[eiser] heeft op 23 september 2021 een bouwkavel gekocht en geleverd gekregen van de gemeente [gemeente] .
In de akte van levering onder meer is bepaald:
‘11. Bebouwingsverplichting (artikel 2.7)
met betrekking tot de realisatie van de op het bouwterrein te stichten bebouwing,
welke bebouwing binnen twee jaar na heden voltooid en gebruiksklaar dient te zijn.
Deze termijnen kunnen op verzoek van koper door verkoper worden verlengd. Een
verzoek tot verlenging dient schriftelijk en gemotiveerd aan verkoper te worden
gedaan.
(…)
hiervoor bedoeld in lid a. en/of de in lid b. bedoelde termijnen overschrijdt – met de
bebouwing is geen aanvang gemaakt binnen de in dat artikellid bepaalde (al dan niet
verlengde) termijn, dan wel de bebouwing is niet binnen de in genoemd artikellid
opgenomen (al dan niet verlengde) termijn voltooid – is koper, onverminderd
hetgeen hierna is bepaald in lid f., aan verkoper een direct opeisbare boete
verschuldigd ter grootte van tien procent (10%) van de koopprijs. Bovendien is
verkoper in dat geval gerechtigd de koopovereenkomst met onmiddellijke ingang te
ontbinden, in welk geval koper gehouden is medewerking te verlenen aan
ongedaanmaking van de gevolgen van de koopovereenkomst, in die zin dat het
bouwterrein aan verkoper wordt teruggeleverd met restitutie van de door koper aan
verkoper betaalde koopprijs. Indien door koper op het bouwterrein ten tijde van de
ontbinding van de koopovereenkomst werkzaamheden zijn uitgevoerd en/of
bouwwerken/gebouwen zijn opgericht, is verkoper gerechtigd te haren keuze van
koper te verlangen dat al hetgeen op het bouwterrein is gerealiseerd, door koper voor
zijn rekening wordt weggenomen en dat het bouwterrein in de oorspronkelijke staat
wordt teruggebracht, dan wel om hetgeen op het bouwterrein is gerealiseerd in stand
te houden. In het laatste geval is verkoper aan koper een redelijke vergoeding
verschuldigd voor hetgeen door koper op het bouwterrein is gerealiseerd. (…)’