Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
24 november 2025 een openbare terechtzitting plaatsgevonden, alwaar mr. M.S. de Waard zitting had.
Rechtbank Overijssel
In de strafzaak tegen verzoeker werd op 24 november 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.S. de Waard, de rechter die de zaak behandelde. Verzoeker stelde dat er sprake was van vooringenomenheid en een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel en het vereiste dat de indruk van partijdigheid geobjectiveerd moet zijn. De kamer concludeerde dat de enkele omstandigheden, zoals het niet tonen van een paspoort ter identificatie en de uitleg van de rechter over het recht op vrijheid van meningsuiting, onvoldoende zijn om vooringenomenheid aan te nemen.
Verder werden geen concrete feiten of zwaarwegende aanwijzingen aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek kennelijk ongegrond. De beslissing werd op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. M.S. de Waard is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.