Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:7459

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
ak_25_653
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen wijziging voorschot WIA-uitkering niet-ontvankelijk wegens te late indiening

Eiser maakte bezwaar tegen het UWV-besluit van 10 oktober 2024 waarin het voorschot op zijn WIA-uitkering werd vastgesteld op € 1.364,38 bruto per maand. Het bezwaar werd op 13 november 2024 afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat het beroep te laat is ingediend, ruim vijf weken na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Eiser gaf aan te hebben gedacht dat zijn bezwaar nog in behandeling was en was onduidelijk over het verschil tussen bezwaar en beroep. Ook had het UWV fouten gemaakt en niet adequaat gereageerd op zijn vragen.

Desondanks acht de rechtbank deze redenen onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De beslissing op bezwaar vermeldde duidelijk dat beroep mogelijk was binnen zes weken, en het UWV heeft eiser meerdere keren gewezen op deze mogelijkheid tijdens de beroepstermijn. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/653

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV, gemachtigden: [gemachtigde] en mr. P. Spoelstra

Samenvatting

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 13 november 2024 over de hoogte van het voorschot op eisers WIA [1] -uitkering. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat het te laat is ingediend en de te late indiening niet verschoonbaar is.

Procesverloop

2.1.
In het besluit van 10 oktober 2024 heeft het UWV eiser laten weten dat het voorschot op zijn WIA-uitkering per 1 november 2024 verandert. Met ingang van die datum krijgt eiser een voorschot op zijn uitkering van € 1.364,38 bruto per maand.
2.2.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
13 november 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij het besluit van 10 oktober 2024 gebleven.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens het UWV [gemachtigde]. De rechtbank heeft het beroep op
30 oktober 2025 nogmaals op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens het UWV mr. P. Spoelstra.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het beroep te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. Dat betekent dat eiser geen goede reden heeft gegeven waarom hij te laat beroep heeft ingediend. Daarom behandelt de rechtbank het beroep niet inhoudelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3.1.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser het beroepschrift ruim vijf weken te laat heeft ingediend.
3.3.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep
niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
3.4.
Eiser heeft als reden voor te late indiening van het beroep aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn bezwaarschrift nog in behandeling was. Eiser weet niet meer wanneer hij erachter kwam dat hij beroep moest instellen. Zijn zaak is blijven liggen omdat het UWV de vragen die eiser had, niet beantwoordde. Er waren fouten gemaakt en eiser dacht dat er binnen het UWV een oplossing gezocht zou worden. Ook was eiser het verschil tussen bezwaar en beroep niet duidelijk.
3.5.
De door eiser gegeven redenen voor de te late indiening zorgt naar het oordeel van de rechtbank niet voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Daarvoor is het volgende van belang.
3.5.1.
Het had eiser duidelijk kunnen zijn dat de bezwaarprocedure geëindigd was met de beslissing op bezwaar van 13 november 2024. Die beslissing begint namelijk zo: “U heeft op 6 november 2024 bezwaar gemaakt tegen onze beslissing van 10 oktober 2024. In deze beslissing lieten wij u weten dat wij uw voorschot op uw WIA-uitkering wijzigen per
1 november 2024 naar € 1.364,38 bruto per maand exclusief vakantiegeld. Wij hebben een beslissing genomen op uw bezwaar.” Eiser is er in de beslissing op bezwaar ook duidelijk op gewezen dat hij beroep kon instellen bij de rechtbank en ook dat dat binnen zes weken moest. Dat staat onderaan de beslissing op bezwaar.
3.5.2.
Ook als moet worden aangenomen dat het eiser niet meteen na de ontvangst van de beslissing op bezwaar duidelijk was dat hij binnen zes weken beroep kon instellen, betekent dat nog niet dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. Van groot belang is dat eiser tijdens beroepstermijn van zes weken veelvuldig contact heeft opgenomen met het UWV, en dat UWV hem er in die periode vier keer op heeft gewezen dat hij beroep kan instellen bij de rechtbank als hij het niet eens is met de beslissing op bezwaar. Eiser heeft pas ruim vijf weken na het einde van de termijn beroep ingesteld. Dat is niet zo spoedig als dit redelijkerwijs mag worden verwacht.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Er is daarom ook geen reden voor een vergoeding van zijn proceskosten of een schadevergoeding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het besluit van 13 november 2024 niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen