ECLI:NL:RBOVE:2025:7065

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
AK_24_3992_25_125
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing aanvragen omgevingsvergunning voor bouw nieuwe supermarkt met parkeergarage

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvragen van Aldi Deventer B.V. voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe supermarkt met parkeergarage aan de Hoge Hondstraat 174-178 in Deventer. Aldi is het niet eens met de afwijzingen en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft de afwijzingen beoordeeld en vastgesteld dat het college de besluiten op meerdere punten onvoldoende heeft gemotiveerd. De eerste aanvraag werd afgewezen omdat deze niet voldeed aan de regels van het bestemmingsplan met betrekking tot parkeren. Aldi voerde aan dat de parkeervraag onjuist was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de parkeervraag in de bestaande situatie niet correct was en dat de toekomstige parkeervraag ook niet goed was onderbouwd. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt het college op om nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Aldi krijgt ook een vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: ZWO 24/3992 en 25/125

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

ALDI Deventer B.V.

(gemachtigde: mr. L.J. Gerritsen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer

(gemachtigden: J.D. Oosterloo en R. Mensink).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzingen van de aanvragen van Aldi om een omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe supermarkt, inclusief parkeergarage, aan de Hoge Hondstraat 174-178 in Deventer. Aldi is het niet eens met de afwijzingen van de aanvragen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzingen van de aanvragen om een omgevingsvergunning.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de afwijzingen op meerdere punten onvoldoende heeft gemotiveerd. Aldi krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding en procesverloop

2. Aldi heeft op 14 juni 2023 een aanvraag (de eerste aanvraag) ingediend om een omgevingsvergunning, voor de bouw van supermarkt, inclusief parkeergarage, aan de Hoge Hondstraat 174-178 in Deventer.
2.1.
Het college heeft het voornemen geuit om de eerste aanvraag te weigeren.
2.2.
Aldi heeft daarop een zienswijze ingediend. Ook derden hebben een zienswijze ingediend.
2.3.
Het college heeft de eerste aanvraag geweigerd met het besluit van 17 april 2024, omdat de aanvraag niet voldoet aan de regels van het bestemmingsplan met betrekking tot parkeren en het college geen aanleiding ziet om af te wijken van het bestemmingsplan.
2.4.
Aldi heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2.5.
Aldi heeft vervolgens op 21 juni 2024 een nieuwe aanvraag (de tweede aanvraag) ingediend om een omgevingsvergunning voor de bouw van een supermarkt met parkeergarage aan de Hoge Hondstraat 174-178 in Deventer.
2.6.
Het college heeft op 7 oktober 2024 het voornemen geuit om de tweede aanvraag te weigeren.
2.7.
Aldi heeft daarop een zienswijze ingediend. Ook derden hebben een zienswijze ingediend.
2.8.
Het college is met bestreden besluit 1 van 9 oktober 2024 bij de afwijzing van de eerste aanvraag gebleven en heeft het bezwaar van Aldi ongegrond verklaard.
2.9.
Aldi heeft hiertegen beroep ingesteld. [1]
2.10.
Het college heeft met bestreden besluit 2 van 20 november 2024 de tweede aanvraag ook geweigerd, omdat de aanvraag niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan met betrekking tot parkeren en het college geen aanleiding ziet om af te wijken van het omgevingsplan.
2.11.
Aldi heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft het college verzocht om het bezwaarschrift aan de rechtbank door te zenden met het verzoek om het bezwaarschrift als beroepschrift in behandeling te nemen. [2]
2.12.
Het college heeft het bezwaarschrift doorgezonden. De rechtbank is akkoord gegaan met de behandeling van het bezwaarschrift als rechtstreeks beroep. [3]
2.13.
Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.14.
De rechtbank heeft de beroepen op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens Aldi, de gemachtigde van Aldi, de gemachtigden van het college en [naam 3] namens het college.

