Uitspraak
[bedrijf 1],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
[gedaagde], bijgestaan door de heer B. Vreke. Aan de zijde van [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd.
2.De beoordeling
Beste nick eerder heb ik ook geschreven ik ken jou ik ken jou klant niet wij hebben samen een bestelling gedaan en ik heb nog geen geld hoe wil jij verder met zaken”.
“(…) Er is geen vooruitbetaling afgesproken volgens factuur (…). Helemaal geen enkele reden om problemen te maken. Vandaag installeren en het komt goed.” en (2) “
Dit stuurt de opdrachtgever mij”. Voor zover het eerste bericht door [gedaagde] naar [bedrijf 2] is verzonden, blijkt uit dat bericht niet dat [gedaagde] heeft toegezegd om [eiser] (rechtstreeks) te zullen betalen als het kozijn alsnog zou worden gemonteerd. [eiser] kon daarom uit de berichten niet het gerechtvaardigd vertrouwen krijgen dat hij eigenlijk rechtstreeks met [gedaagde] een overeenkomst was aangegaan. Ook blijkt uit de berichten niet dat door [gedaagde] is toegezegd dat hij [eiser] (rechtstreeks) zou betalen.