ECLI:NL:RBOVE:2025:7283

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11738241 \ CV EXPL 25-1847
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:405 lid 2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst voor kapwerkzaamheden aan bomen in verhuurde woning

Eiser, een ondernemer in tuinaanleg en aanverwante werkzaamheden, voerde in juni 2024 kapwerkzaamheden uit aan bomen in de tuin van een verhuurde woning van gedaagde. Hoewel gedaagde betwistte dat een opdracht was gegeven, toonde de rechter aan de hand van WhatsApp-berichten en telefonische communicatie aan dat er een overeenkomst van opdracht tot stand was gekomen.

De communicatie tussen partijen toonde aan dat gedaagde expliciet toestemming gaf voor het snoeien en later het kappen van bomen, en zelfs bevestigde dat hij op de hoogte was van de werkzaamheden. Gedaagde stelde dat hij de schutting en bomen zelf zou verzorgen, maar deze stelling werd niet voldoende onderbouwd en strookte niet met de feitelijke communicatie.

De kantonrechter stelde vast dat eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de opdracht en dat gedaagde het redelijke loon van €500 voor de werkzaamheden verschuldigd is, ondanks het ontbreken van een schriftelijke offerte. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf de vervaldatum en proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente en proceskosten wegens het kappen van bomen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 11738241 \ CV EXPL 25-1847
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
[eiser] h.o.d.n. [bedrijf],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser].
gemachtigde: Busscher deurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 juni 2025,
- de conclusie van antwoord van 10 juni 2025 met het aanvullende antwoord per e-mail van 10 juni 2025,
- de e-mail met producties van 6 november 2025 namens [eiser],
- de mondelinge behandeling van 7 november 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. [eiser] is bij de mondelinge behandeling in persoon verschenen zonder zijn gemachtigde.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
[eiser] heeft bomen gekapt in de tuin van de verhuurde woning van [gedaagde]. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor een factuur gestuurd. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. Volgens [gedaagde] is geen overeenkomst van opdracht tot stand gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen en dat [gedaagde] de factuur moet betalen. De kantonrechter legt hierna uit waarom.