Beoordeling door de rechtbank

Eerste aanvraag
3. De eerste aanvraag van Aldi ziet op de bouw van een supermarkt met een bruto vloeroppervlakte (bvo) van 1335 m² en een parkeergarage met ruimte voor 49 parkeerplaatsen.
3.1.
Het college heeft de eerste aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag niet voldoet aan de regels uit het bestemmingsplan. Op de beoogde locatie geldt het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B’. Op grond van de planregels is detailhandel, en daarmee een supermarkt, toegestaan. De planregels [4] schrijven echter ook voor dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake is van een parkeerbehoefte, niet eerder wordt verleend dan nadat in voldoende mate is voorzien in parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen overeenkomstig de ‘Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen Deventer’ (Beleidsregels parkeren) en de ‘Nota parkeernormen 2013’ (Nota parkeernormen). Volgens het college wordt in dit geval niet in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen. Ter zitting is gebleken dat het fietsparkeren niet langer in de weg staat aan verlening van de vergunning, zodat deze uitspraak daarop niet verder ingaat.
3.2.
Bij de eerste aanvraag is volgens het college sprake van een parkeervraag van de supermarkt van 40,9, afgerond dus 41, parkeerplaatsen. Daarbij komen nog de 15 parkeerplaatsen die nu op het voorterrein beschikbaar zijn. Volgens het college heeft het bouwplan tot gevolg dat deze parkeerplaatsen verdwijnen en moet het verlies van deze parkeerplaatsen daarom gecompenseerd worden door Aldi. In totaal is bij de eerste aanvraag volgens het college daarom sprake van een parkeervraag van 56 parkeerplaatsen. Nu het bouwplan niet voorziet in zoveel parkeerplaatsen, wordt niet in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. Het college ziet ook geen aanleiding om op dit punt af te wijken van het bestemmingsplan.
Tweede aanvraag
4. De tweede aanvraag van Aldi ziet op de bouw van een supermarkt met een bvo van 1274 m² en een parkeergarage met ruimte voor 44 parkeerplaatsen. Het belangrijkste verschil met de eerste aanvraag is dat het ontwerp van de parkeergarage is aangepast.
4.1.
Het college heeft de tweede aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag niet voldoet aan de regels uit het omgevingsplan, onderdeel ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B’. Onder verwijzing naar dezelfde planregels [5] stelt het college dat ook in de tweede aanvraag niet in voldoende mate wordt voorzien in parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen. Ook hier geldt dat ter zitting is gebleken dat het fietsparkeren niet langer in de weg staat aan verlening van de vergunning, zodat deze uitspraak daarop niet verder ingaat.
4.2.
Bij de tweede aanvraag is volgens het college sprake van een parkeervraag van 38 parkeerplaatsen. Daarbij komen de 15 parkeerplaatsen van het voorterrein die gecompenseerd moeten worden. In totaal is bij de tweede aanvraag volgens het college daarom sprake van een parkeervraag van 53 parkeerplaatsen. Nu het bouwplan niet voorziet in zoveel parkeerplaatsen, wordt niet in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. Het college ziet ook geen aanleiding om op dit punt af te wijken van het omgevingsplan.
Toetsingskader
5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. [6]
5.1.
In dit geval is de eerste aanvraag ingediend op 14 juni 2023 en de tweede aanvraag op 21 juni 2024. Dat betekent dat in dit geval het oude recht, waaronder de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft op de eerste aanvraag. Voor de tweede aanvraag geldt dat het nieuwe recht van toepassing is.
5.2.
De rechtbank stelt vast dat de beroepen voor een groot deel overlappen. Ter zitting heeft Aldi ook bevestigd dat de beroepsgronden vergelijkbaar zijn. De rechtbank zal de beroepsgronden van Aldi voor beide beroepen daarom zoveel mogelijk gezamenlijk bespreken.
Uitwegvergunning
6. Het college heeft de vraag opgeworpen of de parkeerplaatsen in de parkeergarage in het geheel mogen worden betrokken bij de parkeerbehoefte. Volgens het college kan een eventuele uitwegvergunning namelijk niet worden verleend en zal de supermarkt daarom niet kunnen worden ontsloten. In dat geval zou evident zijn dat niet wordt voldaan aan de planregels, omdat de bouwplannen dan in het geheel niet voorzien in (feitelijke) parkeergelegenheid.
7. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat geen sprake is van onlosmakelijke samenhang tussen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een supermarkt inclusief parkeergarage en voor het realiseren van een uitweg. De aanvragen – en daarmee de beroepen – hadden daarom geen betrekking hoeven hebben op een eventuele uitwegvergunning en dit ligt daarom niet voor ter beoordeling aan de rechtbank. De rechtbank zal daarom niet beoordelen wat het college op dit punt heeft gesteld.
Parkeervraag bestaande situatie
8. Aldi voert aan dat de parkeerbalans onjuist is vastgesteld en dat het college ten onrechte uitgaat van een te hoog aantal parkeerplaatsen dat zij moet realiseren. Daartoe voert Aldi aan dat het college uitgaat van een tweetal onjuiste uitgangspunten met betrekking tot de parkeervraag in de bestaande situatie. Er is namelijk uitgegaan van een onjuiste parkeernorm voor de Kwikfit en er is uitgegaan van een onjuist aanwezigheidspercentage op de zaterdagmiddag. Volgens Aldi is Kwikfit een werkplaats en had het college daarom uit moeten gaan van een norm van 1,7; de norm die uit de Nota parkeernormen volgt voor een arbeidsintensief/bezoekersextensief bedrijf, zoals een werkplaats. Daarnaast had het college moeten uitgaan van een aanwezigheidspercentage van 100% op de zaterdagmiddag. Daarbij heeft Aldi verwezen naar een passage uit CROW-uitgave 774, waarin staat dat voor een functie als commerciële dienstverlening op zaterdagmiddag wordt uitgegaan van een aanwezigheidspercentage van 100%, indien deze op zaterdag open is, zoals de desbetreffende Kwikfit.
8.1.
De rechtbank stelt vast dat het college is uitgegaan van de parkeervraagberekeningen en parkeerbalans die Goudappel in de verkeerskundige en parkeerkundige beoordeling en de daarop volgende notities en beoordelingen heeft verricht. Goudappel heeft daarbij een parkeerbalans gemaakt, waarbij de parkeervraag van de bestaande situatie op verschillende momenten wordt afgezet tegen de parkeervraag in de nieuwe situatie. In dit geval is relevant dat bij de berekening van de huidige parkeervraag is uitgegaan van een parkeernorm van 1,0 voor de Kwikfit en dat daarbij is uitgegaan van een aanwezigheidspercentage van 60% op de zaterdagmiddag. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de parkeernorm van 1,7 per 100 m² bvo voor een arbeidsintensief/bezoekersextensief bedrijf zoals een werkplaats, zoals omschreven in de Nota parkeernormen 2013, niet passend is. Volgens het college werken bij de Kwikfit namelijk minder medewerkers per vierkante meter dan bij een gemiddeld arbeidsintensief bedrijf. Ook is gebleken dat voor een andere vestiging van de Kwikfit in de gemeente Deventer een parkeernorm van 1,0 per 100 m² bvo geldt en dat een medewerker desgevraagd heeft aangegeven dat op een werkdag gemiddeld 10 tot 12 parkeerplaatsen en op een zaterdag gemiddeld 6 tot 8 parkeerplaatsen gebruikt worden. Dat komt volgens het college ook overeen met een parkeernorm van 1,0 per 100 m² bvo.
8.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de Beleidsregels parkeren volgt dat kan worden afgeweken van de norm en een andere norm kan worden toegepast indien volstrekt helder is dat de norm niet representatief is voor het concrete geval. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college onvoldoende gemotiveerd dat de norm voor een werkplaats van 1,7 per 100 m² bvo, zoals die volgt uit de Nota parkeren, in dit concrete geval niet representatief is. Het college heeft niet kunnen concretiseren hoe veel medewerkers werken bij deze vestiging van Kwikfit en hoe dit zich verhoudt tot andere arbeidsintensieve/bezoekersextensieve bedrijven. Verder heeft het college weliswaar verwezen naar een andere Kwikfit-vestiging in Deventer, maar heeft het nagelaten te concretiseren of deze vestiging op relevante punten vergelijkbaar is met de Kwikfit aan de Hoge Hondstraat. De mondelinge mededeling van een medewerker van de Kwikfit dat gemiddeld een bepaald aantal parkeerplaatsen gebruikt wordt, vindt de rechtbank ook onvoldoende. Daaruit kan ook niet worden opgemaakt dat volstrekt helder is dat de norm in dit geval niet representatief is, terwijl dat wel het criterium is dat de Beleidsregels parkeren voorschrijven. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is uitgegaan van een parkeernorm van 1,0 per 100 m² bvo voor de Kwikfit.
