Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
zijnde een Cobra, gekoppeld aan een fles met ontbrandbare vloeistof, tegen de voordeur van een woning gelegen aan de [adres 1] te bevestigen en aan te steken, waardoor dit explosief tot ontploffing is gebracht en brand is ontstaan, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor die woning en een (voor)deur en kozijn(en) en ruit(en) en pui(en) en de vloer en het plafond (van de hal) en de inventaris en (overige) in het pand aanwezige
goederen en ruimte(s) te duchten was en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer] te duchten was.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van de benadeelde
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.600,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 26 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Den Haag van 4 juni 2024 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (een) maand.