna: “ENGIE” dat wij voor de komende periode uw energieleverancier mogen zijn.
Via deze brief willen wij graag de afspraken bevestigen voor de levering van elektriciteit, voor de in Bijlage 1 genoemde Aansluiting(en), die door bemiddeling van COMCAM tot stand zijn gekomen op basis van de Raamovereenkomst met COMCAM.
Contractperiode en prijzen elektriciteit
Periode 01-01-2023 t/m 31-12-2023
Peak prijs
Off Peak prijs
Levering
€ 0,07523
€ 0,06307
In het briefhoofd van de leveringsbevestiging staan de logo’s van Engie en Comcam en de leveringsbevestiging is ondertekend door een gevolmachtigde van Engie. De tarieven in deze leveringsbevestiging zullen hierna ook “de augustustarieven” worden genoemd.
2.9.
Op 15 december 2022 heeft Comcam [eiser] per mail medegedeeld dat zij door een interne miscommunicatie de verkeerde tarieven voor 2023 aan [eiser] had doorgegeven. In de mail laat Comcam [eiser] verder onder meer weten:
“Voor 2023 worden de leveringstarieven als volgt:
€ 0,14470 per kWh hoog
€ 0,11028 per kWh laag”
Deze tarieven zullen hierna ook “de decembertarieven” worden genoemd.
2.10.
Op 27 december 2022 is een leveringsbevestiging voor deze decembertarieven verstuurd naar hetzelfde mailadres als bij eerdere correspondentie met [eiser] werd gebruikt.
2.11.
Bij factuur van 17 februari 2023 heeft Engie de geleverde stroom van 1 januari 2023 tot en met 31 januari 2023 op basis van de decembertarieven bij [eiser] in rekening gebracht.
2.12.
Bij mail van 22 maart 2023 heeft [eiser] Engie laten weten dat de tarieven op basis waarvan de factuur was opgemaakt, afweken van de tarieven waarvoor zij had getekend. [eiser] maakt daarbij melding van de augustustarieven. Engie heeft vervolgens contact opgenomen met Comcam met het verzoek om dit te controleren. Op 6 april 2023 heeft Comcam aan [eiser] geantwoord dat zij haar in december 2022 al had laten weten dat in augustus 2022 de verkeerde tarieven waren gecommuniceerd.
2.13.
Op 25 april 2023 heeft de advocaat van Comcam aan [eiser] gemaild dat [eiser] geen aanspraak kon maken op de augustustarieven en dat het risico bestond dat Engie de energielevering zou stopzetten als [eiser] de facturen niet (volledig) betaalde.
2.14.
[eiser] heeft alle facturen van Engie over het jaar 2023 betaald. Vanaf
7 februari 2024 heeft zij Engie vervolgens meermalen verzocht om een eindafrekening op te stellen en het bedrag dat [eiser] te veel had betaald doordat niet was gerekend met de augustustarieven, terug te storten. Engie heeft dit geweigerd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank Engie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt:
1. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:
a. een bedrag ad € 589.542,00 in hoofdsom;
b. te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, dan wel subsidiair de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, steeds (per factuur) te rekenen vanaf de dag waarop [eiser] het te veel betaalde aan Engie heeft voldaan, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der voldoening;
c. te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten ad € 4.722,71, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, te rekenen vanaf 25 april 2023, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der voldoening;
2. in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser], alsmede de nakosten, te vermeerderen met de explootkosten van de betekening van het vonnis en met de wettelijke rente over de nakosten vanaf de vijftiende dag nadat Engie schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand tot de dag van betaling.
3.2.
Engie heeft de afwijzing van de vorderingen bepleit, onder veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling van het geschil, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Onverschuldigde betaling
4.1.
De primaire grondslag van de vordering van [eiser] is onverschuldigde betaling. Artikel 6:203 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat degene die een ander een goed heeft gegeven zonder dat daarvoor een rechtsgrond is, dat goed als onverschuldigd betaald kan terugvragen.
4.2.
[eiser] stelt dat zij en Engie de augustustarieven zijn overeengekomen en niet de (hogere) decembertarieven, omdat zij deze niet heeft aanvaard. Doordat in de facturen van Engie wel met de decembertarieven is gerekend en [eiser] deze facturen volledig heeft voldaan, heeft zij, zo voert zij aan, voor het jaar 2023 een bedrag van in totaal
€ 589.542,00 zonder rechtsgrond betaald aan Engie. Engie heeft gemotiveerd betwist dat [eiser] dit bedrag zonder rechtsgrond heeft betaald, omdat volgens haar de decembertarieven wel zijn overeengekomen.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat er wel een rechtsgrond bestond voor genoemde betalingen van [eiser] aan Engie. Daartoe is het volgende redengevend.
