De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en het gezag aan haar alleen toe te wijzen. De kinderen zijn geboren in Syrië en Nederland, en de ouders zijn gescheiden sinds 2017. Sinds de echtscheiding is er vrijwel geen contact meer tussen de vader en de kinderen.
De moeder stelde dat het gezamenlijk gezag problemen veroorzaakte omdat de vader vaak geen toestemming gaf voor schoolzaken en vakanties, terwijl hij feitelijk niet betrokken is bij de verzorging en opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef het verzoek en benadrukte het belang van het weten van de afkomst van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat het Syrische recht het gezamenlijk gezag erkent en dat dit gezag ook in Nederland blijft bestaan. Gezien de langdurige afwezigheid en het niet uitvoeren van gezagsverplichtingen door de vader, achtte de rechtbank wijziging van het gezag in het belang van de kinderen. Het verzoek van de moeder werd toegewezen en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.