Uitspraak
1.De procedure
- de producties van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiser, de verhuurder, dat gedaagde, de huurder, de woning moet ontruimen. Eiser heeft de huurovereenkomst opgezegd op 20 augustus 2025, met als reden dat hij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik vanwege zijn echtscheiding. Gedaagde heeft de huuropzegging betwist en woont nog steeds in de woning. De kantonrechter heeft de vordering tot ontruiming afgewezen, omdat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning daadwerkelijk dringend nodig heeft. De kantonrechter oordeelt dat de opzegging van de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was, omdat er een opzegverbod gold voor de eerste twaalf maanden van de huurovereenkomst. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de woning de enige beschikbare optie voor hem is, en de financiële situatie van eiser is niet overtuigend aangetoond. De kantonrechter heeft de proceskosten voor gedaagde toegewezen, omdat eiser grotendeels in het ongelijk is gesteld.