Veroordeelde was bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 augustus 2023 veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijke deel waren bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder medewerking aan reclassering, behandeling bij een forensische polikliniek en controle op middelengebruik.
De officier van justitie verzocht op 3 december 2025 tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wegens onvoldoende medewerking. De rechtbank behandelde de vordering op 18 december 2025, waarbij ook een reclasseringswerker als deskundige werd gehoord. Uit het reclasseringsrapport bleek dat veroordeelde zich afwerend en passief opstelde, afspraken niet nakwam en geen verantwoordelijkheid nam.
De rechtbank stelde vast dat ondanks meerdere waarschuwingen en pogingen van de reclassering, veroordeelde de bijzondere voorwaarden en algemene voorwaarde (geen strafbare feiten plegen) heeft overtreden. Gezien de onwil en recidive in strafbare feiten, wees de rechtbank het verzoek van veroordeelde om een nieuwe kans af en beval de tenuitvoerlegging van de twaalf maanden gevangenisstraf.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van Rechtbank Overijssel op 24 december 2025.