8.3.
Ten aanzien van het aanwezigheidspercentage van 60% op zaterdagmiddag heeft het college enkel gewezen op de mededeling van een Kwikfit-medewerker, terwijl Aldi meermaals heeft gewezen op informatie van het CROW. Het college heeft niet gemotiveerd waarom meer waarde wordt gehecht aan een enkele (mondelinge) mededeling van een medewerker. Ook heeft het college desgevraagd niet kunnen aangeven waarom een lager aanwezigheidspercentage is aangehouden voor de zaterdagmiddag ten opzichte van een werkdagmiddag, terwijl de Kwikfit de gehele zaterdag open is. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is uitgegaan van een aanwezigheidspercentage van 60% op de zaterdagmiddag.
8.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college de (berekening van de) parkeervraag in de bestaande situatie onvoldoende heeft gemotiveerd.
Parkeervraag toekomstige situatie
9. Aldi voert aan dat het college er ten onrechte van uitgaat dat Aldi 15 parkeerplaatsen op het voorterrein zou moeten compenseren. Volgens Aldi maakt het voorterrein namelijk geen deel uit van het bouwplan en leidt het bouwplan er ook niet toe dat deze parkeerplaatsen komen te vervallen. Het bouwplan verplicht volgens Aldi niet tot een herinrichting van het voorterrein.
9.1.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat op dit moment 15 parkeerplaatsen beschikbaar zijn op het voorterrein. Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat eventuele parkeerplaatsen op het voorterrein niet beter hoeven te worden dan wat er nu feitelijk beschikbaar is.
9.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Het college heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de 15 parkeerplaatsen op het voorterrein moeten worden gecompenseerd, verwezen naar beleidsregel 1.6 uit de Beleidsregels parkeren. Deze luidt als volgt:
“De gemeente Deventer kiest als uitgangspunt dat bij de berekening van de toename van de parkeerbehoefte de parkeerbehoefte van het laatste daadwerkelijke gebruik maatgevend is, mits dat legaal dan wel uitdrukkelijk van gemeentewege gedoogd is; de behoefte van het voorlaatste gebruik mag van de nieuwe parkeerbehoefte worden afgetrokken mits dat legaal was en niet langer geleden is beëindigd dan 5 jaar voor de datum van indiening van de aanvraag om vergunning.
Indien en voor zover het nieuwbouwplan met zich meebrengt dat bestaande parkeerplaatsen verloren gaan, worden die parkeerplaatsen bij de (netto) toename van de parkeerbehoefte opgeteld.”
9.3.
De rechtbank constateert dat het bij de vraag of verloren parkeerplaatsen bij de (netto) toename van de parkeerbehoefte moeten worden opgeteld, gaat om de vraag of het nieuwbouwplan met zich meebrengt dat bestaande parkeerplaatsen verloren gaan.
9.4.
De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat het bouwplan tot gevolg heeft dat de drie parkeerplaatsen aan de rechterzijde vervallen als gevolg van het bouwplan. Deze drie parkeerplaatsen zijn immers gesitueerd voor de ingang van de nieuw te bouwen parkeergarage. In zoverre brengt het bouwplan (voor zover dit ziet op de parkeergarage) met zich dat deze parkeerplaatsen komen te vervallen.
9.5.
De rechtbank is echter van oordeel dat het college zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de bouwplannen van Aldi meebrengen dat de overige twaalf bestaande parkeerplaatsen verloren gaan. Ten aanzien van de drie parkeerplaatsen aan de linkerzijde, aan de zijde waar de laad-losplaats is ingetekend, heeft het college onvoldoende gemotiveerd dat dit betekent dat de parkeerplaatsen per definitie (moeten) komen te vervallen. De vraag of het wenselijk is om parkeerplaatsen te behouden aan de zijde waar ook (één keer per dag) een vrachtwagen zal langsrijden om te laden en lossen, kan het college niet betrekken bij de beoordeling of het bouwplan met zich brengt dat de bestaande parkeerplaatsen verloren gaan. Daarvan is de rechtbank ook niet overtuigd. Ten aanzien van de negen haakse parkeerplaatsen is de rechtbank van oordeel dat het college op dit punt onvoldoende gemotiveerd dat deze komen te vervallen. Het college heeft gesteld dat deze parkeerplaatsen moeten komen te vervallen, omdat er een stoep of verplichte voetgangerszone zal moeten komen voor de ingang, maar heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat dit een verplichte wijziging op het voorterrein moet zijn. Dat dit een wenselijke invulling van het voorterrein zou zijn, betekent immers niet dat het bouwplan met zich brengt dat deze negen parkeerplaatsen verloren gaan.
