ECLI:NL:RBOVE:2025:7571

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
11723886 \ CV EXPL 25-977
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding na bedrijfsongeval door gebrek aan causaal verband

In deze zaak heeft eiser, een werknemer, een bedrijfsongeval meegemaakt op 18 juli 2018 tijdens zijn werk bij gedaagde, een B.V. Gedaagde heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend, maar eiser vordert schadevergoeding voor de gevolgen van het ongeval. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat eiser niet heeft kunnen aantonen dat er een causaal verband bestaat tussen het ongeval en de door hem gestelde schade. Eiser heeft weliswaar een WIA-uitkering ontvangen en stelt dat hij door het ongeval niet meer kan werken, maar de kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende medische informatie is overgelegd om de schade te onderbouwen. Eiser heeft verzuimd om de gevraagde medische gegevens aan te leveren, waardoor het niet mogelijk is om te beoordelen of de medische klachten het gevolg zijn van het ongeval. De kantonrechter heeft daarom geoordeeld dat de vorderingen van eiser niet kunnen worden toegewezen en heeft hem in de proceskosten veroordeeld.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11723886 \ CV EXPL 25-977
Vonnis van 23 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. C.J. van Weering.

1.De zaak in het kort

[eiser] is een bedrijfsongeval overkomen tijdens het werk. [gedaagde] heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. In deze procedure vordert [eiser] vergoeding van zijn schade die hij stelt te hebben geleden als het gevolg van het ongeval. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat niet vast is komen te staan dat er een causaal verband is tussen het ongeval en de gestelde schade.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 mei 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de brief van [eiser] van 17 september 2025 met twee producties,
- de mondelinge behandeling van 1 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[eiser] was vanaf 16 juli 2018 werkzaam bij [gedaagde] als [functie] . Op 18 juli 2018 is [eiser] een bedrijfsongeval overkomen tijdens het werk.
3.2.
[eiser] heeft [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de geleden en te lijden schade als gevolg van het ongeval. Partijen heb enige tijd gediscussieerd over de aansprakelijkheid. De Goudse, de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde], heeft uiteindelijk de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend op 25 maart 2021.
3.3.
De Goudse heeft op 16 augustus 2021 een voorschot op de schadevergoeding van € 5.000,00 betaald aan [eiser] .
3.4.
[eiser] ontvangt sinds 16 juli 2020 een uitkering op grond van de Wet WIA.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] stelt als gevolg van het ongeval schade te hebben geleden en vordert daarom in deze procedure om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
  • het verlies aan verdienvermogen vanaf de datum van het ongeval t/m 31 december 2024 ter hoogte van € 41.640,05,
  • een smartengeldvergoeding van € 45.000,00,
  • een voorschot op de kosten van ondersteuning door twee familieleden van € 25.000,00 ,
  • een materiële schadevergoeding van € 900,00,
  • de buitengerechtelijke kosten van € 5.040,00,
  • de wettelijke rente.
Daarnaast vordert [eiser] een verwijzing naar de schadestaatprocedure voor het vaststellen van het verlies aan verdienvermogen vanaf 2024.
4.2.
[eiser] stelt dat hij door het bedrijfsongeval niet meer kan werken. Hij ontvangt een WIA-uitkering en stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor het verlies aan verdienvermogen. Daarnaast stelt [eiser] dat hij intensief verzorgd moet worden door familie en daarvoor kosten moet maken. Volgens [gedaagde] is het causaal verband tussen de gevorderde schadevergoeding en het ongeval niet aangetoond en zijn de diverse door [eiser] gevorderde schadeposten onvoldoende onderbouwd.

5.De beoordeling

5.1.
Het draait in deze procedure om de vraag of de door [eiser] gestelde schade het gevolg is van het ongeval waarvoor [gedaagde] aansprakelijk heeft erkend. De vraag of de na het ongeval opgetreden medische klachten van [eiser] het gevolg zijn van het ongeval kan alleen beantwoord worden na onderzoek door een of meer medische deskundigen. Deze informatie is ook nodig om te kunnen beoordelen of er in juridische zin sprake is van een causaal verband tussen het ongeval en de gestelde schade.
5.2.
[eiser] zal moeten aantonen dat hij als gevolg van het ongeval medische klachten heeft en daardoor schade lijdt. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de stelling van [eiser] dat de medische klachten van [eiser] zijn veroorzaakt door het ongeval. In het medisch advies van 21 mei 2021 staat bovendien dat de medisch adviseur niet kan beoordelen of de klachten en beperkingen van [eiser] het gevolg zijn van het ongeval, omdat er medische informatie ontbreekt. Uit de door [gedaagde] overgelegde stukken blijkt dat zij meerdere keren om deze ontbrekende informatie heeft gevraagd bij [eiser] . Het gaat om het huisartsenjournaal van [eiser] van twee jaar voor het ongeval en om de medische informatie van de spoedeisende hulp waar [eiser] direct na het ongeval is geweest. In letselschadezaken waarin moeilijk vast te stellen is waardoor de medische klachten zijn veroorzaakt is het gebruikelijk dat medische informatie van voor het ongeval wordt overgelegd door de benadeelde partij. Het verzoek van [gedaagde] aan [eiser] om deze medische informatie aan te leveren is daarom ook redelijk. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij niet over meer medische informatie beschikt, maar aan die stelling gaat de kantonrechter voorbij. [eiser] stelt weliswaar dat hij een blanco medische voorgeschiedenis heeft, maar dat wil nog niet zeggen dat het onmogelijk is om bij zijn huisarts de gevraagde medische informatie op te vragen. [eiser] heeft bovendien ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij wel geprobeerd heeft om deze informatie te verzamelen.
5.3.
In het licht van het gemotiveerde verweer van [gedaagde] had het dus op de weg gelegen van [eiser] zijn stellingen gemotiveerd te onderbouwen. Dat heeft [eiser] onvoldoende gedaan. [eiser] was als sinds het medisch advies van 21 mei 2021 op de hoogte van de vragen die [gedaagde] had over de oorzaak van de medische klachten. Tot op heden heeft hij nagelaten de gevraagde informatie te overleggen, terwijl hij daartoe ruimschoots de gelegenheid heeft gehad. Dat betekent dat [eiser] niet zal worden toegelaten om de gevraagde stukken alsnog te overleggen. Nu de gevraagde stukken ontbreken kan niet worden beoordeeld of de gestelde medische klachten zijn veroorzaakt door het ongeval. Een causaal verband tussen de gestelde schade en het ongeval komt daarom niet vast te staan. Aan de begroting van de schadeposten komt de kantonrechter om die reden ook niet toe. Dat betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
5.4.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.900,00
(2 punten × € 950,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.035,00
5.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.035,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Louter en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.