Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een descente met mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil tussen woningstichting Viverion en huurder over vermeende gebreken aan de zolderruimte van een gehuurde woning. De huurcommissie had eerder vastgesteld dat er sprake was van een ernstig gebrek door condensatie en schimmelvorming, wat recht gaf op huurverlaging vanaf 1 maart 2024. Viverion betwistte dit en vorderde dat huurder de volledige huur zou betalen.
Na diverse onderzoeken en herstelwerkzaamheden, waaronder isolatie en ventilatiemaatregelen, bleef huurder geuroverlast ervaren. De huurcommissie handhaafde de huurverlaging. Viverion stelde dat de dakopbouw technisch in orde was en dat de geuroverlast niet door een gebrek werd veroorzaakt.
De kantonrechter heeft de zolderruimte geïnspecteerd en constateerde geen geur- of vochtproblemen. De rechter hechtte meer waarde aan het onderzoek van MAAT Ingenieurs, dat geen technische gebreken aan de dakconstructie vond. De stelling van huurder dat oude spaanplaten de oorzaak zijn, werd onvoldoende onderbouwd.
De conclusie is dat vanaf 15 december 2023, na de laatste herstelwerkzaamheden, geen technisch gebrek meer aanwezig is. De vorderingen van Viverion worden toegewezen, die van huurder afgewezen. Huurder moet de volledige huur betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Er is geen technisch gebrek aan de zolderruimte, huurder moet volledige huur betalen vanaf 15 december 2023.