3.De feiten

3.1.
[eiser] drijft een eenmanszaak die zich onder andere toelegt op overkappingen, zonnepanelen, dakbedekking en tuinaanleg.
3.2.
[gedaagde] heeft naast zijn woning in [plaats 1] een woning aan het [adres 1] die hij verhuurt.
3.3.
Van mei 2024 tot juli 2024 hebben [eiser] en [gedaagde] telefonisch en per WhatsApp met elkaar gesproken over door [eiser] te verrichten werkzaamheden bij de privéwoning van [gedaagde] in Zwolle en bij de woning in [plaats 2].
3.4.
Op 29 mei 2024 heeft [eiser] [gedaagde] een offerte gestuurd voor een bedrag van € 2.753,96 voor het plaatsen van een schutting bij de privéwoning van [gedaagde] op het adres [adres 2].
3.5.
In de WhatsApp-gesprekken tussen [eiser] en [gedaagde] is – voor zover hier van belang – het volgende besproken:
21-06-2024
[[gedaagde]]: [eiser] de achterste bomen mag je wel snoeien. Zijn te groot.
[[eiser]]: Ok ik zal kijken wat ik doen kan.
(…)
24-06-2024
[[eiser]]: Verhuren ze niet helaas.
[[eiser]]: Ik kom wel een keer terug en [naam 1] heeft er anders ook wel 1.
[[gedaagde]]: Is goed jammer.
[[eiser]]: Ja echt wel. Is ook niet echt dichtbij voor mij.
[[gedaagde]]: [eiser] vraag bin [naam 2]. Die hebben het vast wel.
[[eiser]]: Ben al onderweg helaas. Bedankt voor het mee denken. Ik ga wel terug. Is niet anders.
[[gedaagde]]: Is goed.
26-06-2024
[[eiser]]: Hoi [gedaagde]. Morgen ga ik er weer heen. Zaag is gemaakt.
[[gedaagde]]: Is goed [eiser].
27-06-2024
[[eiser]]: foto.
[[gedaagde]]: [naam 1] had al een foto gestuurd :) ik kan eindelijk de tuin zien. Best groot.
[[gedaagde]]: Nu de schutting nog.
(…)
[[gedaagde]]: [naam 1] gaat volgende week de tuin egaliseren.
3.6.
[eiser] heeft de bomen in de tuin van de woning in [plaats 2] in de periode tussen 22 en 27 juni 2024 gekapt.
3.7.
Op 14 juli 2024 heeft [eiser] [gedaagde] per e-mail een offerte gestuurd voor een bedrag van € 1.453,48 voor het plaatsen van een schutting bij de verhuurde woning aan het adres [adres 1].
3.8.
Op 28 juli 2024 heeft [eiser] [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.501,61 voor het kappen van de bomen.
3.9.
Op 15 augustus 2024 heeft [eiser] [gedaagde] een aangepaste factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.320,11 voor het kappen van de bomen.
3.10.
Op 10 december 2024 heeft [eiser] [gedaagde] een aangepaste factuur gestuurd voor een bedrag van € 500,00.
3.11.
[eiser] en [gedaagde] hebben telefonisch en per WhatsApp met elkaar gesproken over de factuur, omdat [gedaagde] het niet eens was met de factuur. In deze WhatsApp-gesprekken tussen [eiser] en [gedaagde] is – voor zover hier van belang – het volgende besproken:
19-08-2024
[[gedaagde]]: Goedenavond [eiser],
Ik ben het niet eens met je factuur. Ik heb een offerte voor de schutting van je ontvangen. Ik heb toen doorgegeven dat 1 boom in de weg zat om die te verwijderen en 1 midden in de tuin te verwijderen en achter de tuin te snoeien. Na je offerte van de schutting heb ik besloten de schutting zelf te plaatsen. Daarna heb jij in plaats ban 2 bomen, alle bomen in de tuin en 2 bomen van de buren verwijderd. Ik heb nooit een offerte van je ontvangen voor deze klus en ik heb geen opdracht gegeven om alle bomen te verwijderen. Sorry maar dit is je eigen fout. Voor de 2 bomen die je hebt verwijderd wil ik je wel €300 euro betalen. Als je akkoord gaat maak ik het morgen over (…).
[[eiser]]: Hoi [gedaagde].
Ik weet wat u gezegd heeft en ik weet van mezelf dat ik een persoon ben die dat ook toe kan geven.
U heeft aangegeven dat u idd de achterste bomen wat gesnoeid wilde hebben.
Daarmee kan ik u tegemoet komen.
U heeft het niet gehad over 2 bomen weg halen.
Laatst bent telefonisch akkoord gegaan met 3 uur eraf.
De takken van de bomen waren zo lang dat ze bij het omzagen verstrikt raakte in de overige bomen. Dat maakte het heel lastig werken.
Ook wilde u telefonisch 500 euro minder betalen en later zijn we het eens geworden om er 3 uur af te halen. (…).
30-08-2024
[[gedaagde]]: Hallo [eiser], afspraak was offerte schutting en telefonisch afgesproken 2 bomen weghalen en achter snoeien. Ik heb de offerte niet ondertekend want ik heb je doorgegeven dat ik de schutting zelf ga doen dus ook de bomen. Maar je hebt alle bomen en 2 bomen van de buren verwijderd. Toch wil ik je voor die 2 bomen betalen. Ik wacht op je akkoord en factuur van € 300,00. (…).
23-09-2024
[[gedaagde]]: Hallo [eiser], je kunt eind october € 500,00 bij mij komen ophalen.
(…)
09-12-2024
[[gedaagde]]: Ik betaal je dit vrijwillig. Ik heb geen getekende offerte of factuur. Ik kom je tegemoet. Ik hoef je eigenlijk helemaal niks te betalen. Max. € 300.
05-05-2025
[[gedaagde]]: Beste [eiser] ,
Zoals eerder aangegeven was mijn aanbod van € 500 uitsluitend uit coulance en zonder erkenning van enige betalingsverplichting.
Gezien de gang van zaken en het feit dat er geen opdracht of offerte is geweest, trek ik hierbij mijn coulancebod formeel in.
Ik acht mij niet aansprakelijk voor de kosten van de werkzaamheden die zonder mijn toestemming zijn uitgevoerd. (…).
3.12.
Op 10 december 2024 heeft [eiser] [gedaagde] een herinnering gestuurd om de factuur voor een bedrag van € 500,00 binnen veertien dagen te betalen.
3.13.
Op 8 januari 2025, 19 februari 2025, 3 maart 2025 en 12 maart 2025 heeft de deurwaarder [naam 3] [gedaagde] aangemaand tot betaling van de factuur voor een bedrag van € 500,00 vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten.
4.2.
[eiser] legt aan de gevorderde hoofdsom – samengevat – het volgende ten grondslag. Tussen hem en [gedaagde] is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen voor het kappen van de bomen. Hij heeft met een collega 20 uur gewerkt tegen het vooraf besproken uurtarief van € 50,00.
4.3.
[gedaagde] betwist dat er met [eiser] een overeenkomst tot stand is gekomen. Hij heeft [eiser] geen opdracht gegeven om de bomen te kappen en te snoeien. De offerte voor het plaatsen van de schutting in [plaats 2] vond [gedaagde] namelijk te duur. [gedaagde] heeft [eiser] gebeld en aangegeven dat hij de schutting zelf zou plaatsen, en ook zelf de bomen zou kappen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Er is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen

5.1.
De kantonrechter is van oordeel dat tussen [eiser] en [gedaagde] een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.
5.2.
[eiser] vordert betaling van de factuur van € 500,00 ter vergoeding van de werkzaamheden voor het kappen van de bomen. Het is in dat kader aan [eiser] feiten te stellen (en zonodig te bewijzen) waaruit volgt dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. [eiser] heeft onder verwijzing naar de gesprekken van partijen en de whatsapp-berichten voldoende gemotiveerd toegelicht dat hij van [gedaagde] de opdracht heeft gekregen om de bomen te kappen. Hij kon in ieder geval de berichten van [gedaagde] zo opvatten. [gedaagde] geeft namelijk op 21 juni 2024 aan dat [eiser] de achterste bomen wel mag snoeien. [eiser] heeft hierop geantwoord dat hij zal kijken wat hij kan doen. Hierna is gesproken over de kapotte zaag en op 26 juni 2024 heeft [eiser] aangegeven dat hij morgen weer naar [plaats 2] gaat, omdat de zaag gemaakt is. Hierop heeft [gedaagde] geantwoord dat dat goed is. Op 27 juni 2024 heeft [eiser] nog een foto gestuurd van de tuin na het kappen van de bomen. Daarop heeft [gedaagde] geantwoord dat hij eindelijk de tuin kan zien en dat de schutting nog moet. Ook geeft [gedaagde] aan dat de aannemer ([naam 1]) volgende week begint met het egaliseren van de tuin. Met deze Whatsapp-gesprekken heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat [eiser] er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat er een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen ten aanzien van het kappen van de bomen. [gedaagde] heeft dit vervolgens niet voldoende gemotiveerd weersproken.
5.3.
[gedaagde] heeft weliswaar tijdens de mondelinge behandeling een andere lezing van de gang van zaken gegeven, maar die lezing heeft hij niet onderbouwd en die lezing is niet in lijn met de WhatsApp-gesprekken tussen [gedaagde] en [eiser]. [gedaagde] heeft met zijn toelichting de stellingen van [eiser] dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft toegelicht dat partijen per telefoon en WhatsApp hebben gesproken over een boom aan de linkerkant en de rechterkant en enkele bomen in het midden van de tuin, die in de weg stonden voor het plaatsen van de schutting. Toen [gedaagde] de offerte van [eiser] had ontvangen heeft hij aangegeven dat hij de schutting zelf zou plaatsen, en ook zelf de bomen zou kappen. Hierna kwam de aannemer om de grond in de tuin te egaliseren. [gedaagde] heeft toegelicht dat hij dacht dat [eiser] alleen maar in [plaats 2] was om de aannemer te helpen en niet om een rechtstreekse opdracht voor [gedaagde] uit te voeren. Toen [eiser] belde over een kapotte zaag dacht [gedaagde] dat dit nodig was voor de werkzaamheden voor het egaliseren van de grond. Deze lezing strookt niet met de verwachtingen die [eiser] mocht ontlenen aan de gesprekken en WhatsApp-berichten. Daaruit blijkt namelijk dat [gedaagde] pas heeft gesproken over het zelf plaatsen van de schutting na het kappen van de bomen en het contact van partijen daarover. Bovendien geeft [gedaagde] zelf na het kappen van de bomen aan dat het egaliseren volgende week begint. Dit strookt dan ook niet met de toelichting van [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling dat hij dacht dat [eiser] aanwezig was om de aannemer te helpen met egaliseren.
5.4.
Samengevat mocht [eiser] uit de gesprekken en WhatsApp berichten afleiden dat [gedaagde] wilde dat hij de bomen zou kappen. [gedaagde] was er ook van op de hoogte dat [eiser] dat ging doen. Hij kon er van uitgaan dat [eiser] daar kosten voor in rekening zou brengen gelet op het feit dat [eiser] ook al een eerdere offerte had uitgebracht voor het verrichten van werkzaamheden. Dat [gedaagde] vervolgens voor deze opdracht geen schriftelijke offerte heeft getekend, is niet genoeg voor een ander oordeel. Vervolgens moet worden beoordeeld welk bedrag [gedaagde] moet betalen voor de werkzaamheden. Partijen hebben voorafgaand aan het kappen van de bomen namelijk niet expliciet gesproken over een prijs voor de werkzaamheden met betrekking tot het kappen van de bomen. Op grond van artikel 7:405 lid 2 BW Pro is [gedaagde] het redelijke loon verschuldigd. [eiser] heeft gemotiveerd toegelicht dat € 500,00 een redelijk loon is voor de werkzaamheden. Hij is met een collega in totaal 20 uur bezig is geweest voor het uitvoeren van het werk. De eerste factuur van € 1.501,61 was daar op gebaseerd. [eiser] heeft de factuur daarna twee keer verlaagd, omdat hij meer werk heeft verricht dan afgesproken en omdat [gedaagde] de hogere factuur niet wilde betalen. Tegen deze achtergrond is het bedrag van € 500,00 een redelijk loon in de zin van artikel 7:405 lid 2 BW Pro.
5.5.
De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom van € 500,00 dan ook toewijzen.
5.6.
De kantonrechter zal ook de gevorderde wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de factuur van € 9,24 toewijzen. Ook wordt [gedaagde] veroordeeld om de wettelijke rente vanaf 15 april 2025 tot de dag der algehele voldoening te betalen.
5.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
226,00
- salaris gemachtigde
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
573,95
6. De beslissing
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 509,24, te vermeerderen met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro) over een bedrag van € 500,00 vanaf 15 april 2025 tot de dag der algehele voldoening;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 573,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025. (jm)