De decembertarieven zijn tussen partijen overeengekomen
4.4.
[eiser] en Engie zijn het erover eens dat tussen hen een leveringsovereenkomst tot stand is gekomen. Partijen zijn daarin overeengekomen dát Engie stroom zou leveren aan [eiser], maar nog niet tegen welke tarieven. Deze tarieven moesten nog worden vastgezet. Comcam trad hierbij op als tussenpersoon uit hoofde van enerzijds de samenwerkingsovereenkomst met Engie en anderzijds de volmacht van [eiser]. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst met Engie kon Comcam namens Engie energietarieven communiceren. Op basis van de volmacht van [eiser] was Comcam bevoegd om bij Engie energietarieven vast te zetten voor [eiser], conform de tussen hen besproken inkoopstrategie. Tarieven konden op verschillende manieren worden vastgezet, bijvoorbeeld door het periodiek verrichten van ‘clicks’, waarmee op gespreide momenten stroom kon worden ingekocht tegen de dan geldende marktprijs, of door plaatsing in een pool met andere afnemers waarvoor de stroomtarieven voor een bepaalde periode al waren bepaald.
4.5.
Uit de toelichting van Engie ter zitting volgt dat Comcam [eiser] in augustus 2022 bij vergissing in een pool had geplaatst die al vol zat. Dat [eiser] daadwerkelijk in deze pool was geplaatst, kan worden afgeleid uit de verklaring van Engie dat zij – bij het uitblijven van herstel van deze vergissing – zou hebben geconstateerd dat er in die pool te veel volume werd afgenomen. De voor deze pool bestemde stroomtarieven voor 2023 (de augustustarieven) zijn vervolgens ook aan [eiser] bevestigd met een leveringsbevestiging. Toen Comcam haar vergissing in december 2022 ontdekte, heeft zij [eiser] hiervan op de hoogte gebracht en [eiser] vervolgens geplaatst in een pool waarin zij nog wel ruimte had. Voor deze pool had zij al andere tarieven voor 2023 vastgezet bij Engie (de decembertarieven). Deze gang van zaken is door [eiser] niet (gemotiveerd) weersproken, zodat de rechtbank hiervan uitgaat.
4.6.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding van dat aanbod. Naar het oordeel van de rechtbank zijn [eiser] en Engie – via Comcam – voor het jaar 2023 in eerste instantie de augustustarieven overeengekomen. Door Engie werden, via Comcam, de augustustarieven aangeboden voor een bepaalde pool. Vervolgens heeft Comcam [eiser] toegevoegd aan die pool, waardoor zij deze augustustarieven namens [eiser] heeft aanvaard. Daarna zijn [eiser] en Engie echter op dezelfde wijze de decembertarieven overeengekomen: doordat Comcam [eiser] heeft toegevoegd aan een andere pool, waarvoor Engie de decembertarieven aanbood, heeft Comcam deze decembertarieven namens [eiser] aanvaard. Het toevoegen van [eiser] aan een pool is dus een door Comcam in naam van [eiser] verrichte rechtshandeling die, vanwege de volmacht, [eiser] in haar gevolgen treft. Het gevolg van de aanvaarding is dat erDaarmee is Dat gevolg een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen tussen [eiser] en Engie op grond waarvan Engie in 2023 aan [eiser] stroom zou leveren tegen de decembertarieven.
4.7.
De rechtbank ziet in hetgeen [eiser] heeft aangevoerd geen aanleiding om hierover anders te oordelen. Dat [eiser] – naar eigen zeggen – de leveringsbevestiging van 27 december 2022 niet heeft ontvangen, heeft niet in de weg gestaan aan de totstandkoming van een overeenkomst over die tarieven. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de essentialia van de overeenkomst – de levering van stroom en de tarieven – zijn vastgelegd op het moment dat Comcam [eiser] toevoegde aan de pool voor de decembertarieven, zodat de overeenkomst over deze tarieven reeds toen tot stand is gekomen. Engie heeft ter zitting verder toegelicht dat Comcam een leveringsbevestiging stuurt nadat Comcam de tarieven die zij bij Engie heeft vastgelegd voor haar klanten, heeft verwerkt. De leveringsbevestiging is dus niet bepalend voor de totstandkoming van de overeenkomst, maar louter een feitelijke handeling waarmee de vastgelegde – en daarmee overeengekomen – tarieven worden bevestigd. Dat in de leveringsbevestiging nog aanvullende voorwaarden konden worden gesteld over de betalingstermijn en de door de afnemer aanvullend te betalen milieubelastingen, -heffingen en -toeslagen maakt het voorgaande niet anders. Deze aanvullende voorwaarden raken de essentialia van de overeenkomst niet.
