ECLI:NL:RBOVE:2025:7513
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen correspondentieregeling en weigering als gemachtigde UWV
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om hem alleen schriftelijk via een vast correspondentieadres te laten corresponderen en hem niet langer te accepteren als gemachtigde van mevrouw. Het UWV heeft deze regeling meerdere malen verlengd tot 31 oktober 2027. Verzoeker stelt dat deze besluiten zijn GGZ-behandelingen belemmeren en dat mevrouw betalingsachterstanden heeft opgelopen door de weigering.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen spoedeisend belang bestaat. Verzoeker kan nog steeds schriftelijk met het UWV corresponderen via het vastgestelde adres, en de weigering als gemachtigde betekent niet dat mevrouw geen uitkering kan aanvragen of bezwaar kan maken. Mevrouw kan zelf contact opnemen of een andere gemachtigde aanwijzen.
De rechtbank merkt op dat het verzoek niet is ingediend door of namens mevrouw, waardoor haar spoedeisend belang niet relevant is in deze procedure. De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker de behandeling van het bezwaar kan afwachten en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.