Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
[verdachte] piemel likken” dan wel “
Piemel en [verdachte] in de mond”. Gelet daarop acht de rechtbank, met inachtneming van hetgeen hiervoor reeds is overwogen, ook het onder feit 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
steedsweer zijn eigen seksuele behoefte vooropgesteld. Ook heeft hij door pornografische foto’s van haar te maken, misbruik gemaakt van zijn eigen jonge dochter die niet alleen volledig afhankelijk was, maar haar vader ook onvoorwaardelijk had moeten kunnen vertrouwen. Verdachte heeft dit ook dit vertrouwen op een onherstelbare manier geschonden.
7.De schade van benadeelden
Immaterieel
Materieel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,--, (zegge: twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 135 (honderdvijfendertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.250,-- (zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 22 (tweeëntwintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 400,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een op naam van [kind 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2018) te openen bankrekening met een BEM-clausule;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.500,--, (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 september 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 122 (honderd tweeëntwintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;