7.4Het oordeel van de rechtbank
-
De niet-betwiste schadeposten
De opgevoerde schadeposten “onherstelbare kleding”, “littekencrème, oogdruppels en mondspoeling”, “pijnstillers en wondgaasjes”, “opgesoupeerd eigen risico 2024” en “opgesoupeerd eigen risico 2023” zijn voldoende onderbouwd, aannemelijk en niet betwist. De rechtbank zal deze gevorderde bedragen van respectievelijk € 149,98, € 24,93, € 28,06, € 860,80 en € 786,84 toewijzen.
-
Reis- en parkeerkosten
De rechtbank acht het voldoende aannemelijk en onderbouwd dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde geweldshandelingen de door hem gestelde schade in de vorm van “reis- en parkeerkosten” heeft geleden.
De reiskosten naar het politiebureau en naar de advocaat vormen naar het oordeel van het de rechtbank en gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad echter geen rechtstreekse materiële schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze kosten zijn evenmin toewijsbaar als proceskosten, omdat zij niet worden genoemd in de civiele proceskostenregeling.Bovendien blijkt uit vaste rechtspraak dat reis- en verblijfkosten op grond van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering slechts als proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen voor zover door de benadeelde partij zonder gemachtigde (advocaat) wordt geprocedeerd.De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij met een gemachtigde (advocaat) procedeert. Het wettelijk stelsel biedt in dat geval geen ruimte voor vergoeding van de hier gevorderde reiskosten. Om die reden zal de rechtbank de gevorderde reiskosten naar het politiebureau en naar de advocaat afwijzen. De rechtbank zal het overig gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 754,18.
- Kosten reinigen stoelbekleding auto en kosten vloeibare voeding
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank acht het alleszins aannemelijk dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde geweldshandelingen de door hem gestelde schade in de vorm van de schadeposten “kosten reinigen stoelbekleding auto” en “kosten vloeibare voeding” heeft geleden. Er is weliswaar geen foto van de binnenkant van de auto van de benadeelde aangeleverd ter onderbouwing, maar gelet op het forse letsel dat aan de benadeelde partij is toegebracht en de foto van de buitenkant van zijn auto uit het dossier is het naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat de benadeelde partij kosten heeft moeten maken om de stoelbekleding van zijn auto te laten reinigen. De gevorderde bedragen ter vergoeding van de voornoemde schade komen de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal het gevorderde daarom geheel toewijzen.
- Huishoudelijke hulp en mantelzorg
Ten aanzien van de schadeposten “huishoudelijke hulp” en “mantelzorg” overweegt de rechtbank als volgt. Deze schadeposten betreffen zogenaamde verplaatste schade zoals bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de vaststelling van deze schade mag worden geabstraheerd van het feit dat de partner van verdachte niet daadwerkelijk kosten in rekening heeft gebracht bij de benadeelde partij voor de verrichte huishoudelijke taken en de mantelzorg. Wel dient bij de begroting van deze schade als maatstaf te gelden of en in hoeverre het inschakelen van professionele hulp voor het verrichten van de huishoudelijke werkzaamheden en de verleende mantelzorg normaal en gebruikelijk is. Uit de onderbouwing van deze schadeposten blijkt dat voor de begroting van deze schadeposten de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van de Letselschaderaad is gebruikt, waarbij ervan uit is gegaan dat de partner van de benadeelde partij acht weken lang extra taken in het huishouden heeft moeten doen, vier weken lang twee uur per dag mantelzorg heeft verricht, en daarna vier weken lang een uur per dag. Gelet op de aard en ernst van het letsel heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen of de mantelzorg nodig was, en acht de rechtbank het ook normaal en gebruikelijk dat hiervoor professionele hulp voor wordt ingeschakeld. Datzelfde geldt voor de huishoudelijke werkzaamheden. De rechtbank acht de gehanteerde bedragen voor de verrichtte huishoudelijke taken en de mantelzorg ook alleszins redelijk. De opgevoerde schade voor “huishoudelijke hulp” en “mantelzorg” zal de rechtbank dan ook in zijn geheel toewijzen.
-
Wettelijke rente
Voormelde toegewezen bedragen zullen worden vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
-
Kosten inhuren extra personeel
De onder de schadepost “kosten inhuren extra personeel” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid niet bieden. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering, een bedrag van € 1.266,78, niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106, onder b, BW heeft de benadeelde partij recht op een vergoeding van de immateriële schade, nu hij als rechtstreeks gevolg van het strafbare feit ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen. Gelet op de gegeven onderbouwing en in aansluiting op hetgeen in vergelijkbare zaken is toegewezen, acht de rechtbank het gevorderde bedrag van € 13.000,00, billijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag derhalve volledig toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.