Eiser c.s. huurt sinds 1979 een woning met erf, tuin en kassen van gedaagde. Na een bouwtechnische keuring door Homekeur vordert eiser c.s. dat gedaagde binnen drie maanden de gebreken herstelt, de huurprijs met 50% verlaagt zolang de gebreken bestaan, en de kosten van de keuring vergoedt. Gedaagde voert verweer dat de vorderingen onvoldoende gespecificeerd zijn, dat sommige gebreken voor rekening van eiser c.s. komen, en dat herstelkosten buitensporig zijn.
De kantonrechter stelt dat een verhuurder verplicht is gebreken te herstellen die het huurgenot aantasten, tenzij de kosten buitensporig zijn of de gebreken voor rekening van de huurder komen. Eiser c.s. heeft echter niet voldoende toegelicht welke gebreken op korte termijn hersteld moeten worden, welke het huurgenot aantasten en welke voor rekening van welke partij komen. Ook is onvoldoende ingegaan op het verweer van eigen schuld.
Daarom krijgt eiser c.s. de gelegenheid bij conclusie van dupliek deze punten nader te onderbouwen. De zaak wordt aangehouden en komt op 27 januari 2026 terug voor verdere behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.