Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:7195

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
ak_25_2157
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens voorzienbaarheid en spaargeld

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing van haar woning in een andere plaats naar een adres in Almelo. Het college van burgemeester en wethouders van Almelo heeft deze aanvraag afgewezen omdat de verhuiskosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en voorzienbaar waren. Eiseres was al 3,5 jaar ingeschreven als woningzoekende en had voldoende spaargeld om de verhuiskosten te betalen.

Eiseres voerde aan dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege overlast en gezondheidsklachten en dat zij haar spaargeld en een belastingteruggave had gebruikt voor de verhuizing, waardoor zij nu geen spaargeld meer heeft. Zij stelde dat het college niet de menselijke maat toepaste en vroeg compensatie voor een datalek.

De rechtbank oordeelt dat de verhuizing weliswaar noodzakelijk was, maar dat de kosten voorzienbaar waren en eiseres deze uit haar spaargeld kon voldoen. De rechtbank volgt het college in de afwijzing van de aanvraag en wijst het beroep af. Het verzoek om compensatie voor het datalek valt buiten de reikwijdte van deze procedure.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoedingen af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand voor verhuiskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2157

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats 1], eiseres

(gemachtigde: mr. M.P. Smit),
en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo, het college

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand terecht heeft afgewezen
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 2 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
2.2
De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres woonde in [woonplaats 2] en is op 7 maart 2025 verhuisd van [woonplaats 2] naar [woonplaats 1] ([adres 1]).
Op 9 maart 2025 heeft eiseres bij het college een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor eerste/dubbele huur (€ 998,42) en het opknappen (€ 1.000,-) en inrichten (€ 749,99) van de woning.
Het standpunt van het college
4. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand afgewezen. Volgens het college zijn de gevraagde kosten niet individueel noodzakelijk en vloeien de kosten niet voort uit bijzondere omstandigheden. Het college begrijpt dat het wenselijk was om te verhuizen maar er was geen sprake van een plotselinge- en onverwachte verhuizing. Eiseres heeft daarom voor de kosten van de verhuizing kunnen sparen en heeft dit ook gedaan. Eiseres had op 5 maart 2025 een saldo op haar spaarrekening ter hoogte van € 3.629,74. Er is geen sprake van individuele bijzondere omstandigheden omdat eiseres de kosten zelf kon voldoen uit haar spaargeld. Het college ziet verder geen reden om alsnog bijzondere bijstand te verstrekken.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres voert aan dat sprake was van een noodzakelijke verhuizing naar [woonplaats 1] omdat zij in [woonplaats 2] overlast ervaarde die leidde tot gezondheidsklachten. Eiseres wijst op de voorgeschiedenis en haar medische problematiek. Eiseres heeft de kosten kunnen voldoen omdat zij over een aantal jaren met terugwerkende kracht belastingaangifte heeft gedaan en daaruit een teruggave heeft ontvangen. De teruggave en haar spaargeld waren echter bedoeld om extra kosten vanwege haar ziekte te compenseren. Eiseres heeft geen spaargeld meer over. Volgens eiseres past het college niet de menselijke maat toe. Zoals ook blijkt uit de rapportage bijzondere bijstand van 2 april 2025 komt eiseres niet in aanmerking voor een lening bij de Stadsbank vanwege een schuld bij Menzis met aflosverplichting. Het college zou gelet op een en ander minstens bijstand moeten verlenen voor de kosten van de eerste (dubbele) huur. Eiseres merkt nog op dat het college een datalek heeft veroorzaakt door correspondentie in deze zaak naar een oud adres te versturen ([adres 2] [woonplaats 1]). Eiseres wenst compensatie voor deze inbreuk op haar privacy.
Het beoordelingskader
6. Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW [1] moet eerst worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte moet worden beoordeeld of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandverlenende instantie een zekere beoordelingsruimte.
Het oordeel van de rechtbank
7. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand terecht heeft afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Eiseres heeft in de periode dat zij in [woonplaats 2] woonde overlast ervaren vanuit haar buurman en er hebben zich incidenten voorgedaan waardoor eiseres zich daar niet meer veilig voelde. De stressvolle situatie heeft volgens eiseres weerslag gehad op haar gezondheid. De rechtbank begrijpt gelet hierop dat de verhuizing naar [woonplaats 1], althans uit haar woning in [woonplaats 2], voor eiseres noodzakelijk was. Echter volgt de rechtbank het college in het standpunt dat de kosten waarvoor eiseres bijzondere bijstand heeft aangevraagd voorzienbaar waren. Zo volgt uit de beleidsregels van het college [2] dat voor het bepalen van de voorzienbaarheid van de verhuizing onder andere de inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang is. In dat kader heeft het college terecht tegengeworpen dat eiseres reeds 3,5 jaar stond ingeschreven als woningzoekende in [woonplaats 1] en dat zij in die periode voor de kosten van de verhuizing heeft kunnen reserveren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Omdat de kosten voor de verhuizing niet onverwacht of acuut nodig waren, zijn de kosten van dubbele huur en het opknappen en inrichten van de woning dat evenmin.
8. De rechtbank merkt verder nog op dat niet gebleken is dat eiseres geld heeft moeten lenen om de dubbele huur te betalen. Het college heeft er vanuit kunnen gaan dat eiseres deze kosten heeft kunnen voldoen uit haar spaargeld. Dat een belangrijk deel van het geld op haar bankrekening een min of meer toevallige belastingteruggave betrof, maakt dit niet anders. Voor zover eiseres stelt dat zij een laag inkomen heeft, heeft het college terecht opgemerkt dat eiseres een WIA-uitkering ontvangt en dat de hoogte van de uitkering ruim 100 euro meer bedraagt dan de voor haar geldende bijstandsnorm. De rechtbank begrijpt dat het teleurstellend is voor eiseres dat zij de teruggave en haar spaargeld heeft moeten gebruiken voor deze kosten maar de enkele stelling dat zij dit geld liever anders had besteed, leidt niet tot een bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college had moeten overgaan tot toekenning van bijzondere bijstand.
9. Voor zover namens eiseres een beroep is gedaan op het evenredigheidsbeginsel door een beroep te doen op de menselijke maat, kan zij daarin niet worden gevolgd. Het gaat hier om een dwingendrechtelijke bepaling in een wet in formele zin. Er is geen reden om aan te nemen dat toepassing van deze wetsbepaling in het geval van eiseres leidt tot gevolgen die door de wetgever bij de totstandkoming van de wet niet onder ogen zijn gezien.
10. De rechtbank is verder nog van oordeel dat het verzoek van eiseres om compensatie vanwege een datalek buiten de omvang van dit geding valt. Voor zover eiseres stelt dat zij schade heeft geleden als gevolg van de onjuiste postbezorging moet zij zich bij het college melden met een verzoek om schadevergoeding.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.L.M. Celie, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Participatiewet.
2.Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020.