Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] .
Rechtbank Overijssel
Op 23 september 2025 heeft [verzoeker] een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter in de Rechtbank Overijssel, tijdens de mondelinge behandeling van een WOZ-zaak. Het verzoek werd op 17 december 2025 behandeld, waarbij zowel [verzoeker] als de gewraakte rechter en de heffingsambtenaar van de gemeente Hof van Twente aanwezig waren. [verzoeker] stelde dat de rechter bevooroordeeld was en niet onpartijdig optrad, omdat hij geen gelegenheid kreeg voor een pleidooi en zijn stellingen niet serieus werden genomen. De rechter betwistte deze beschuldigingen en stelde dat zij op neutrale wijze uitleg had gegeven over het wettelijk kader en dat [verzoeker] voldoende gelegenheid had om zijn standpunt toe te lichten.
De wrakingskamer beoordeelde of de rechter daadwerkelijk partijdig was of dat [verzoeker] deze indruk had gewekt. Het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die dit tegenspreken. De wrakingskamer concludeerde dat de klachten van [verzoeker] niet waren onderbouwd met concrete feiten die duiden op vooringenomenheid. De rechter had [verzoeker] voldoende ruimte gegeven om zijn zienswijze te delen, en het feit dat de rechter de wet uitlegde, maakte haar niet partijdig. Uiteindelijk werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard.