In deze civiele zaak vordert [partij A 1] terugbetaling van een lening en [partij A 2] betaling van facturen voor advieswerkzaamheden bij een biogasinstallatie. Gedaagden erkennen de openstaande vorderingen maar stellen dat zij schade hebben geleden door een beroepsfout van [partij A 2], welke zij willen verrekenen met de vorderingen. Tevens betwisten zij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [partij A 2] met een vervalbeding en de bevoegdheid van de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden (DNR 2011) van toepassing zijn, inclusief het vervalbeding, en dat dit beding niet onredelijk bezwarend is. Het beroep op arbitrage wordt verworpen omdat partijen geen arbitrageovereenkomst hebben gesloten. De tegenvorderingen van gedaagden zijn niet ontvankelijk omdat zij niet tijdig zijn ingesteld binnen de vervaltermijn.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de lening en de openstaande facturen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2021. De kosten van het geding worden aan gedaagden opgelegd. De vorderingen in reconventie worden afgewezen en gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten daarvan.