ECLI:NL:RBOVE:2025:7315

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11761253 \ CV EXPL 25-1114
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 RvArt. 1a sub d Regeling afsluitbeleid kleinverbruikersElektriciteitswetGaswetBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling incassokosten wegens ontbreken energiecontract toegewezen

Enexis vordert dat gedaagde 2 wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten omdat zij op het moment van dagvaarden geen energiecontract had, terwijl zij toch energie afnam via het netwerk van Enexis. Gedaagde 2 betwist de vordering en voert aan dat de oorzaak ligt bij de beëindiging van haar contract met Engie, maar dit verweer wordt door de kantonrechter verworpen.

De feiten tonen aan dat gedaagde 2 van 16 januari 2025 tot 19 augustus 2025 geen energiecontract had, maar wel energie gebruikte. Enexis heeft meerdere pogingen gedaan om gedaagde 2 ertoe te bewegen een contract af te sluiten, zonder succes. Na dagvaarding is alsnog een contract afgesloten, maar dit was te laat om de incassokosten te voorkomen.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde 2 onrechtmatig heeft gehandeld door energie zonder contract af te nemen en dat Enexis daardoor schade lijdt. De buitengerechtelijke incassokosten worden daarom toegewezen met een redelijke vergoeding van €40,-. Daarnaast wordt gedaagde 2 veroordeeld in de proceskosten van €355,78. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde 2 wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €40,- en proceskosten van €355,78 wegens onrechtmatige energietoevoer zonder contract.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11761253 \ CV EXPL 25-1114
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen

1.[gedaagde 1],

te [woonplaats],
niet verschenen,
hierna te noemen: [gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats],
procederend in persoon,
hierna te noemen: [gedaagde 2],
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025;
- het tegen [gedaagde 1] verleende verstek;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2];
- de aanvullende conclusie van antwoord van [gedaagde 2] met aanvullende producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte verzoek royement tegen [gedaagde 1] tevens houdende akte vermindering van eis van Enexis met aanvullende productie;
- de akte van [gedaagde 2] met aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling van 12 november 2025, waarbij mr. E.H.J. Slager (namens de gemachtigde van Enexis) en [gedaagde 2] zijn verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De samenvatting

2.1.
Enexis vordert dat (alleen) [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten wegens het ontbreken van een overeenkomst voor het leveren van energie op het moment van dagvaarden. Inmiddels is die er wel. [gedaagde 2] is het er niet mee eens dat zij die kosten moet betalen en voert verweer.
2.2.
De kantonrechter wijst de vordering van Enexis grotendeels toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde 2] woonde tot en met 19 augustus 2025 aan de [adres] (hierna: het adres). [gedaagde 2] had een energieleveringsovereenkomst met Engie voor de levering van energie aan het adres. Engie heeft de overeenkomst per 16 januari 2025 opgezegd, omdat [gedaagde 2] een schuld bij Engie zou hebben.
3.2.
Enexis – de netbeheerder van het adres – heeft geconstateerd dat [gedaagde 2] na 16 januari 2025 via het netwerk van Enexis energie heeft afgenomen op het adres, zonder dat zij een overeenkomst met een energieleverancier had afgesloten.
3.3. (
De gemachtigde van) Enexis heeft [gedaagde 2] bij brieven van (onder meer) 31 maart, 7, 15 en 30 mei 2025 aangeschreven en gesommeerd om een energiecontract met een energieleverancier af te sluiten, om afsluiting van stroom en/of gas op het adres te voorkomen. [gedaagde 2] heeft niet op de brieven gereageerd.
3.4.
[gedaagde 1], de zoon van [gedaagde 2], heeft gedurende enige tijd bij [gedaagde 2] gewoond. Op het moment van de dagvaarding stond hij op het adres van [gedaagde 2] ingeschreven. Enexis heeft zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] op 19 juni 2025 gedagvaard. Daarna is hij uitgeschreven van dat adres.
3.5.
Per 20 augustus 2025 is er weer een energieleveringsovereenkomst op het adres afgesloten.

