De vader verzocht de gecertificeerde instelling (GI) om een schriftelijke aanwijzing te geven omtrent uitbreiding van het contact met zijn twee minderjarige kinderen die in een gezinshuis verblijven. De GI heeft niet beslist, waardoor juridisch sprake is van een fictieve weigering die als een schriftelijke aanwijzing wordt opgevat. De vader vordert dat deze aanwijzing vervalt en dat een contactregeling wordt vastgesteld.
De kinderrechter heeft het verzoek behandeld zonder de minderjarige van ouder dan acht jaar te horen, vanwege vrees voor schade aan diens geestelijke gezondheid. Tijdens de procedure zijn verschillende stukken ingebracht en is een zitting met gesloten deuren gehouden. De GI erkent dat de vader zich positief opstelt en dat uitbreiding gewenst is, maar wijst op factoren zoals de kwetsbaarheid van de kinderen, loyaliteitsconflicten en de noodzaak van herstelruimte, waardoor uitbreiding nu nog niet haalbaar is.
De moeder ondersteunt het verzoek voor zover het haar contact met de kinderen niet belemmert. De gezinshuisouders uiten zorgen over de heftige reacties van de kinderen na contactmomenten en de moeizame samenwerking met de ouders. De kinderrechter concludeert dat onvoldoende duidelijk is welke contactregeling het beste is en dat eerst verschillende opties nader onderzocht moeten worden. Daarom wordt de beslissing op het verzoek aangehouden voor drie maanden, waarin de belangen van de kinderen centraal staan en overleg met betrokkenen plaatsvindt.