Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
8 december 2025.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
250 metervan de vestigingen van [bedrijf] Tankstation in [plaats] gelegen aan de [adres 1]) en de [adres 2]) mag bevinden. De rechtbank is van oordeel een locatieverbod inhoudende dat verdachte zich niet binnen een straal van vijf kilometer van de tankstations mag bevinden, zoals door de officier van justitie gevorderd, een té vergaande inbreuk in het leven van de verdachte oplevert. Dit zou immers met zich meebrengen dat verdachte zich niet in het centrum van [plaats] mag bevinden en ook niet op de A35, terwijl verdachte vrienden en familie in [plaats] heeft wonen.
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
3 (drie) jaren;
250 metervan de vestigingen van [bedrijf] Tankstation in [plaats] gelegen aan de [adres 1]) en de [adres 2]) mag bevinden;
7 (zeven) dagenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet
€ 2.000,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2025);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.000.--, (zegge: tweeduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 (dertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
mr. T.H. Kapinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Kleinlugtenbeld, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.