4.Het geschil

4.1.
Enexis vordert – samengevat en na vermindering van eis – dat [gedaagde 2] wordt veroordeeld om de buitengerechtelijke incassokosten van € 75,- en de proceskosten te betalen.
4.2.
Enexis heeft daartoe aangevoerd dat zij schade lijdt omdat de door haar ingekochte energie door [gedaagde 2] kosteloos wordt afgenomen zolang zij op het adres geen leveringsovereenkomst met een energieleverancier heeft gesloten. Daarmee handelt zij onrechtmatig jegens Enexis. Enexis vorderde voor de eisvermindering (onder meer) dat zij gerechtigd was om de energietoevoer van het adres af te sluiten en dat [gedaagde 2] voor die kosten moest betalen. Die vorderingen heeft Enexis bij akte eisvermindering laten vallen, omdat zij na raadpleging van het Energie Data Services Nederland (EDSN) had geconstateerd dat per 20 augustus 2025 op het adres weer een energiecontract was afgesloten. Enexis heeft haar vorderingen tegen [gedaagde 2] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten gehandhaafd, omdat het energiecontract pas na betekening van de dagvaarding is afgesloten.
4.3.
[gedaagde 2] voert verweer. [gedaagde 2] is het niet eens met de vordering van Enexis, omdat de oorzaak van deze procedure bij Engie ligt. [gedaagde 2] had een energieleveringsovereenkomst met Engie, maar Engie heeft de overeenkomst opgezegd omdat [gedaagde 2] een schuld zou hebben. Volgens [gedaagde 2] is er echter geen sprake van een schuld en moet Engie zelfs nog een bedrag aan haar betalen. Als Engie de overeenkomst niet onterecht had opgezegd, was deze procedure niet nodig geweest.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Omdat [gedaagde 1] in de procedure niet is verschenen, is tegen hem verstek verleend.
Enexis heeft bij akte van 30 oktober 2025 verzocht om royement tegen [gedaagde 1] te verlenen. Dit eenzijdige verzoek is mogelijk op grond van artikel 246 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering, omdat [gedaagde 1] in deze procedure niet is verschenen. De vordering zal daarom hierna alleen tegen [gedaagde 2] worden beoordeeld.
5.2.
Daarbij gaat het – na de vermindering van eis – alleen nog om de vorderingen van Enexis tegen [gedaagde 2] die zien op de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Om deze vorderingen te beoordelen, zal de kantonrechter eerst ingaan op de feitelijke situatie ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding.
Inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van Enexis tegen [gedaagde 2]
5.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat voor het betreffende adres in de periode van 16 januari 2025 tot en met 19 augustus 2025 geen energiecontract met een energieleverancier was afgesloten. Eveneens staat vast dat er op 20 augustus 2025 een energiecontract is gesloten en dat dit na het uitbrengen van de dagvaarding (die op 19 juni 2025 is uitgebracht) is gebeurd.
5.4.
Enexis heeft (als onweersproken) toegelicht dat, ondanks het ontbreken van een energiecontract met een leverancier, er toch energie aan het adres geleverd kan worden omdat de aansluiting fysiek nog niet is afgesloten. Enexis levert dan feitelijk energie, terwijl dat haar als netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet en Gaswet niet is toegestaan. De door Enexis ingekochte energie wordt dan kosteloos door de afnemer afgenomen, zodat Enexis schade lijdt en de afnemer onrechtmatig handelt. Enexis heeft er daarom belang bij om de afnemer af te sluiten. Daartoe is Enexis op grond van artikel 1a sub d van de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas toe gerechtigd.
5.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt het verweer van [gedaagde 2] niet. Het verweer van [gedaagde 2] (dat deze procedure is veroorzaakt doordat Engie de energieleveringsovereenkomst met haar onterecht heeft opgezegd) is in de relatie tot Enexis niet ter zake doende, aangezien Engie geen partij is in deze procedure. [gedaagde 2] heeft de stellingen van Enexis dat zij in feite gratis stroom kon afnemen en daarmee tegenover Enexis onrechtmatig handelde niet gemotiveerd weersproken. De vordering van Enexis tot afsluiting bestaat weliswaar niet meer, maar zij is deze procedure wel op goede gronden gestart.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.6.
Enexis heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en heeft vergoeding daarvan gevorderd. De hoofdvordering (afsluiting van de energietoevoer op grond van onrechtmatige daad) valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Volgens deze oriëntatiepunten dient te worden voldaan aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen.
5.7. (
De gemachtigde van) Enexis heeft verschillende pogingen ondernomen om contact te krijgen met [gedaagde 2] en haar ertoe te bewegen een energieovereenkomst voor het adres af te sluiten, door (onder meer) brieven te sturen, telefonisch contact op te nemen of het adres te bezoeken. [gedaagde 2] heeft betwist de aan het adres geadresseerde brieven te hebben ontvangen, omdat zij het afgelopen jaar weinig bij het adres is geweest en de brievenbus niet heeft leeggehaald. Dit betekent evenwel nog niet dat de brieven niet zijn verstuurd en zijn aangekomen. Dat zij de post(bus) niet heeft geopend komt voor haar rekening en risico: zij stond immers ingeschreven op het adres. Nu [gedaagde 2] heeft nagelaten een energiecontract af te sluiten en daarmee onrechtmatig tegenover Enexis heeft gehandeld, acht de kantonrechter het redelijk dat Enexis daartoe incassokosten heeft moeten maken en dat [gedaagde 2] die kosten moet betalen.
5.8.
De kantonrechter sluit voor de hoogte van de incassokosten aan bij de hoogte van de door Enexis (voor de eisvermindering) gevorderde kosten van de afsluiting (€ 168,67). Het daarmee corresponderende tarief dat zou gelden volgens het Besluit betreft een (minimum)bedrag van € 40,00, hetgeen als een redelijke bedrag is aan te merken, zodat de kantonrechter dat bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal toewijzen.
Proceskosten
5.9.
In deze procedure is [gedaagde 2] grotendeels in het ongelijk gesteld en daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van Enexis betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
80,00
(2 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
355,78

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde 2] om aan Enexis te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,
6.2.
veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten van € 355,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.