9.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat Aldi in de toekomstige situatie vijftien parkeerplaatsen zal moeten compenseren. In zoverre is de berekening van de toekomstige parkeervraag daarom onvoldoende gemotiveerd.
Parkeerplaatsen in de parkeergarage
10. Aldi voert aan dat het college ten onrechte heeft beoordeeld of de parkeergarage aan de geldende NEN-normen voldoet. Volgens Aldi mag het college slechts toetsen aan de eisen die het bestemmingsplan (dan wel het omgevingsplan) daaraan stelt en gaat het in dit geval om de vraag of de ruimte van de parkeergarage groot genoeg is om het vereiste aantal parkeervakken te realiseren overeenkomstig de vereiste maatvoering. Ter onderbouwing wijst Aldi op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 maart 2023. [7]
10.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 284.5.1, onder a, van het bestemmingsplan (dan wel het omgevingsplan) bepaalt het volgende:
“Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake is van een parkeerbehoefte, wordt niet eerder verleend dan nadat in voldoende mate is voorzien in parkeergelegenheid voor auto's en fietsen , overeenkomstig de 'Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen Deventer’ (2015) en de 'Nota parkeernormen 2013';
10.2.
Beleidsregel 1.2 van de Beleidsregels parkeren luidt als volgt:
“De maatvoering van de parkeervoorzieningen, alsmede het ontwerp van de parkeergelegenheid zal moeten voldoen aan gangbare richtlijnen op het gebied van de inrichting van parkeerplaatsen. Dit is in eerste instantie het handboek openbare ruimte van de Gemeente Deventer en vervolgens NEN 2443, uitgave 2013”
10.3.
De rechtbank is van oordeel dat het college bij de vraag of wordt voldaan aan de planregels met betrekking tot parkeren, heeft mogen betrekken of de parkeergarage voldoet aan de geldende NEN-normen. Het bestemmingsplan schrijft immers voor dat beoordeeld moet worden of in voldoende mate wordt voorzien in parkeergelegenheid, overeenkomstig (onder meer) de Beleidsregels parkeren. De beleidsregel bepaalt vervolgens dat zowel de maatvoering van de parkeervoorzieningen als het ontwerp van de parkeergelegenheid zal moeten voldoen aan gangbare richtlijnen, waaronder NEN 2443. De vergelijking van Aldi met de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2023 gaat daarom niet op. In die zaak schreef het bestemmingsplan namelijk expliciet voor dat voldoende ruimte moest zijn aangebracht ten behoeve van het parkeren van auto’s. Dat is niet hetzelfde als het criterium uit het onderhavige bestemmingsplan, namelijk het in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid overeenkomstig de Beleidsregels parkeren.
10.4.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de parkeergarage van de eerste aanvraag niet voldoet aan de geldende NEN-normen.
10.5.
Tussen partijen is wel in geschil of de parkeergarage van de tweede aanvraag voldoet aan de geldende NEN-normen. Aldi heeft in haar beroepschrift en ter zitting gesteld dat (het ontwerp van) de parkeergarage wel voldoet aan de NEN-normen. Zij heeft in dat kader gewezen op afbeeldingen uit de NEN en op de tekeningen van het ontwerp van de garage. Naar het oordeel van de rechtbank is dit echter onvoldoende, gelet op de onderbouwing van het college met de rapporten en notities van Goudappel dat niet aan de geldende NEN-normen wordt voldaan. Het had op de weg van Aldi gelegen om concreet, met een deskundigenrapport, te onderbouwen dat wel aan de NEN-normen wordt voldaan. Nu zij dat heeft nagelaten, gaat de rechtbank ervan uit dat de parkeergarage (op onderdelen) niet voldoet aan de geldende NEN-normen.
10.6.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college bij de beoordeling heeft mogen betrekken of de parkeergarage voldoet aan de NEN-normen en dat het college zich voor beide aanvragen op het standpunt heeft mogen stellen dat deze niet voldoen aan de geldende normen.

