ECLI:NL:RBOVE:2025:7308
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid na post-covid met urenbeperking
Eiser, een voormalig fysiotherapeut met een geschiedenis van ziekmeldingen sinds 2020, heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens post-covid klachten. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheid vast op 66,14%, met een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week, rekening houdend met fysieke en mentale beperkingen.
Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn, mede op basis van medische rapporten van zijn behandelaars en zijn eigen ervaringen met vermoeidheid en cognitieve problemen. Hij stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn klachten en het effect van inspanning op zijn gezondheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd onderzoek heeft verricht, waarbij de medische beperkingen objectief zijn vastgesteld. De subjectieve klachten van eiser zijn erkend, maar volgens vaste rechtspraak zijn alleen medisch objectieve beperkingen beslissend. De arbeidsdeskundige heeft passende voorbeeldfuncties geselecteerd die aansluiten bij de beperkingen van eiser.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de vaststelling van 66,14% arbeidsongeschiktheid met een urenbeperking. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit van 9 april 2024 tot 66,14% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.