4.8.
[eiser] heeft verder gewezen op artikel 3 lid 6 van Pro de algemene voorwaarden van Engie, waarin is bepaald dat een leveringsovereenkomst tot stand komt door ondertekening daarvan door de (beoogde) afnemer. Zij heeft aangevoerd dat zij niet heeft getekend voor de decembertarieven. De rechtbank begrijpt dit zo dat [eiser] stelt dat de overeenkomst over de decembertarieven door het ontbreken van haar handtekening niet tot stand is gekomen. Dit volgt de rechtbank niet. Bij het vastzetten van de decembertarieven trad Comcam op als tussenpersoon voor [eiser] op basis van een schriftelijke volmacht. Engie heeft ter zitting toegelicht dat [eiser] niet is gevraagd om te tekenen voor de vastgezette tarieven, omdat haar handtekening reeds onder de volmacht stond. Als onweersproken staat vast dat dit de gebruikelijke gang van zaken is wanneer tarieven bij Engie worden vastgezet door een tussenpersoon die daartoe door een afnemer schriftelijk gevolmachtigd is. Verder is gesteld noch gebleken dat [eiser] wél heeft getekend voor de augustustarieven. Niet valt in te zien waarom het ontbreken van een ondertekening in augustus niet, maar in december wel in de weg zou staan aan de totstandkoming van een overeenkomst over de tarieven.
4.9.
De rechtbank volgt [eiser] evenmin in haar stelling dat zij niet gebonden is aan de decembertarieven omdat Comcam bij het vastzetten daarvan niet conform de inkoopstrategie heeft gehandeld, zoals de volmacht voorschrijft. Niet ter discussie staat dat Comcam bij het vastzetten van de decembertarieven niet anders heeft gehandeld dan bij het vastzetten van de augustustarieven, waaraan [eiser] zich wel gebonden acht. In beide gevallen heeft Comcam de tarieven aan [eiser] medegedeeld en [eiser] toegevoegd aan de pool waarvoor deze tarieven werden aangeboden. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom dezelfde handelswijze van Comcam in augustus wel, maar in december niet viel binnen de grenzen van de bevoegdheden die Comcam krachtens de volmacht toekwamen.
[eiser] kan geen rechten meer ontlenen aan de augustustarieven
4.10.
Daargelaten of Engie de overeenkomst over de augustustarieven conform haar algemene voorwaarden uitdrukkelijk heeft herroepen wegens een evidente fout – partijen verschillen daarover van mening – is in december 2022 in elk geval via Comcam een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Engie in het jaar 2023 stroom zou leveren aan [eiser] tegen de decembertarieven. Aan deze overeenkomst is vervolgens gedurende heel 2023 door beide partijen ook uitvoering gegeven. De overeenkomst over de decembertarieven is daarmee in de plaats gekomen van de overeenkomst over de augustustarieven. [eiser] kan daarom geen rechten meer ontlenen aan de augustustarieven.
Conclusie: geen onverschuldigde betaling
4.11.
Nu partijen uiteindelijk de decembertarieven zijn overeengekomen en Engie in haar facturen ook met deze decembertarieven heeft gerekend, was er wel een rechtsgrond voor de volledige betaling van deze facturen door [eiser]. Van onverschuldigde betaling is daarom geen sprake.
Wanprestatie
4.12.
[eiser] heeft aan haar vordering subsidiair ten grondslag gelegd dat Engie is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst door – zo begrijpt de rechtbank – hogere tarieven in rekening te brengen dan partijen waren overeengekomen. Hiervoor heeft de rechtbank geoordeeld dat Engie conform de overeenkomst heeft gefactureerd. Gesteld noch gebleken is dat Engie anderszins is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Van wanprestatie is daarom geen sprake.
4.13.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van [eiser] tot betaling van de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
4.14.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Engie vergoeden. De proceskosten van Engie worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.043,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 14.043,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, mr. J.N. Bartels en mr. N.P. Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.