Conclusie en gevolgen

11. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten op verschillende punten onvoldoende zijn gemotiveerd. Het college heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd wat de parkeervraag in de bestaande situatie is en ook wat de parkeervraag van Aldi in de toekomstige situatie is. Dat betekent dat onvoldoende duidelijk is hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden door Aldi. Het college zal dit opnieuw moeten beoordelen en moeten motiveren. Vervolgens zal het college moeten beoordelen of dit benodigde aantal parkeerplaatsen gerealiseerd kan worden in de parkeergarage en dus of de bouwplannen in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. Daarbij mag het college betrekken of de parkeergarage voldoet aan de geldende NEN-normen. Afhankelijk van het antwoord op de vraag of het bouwplan in voldoende mate voorziet in parkeergelegenheid, zal het college mogelijk nog moeten beoordelen of er aanleiding bestaat om af te wijken van de planregels die zien op het parkeren. Als het college die beoordeling moet maken, moet zij daarbij betrekken het gegeven dat een supermarkt, met alles wat daar in ruimtelijk opzicht bij komt kijken, ook qua bezoekers en verkeer, op deze locatie planologisch is toegestaan.
11.1.
Omdat de beroepen gegrond zijn, vernietigt de rechtbank de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen, omdat er meerdere aspecten zijn waar het college eerst opnieuw onderzoek naar zal moeten doen.
11.2.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het college nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het college zal een nieuw besluit op het bezwaar moeten nemen ten aanzien van de eerste aanvraag. Ten aanzien van de tweede aanvraag zal het college een nieuw besluit op de aanvraag moeten nemen.
11.3.
Omdat de beroepen gegrond zijn, moet het college het griffierecht aan Aldi vergoeden en krijgt Aldi ook een vergoeding van haar proceskosten.
Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van Aldi twee beroepschriften heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt bestreden besluit 1;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- vernietigt bestreden besluit 2;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op de tweede aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 756,- aan Aldi moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan Aldi.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier, uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 24/3992.
2.Zoals bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 25/125.
4.Artikelen 284.5.1 tot en met 284.5.3.
5.Artikelen 284.5.1 tot en met 284.5.3.
6.Op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet.