ECLI:NL:RBOVE:2025:7279

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11534059 \ CV EXPL 25-407
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs van schade door Visco

In deze civiele procedure heeft partij A gesteld dat Visco schade aan de gevel van haar pand heeft veroorzaakt. Na een tussenvonnis waarin partij A werd uitgenodigd om nieuw beeldmateriaal te overleggen, bracht zij drie schriftelijke verklaringen in. Deze verklaringen betroffen een werknemer en een bezorger van partij A, alsmede een anonieme verklaring van een winkeleigenaar.

Visco betwistte de juistheid van deze verklaringen en leverde bewijs aan in de vorm van een mail van een sales manager en ritregistraties van de chauffeur. Hieruit bleek dat de chauffeur op de dag van de vermeende schade de goederen al had afgeleverd en daarna bij een andere klant was. Partij A heeft niet gereageerd op deze producties.

De kantonrechter oordeelt dat partij A onvoldoende heeft onderbouwd dat Visco de schade heeft veroorzaakt. De anonieme verklaring is niet voldoende, zeker gezien de gemotiveerde betwisting door Visco en het ontbreken van reactie van partij A. Het verzet van partij A tegen het verstekvonnis wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis grotendeels bekrachtigd. De proceskosten worden aan partij A opgelegd.

Uitkomst: De vordering van partij A tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat Visco de schade heeft veroorzaakt.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11534059 \ CV EXPL 25-407
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
[partij A] H.O.D.N. [bedrijf],
wonende te [woonplaats], zaakdoende te [vestigingsplaats],
oorspronkelijk gedaagde partij in conventie,
opposante in het verzet, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: Wiggers Gerechtsdeurwaarders,
tegen
VISGROOTHANDEL VISCO B.V.,
gevestigd te Urk,
oorspronkelijk eisende partij in conventie,
geopposeerde in het verzet, gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: Visco,
gemachtigde: [gemachtigde].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 juli 2025,
- de akte van [partij A] met producties,
- de akte van Visco met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Samenvatting

In het tussenvonnis van 22 juli 2025 is [partij A] in de gelegenheid gesteld om haar stelling dat Visco de schade aan de gevel van haar pand heeft veroorzaakt nader te onderbouwen met het in het geding brengen van nieuw beeldmateriaal. In dit eindvonnis zal de kantonrechter toelichten dat [partij A] haar stelling met het in het geding brengen van drie schriftelijke verklaringen onvoldoende heeft onderbouwd. Daarom zal de vordering van [partij A] in reconventie worden afgewezen. Daarnaast zal de kantonrechter, zoals al in het tussenvonnis is overwogen en beslist, het vonnis waartegen [partij A] in verzet is gekomen grotendeels in stand laten.

3.De verdere beoordeling

in oppositie/in conventie
3.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Het verzet van [partij A] wordt dan ook ongegrond verklaard en het verstekvonnis zal worden bekrachtigd, met dien verstande dat aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van
€ 401,00 toewijsbaar is in plaats van het toegewezen bedrag van € 414,00. In het verstekvonnis is een totaalbedrag van € 3.348,18 toegewezen waarin ook een bedrag van € 414,00 aan buitengerechtelijke incassokosten is opgenomen. Nu € 401,00 aan buitengerechtelijk incassokosten kan worden toegewezen, moet [partij A] een totaalbedrag van € 3.335,18 betalen in plaats van het bij verstek toegewezen bedrag van € 3.348,18.
3.2.
[partij A] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in deze verzetprocedure (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Visco worden begroot op:
- salaris gemachtigde
476,00
(2 [1] punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
595,00
in reconventie
3.3.
In het tussenvonnis is [partij A] in de gelegenheid gesteld om haar stelling dat Visco de schade aan de gevel van haar pand heeft veroorzaakt nader te onderbouwen met het in het geding brengen van nieuw beeldmateriaal waarop zij zich tijdens de mondelinge behandeling had beroepen.
3.4.
Bij akte heeft [partij A] aangegeven dat het tijdens de mondelinge behandeling genoemde beeldmateriaal toch te weinig houvast biedt om eenduidig te kunnen vaststellen wie de schade heeft veroorzaakt aan haar pand. In plaats daarvan heeft [partij A] drie schriftelijke verklaringen in het geding gebracht. Het gaat daarbij om een schriftelijke verklaring van een werknemer van [partij A] en van een bezorger die destijds werkzaam was voor [partij A]. Ook heeft [partij A] een schriftelijke verklaring overgelegd van een winkeleigenaar in het winkelcentrum waar [partij A] is gevestigd. In deze laatste (anonieme) verklaring staat, voor zover van belang, opgenomen:
‘‘Op 06 april 2024 hebben wij onze zaak om 09:00 uur geopend, ik en personeelsleden waren allemaal aan het werk, maar toen kwam de bezorger ook op 06 april 2024 met een bus, voor [bedrijf] geparkeerd, en hij ging de producten naar binnen bezorgen.
Maar rond 10:30 -10:50 uur horen we ineens een keiharde knal, en het alarm ging ook af wij waren ontzettend geschrokken daarvan en we zijn direct naar buiten gegaan, we keken en zagen een jonge jongen druk bezig als een timmerman met de deur, ik ben naar hem toe gelopen en ik heb voor de zekerheid gevraagd van welke bedrijf ben jij, en waarom gooi je de deur zo hard, dat het alarm daarvan is afgegaan, en dat daardoor de pui naar buiten geschoven is, natuurlijk gaat de nu deur moeilijk op slot.
Hij zei: ik ben van visco, ik moet het zo snel mogelijk van mijn baas bezorgen, en daarna naar de volgende klanten gaan. Hij zei tegen mij a.u.b. niks zeggen, anders krijg ik problemen met mijn baas, ik heb de deur nu op slot gekregen, maar de pui is wel scheef nu, het is nu goed zo. Maar het was niet goed! ik heb ook de buren daarvoor gebeld, en de buren zijn ook later aangekomen, en zijn de hele tijd bij met de deur bezig geweest om het open te krijgen.’’
3.5.
Bij akte heeft Visco aangevoerd dat de schriftelijke verklaringen van de werknemer en voormalig bezorger van [partij A] onjuist zijn. Volgens Visco zijn de verklaringen achteraf in elkaar gezet met informatie die bekend is bij partijen. Verder heeft Visco aangevoerd dat ook de anonieme verklaring niet klopt. Volgens Visco had de chauffeur van Visco al ruim voor het in die verklaring genoemde tijdstip de goederen bij [partij A] afgeleverd en was hij ook niet meer aanwezig bij [partij A]. Ter onderbouwing hiervan heeft Visco verwezen naar een mail van [naam], de sales manager binnen Visco en de ritregistratie van de chauffeur van Visco die op 6 april 2024 de goederen bij [partij A] heeft bezorgd. In de ritregistratie staat aangegeven dat Visco op 6 april 2024 rond 10:07:57 bij [partij A] daadwerkelijk aanwezig is geweest. Om 10:21:43 was de chauffeur van Visco al bij een andere klant de bestellingen voor die klant aan het afleveren, aldus Visco.
3.6.
Vervolgens is [partij A] in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door Visco ingebrachte producties. Van deze gelegenheid heeft [partij A] geen gebruik gemaakt.
3.7.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat Visco betwist heeft dat zij de schade heeft veroorzaakt aan het pand van [partij A], had het op de weg van [partij A] gelegen om haar stelling nader te onderbouwen. De overgelegde schriftelijke verklaringen van de werknemer en de voormalig bezorger van [partij A] zijn hiervoor onvoldoende. De inhoud van deze verklaringen zijn vergelijkbaar met de verklaringen die [partij A] al eerder bij de verzetdagvaarding heeft overgelegd. Buiten het gegeven dat het in alle gevallen gaat om verklaringen van (oud)-werknemers van [partij A] volgt hieruit enkel dat [partij A] het pand een dag eerder zonder schade heeft achtergelaten. Dat maakt echter nog niet dat kan worden aangenomen dat Visco de schade aan het pand heeft veroorzaakt. De enige schriftelijke verklaring die hierover iets zegt, is de verklaring van een winkeleigenaar in het winkelcentrum waar [partij A] is gevestigd die anoniem wenst te blijven. Deze persoon schrijft te hebben gezien dat de schade op 6 april 2024 rond 10:30 - 10:50 door een bezorger van Visco is veroorzaakt. Alleen deze anonieme schriftelijke verklaring is echter niet genoeg om de vordering tot schadevergoeding van [partij A] te toe wijzen. Daarbij weegt mee dat Visco gemotiveerd heeft betwist dat de inhoud van de anonieme verklaring juist is nu de chauffeur van Visco bij [partij A] de goederen om 10:07:57 heeft afgeleverd en al om 10:21:43 bij een andere klant aanwezig was. Vervolgens heeft [partij A] dit niet weersproken, omdat zij niet heeft gereageerd op de producties bij de akte. In dit licht bezien heeft [partij A] haar stelling dat Visco de schade aan haar pand heeft veroorzaakt onvoldoende onderbouwd. De door [partij A] gevorderde schade zal dan ook worden afgewezen.
3.8.
[partij A] is ook in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Visco worden begroot op:
- salaris gemachtigde
101,25
(1,5 [2] x factor 0,5 x € 135,00)
Totaal
101,25

4.De beslissing

De kantonrechter
in oppositie/in conventie
4.1.
verklaart het verzet ongegrond,
4.2.
bekrachtigt het door de kantonrechter op 17 december 2024 onder zaaknummer 11452313 CV EXPL 24-4462 gewezen verstekvonnis, met dien verstande dat een bedrag van € 401,00 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar is,
4.3.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van de verzetprocedure van € 595,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
4.5.
wijst de vordering van [partij A] af,
4.6.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 101,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Voetnoten

1.Conclusie van antwoord 1 punt, mondelinge behandeling 1 punt.
2.Mondelinge behandeling 1 punt, akte na tussenvonnis 0,5 punt.