ECLI:NL:RBOVE:2025:7373
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning verbouwing bedrijfswoning met beperkte bouwhoogteafwijking
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland verleende op 10 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een bedrijfswoning aan een adres, waarbij de woning met 6 m2 werd uitgebreid en een extra verdieping met kap werd geplaatst. Eisers, bewoners van aangrenzende percelen, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege onder meer strijd met het bestemmingsplan, bezonning, privacy en motivering van het besluit.
Na handhaving van de vergunning door het college op 1 juli 2025, stelden eisers beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en het beroep op 6 november 2025 en oordeelde dat het college de vergunning terecht heeft verleend. De afwijking van de bouwhoogte was beperkt en paste binnen de beleidsvrijheid van het college, zonder onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
De voorzieningenrechter wees de bezwaren van eisers af, waaronder de afstand tot de erfgrens, de bezonning, het welstandsadvies en het ontbreken van participatie. Ook de vermeende vooringenomenheid van het college werd niet bewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding, en de vergunninghouders kregen ook geen vergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.