ECLI:NL:RBOVE:2025:7291

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
ak_25_2073 ak_25_2074
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij UWV-besluiten

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV van 24 juni 2025, maar is niet verschenen op de zitting van 7 november 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €53,- niet is betaald, ondanks meerdere verzoeken en aanmaningen.

Eiseres heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft geen nadere informatie verstrekt en reageerde niet op verzoeken van de griffier. De rechtbank heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen en geconstateerd dat aangetekende brieven niet zijn afgehaald, wat voor risico van eiseres blijft.

Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk, waardoor de bestreden besluiten van het UWV in stand blijven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: ZWO 25/2073 en ZWO 25/2074

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV),
gemachtigde: [gemachtigde].

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiseres tegen de bestreden besluiten van het UWV van 24 juni 2025.
1.1
De rechtbank heeft de beroepen behandeld op de zitting van 7 november 2025. Eiseres is niet verschenen. De gemachtigde van het UWV is verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2.1
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een zaak als deze zaken is het griffierecht € 53,-.
De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
2.2
De griffier heeft eiseres gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht in de beroepen en heeft meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Eiseres heeft op 27 augustus 2025 een beroep gedaan op betalingsonmacht. De griffier heeft eiseres op
28 augustus 2025 verzocht door middel van een toegezonden formulier informatie te verstrekken over haar inkomen en vermogen. Eiseres heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank heeft hierop op 8 oktober 2025 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
2.3
De griffier heeft eiseres nogmaals verzocht het griffierecht te betalen. Omdat eiseres het griffierecht niet heeft betaald, heeft de griffier eiseres vervolgens bij aangetekend verzonden brieven van 10 november 2025 nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brieven. De rechtbank heeft deze brieven retour ontvangen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brieven niet zijn afgehaald.
2.4
Eiseres heeft het griffierecht niet betaald. Zij heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. De rechtbank heeft vastgesteld dat de brieven zijn verzonden naar het adres waarop eiseres is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Dat eiseres de aangetekend verzonden brieven van 10 november 2025 niet heeft afgehaald, dient voor haar risico te blijven. Er is dus geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

3. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.