ECLI:NL:RBOVE:2025:7614

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
08.231929.25 en 08.062361.25 (gev.ttz) (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte tot ISD-maatregel na bedreiging, vernieling en belediging van politieambtenaren

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 22 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder bedreiging met brandstichting, vernieling, belediging van politieambtenaren en seksuele intimidatie. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. De verdachte is schuldig bevonden aan het bedreigen van een slachtoffer met brandstichting door een fles met brandbare vloeistof in diens pand te gooien en daarbij dreigende woorden te uiten. Daarnaast heeft hij meerdere slachtoffers bedreigd met de dood en zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vernielen van andermans eigendom. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van politieambtenaren door hen kwetsende woorden toe te voegen tijdens zijn aanhouding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte een veelpleger is met een lange geschiedenis van crimineel gedrag en dat eerdere straffen niet hebben geleid tot gedragsverandering. De rechtbank heeft in haar overwegingen rekening gehouden met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de noodzaak om de maatschappij te beschermen tegen de verdachte. De ISD-maatregel is opgelegd om de kans op recidive te verkleinen en de verdachte de mogelijkheid te bieden tot behandeling en begeleiding.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.231929.25 en 08.062361.25 (gev.ttz) (P)
Datum vonnis: 22 december 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 op [geboorteplaats], Nederlandse Antillen,
thans verblijvende in P.I. [locatie].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 december 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn advocaten mr. J. Klomp, advocaat in Enschede, en mr. J. Michels, advocaat in Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
08.231929.25
Feit 1
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met brandstichting;
Feit 2
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling;
Feit 3
meerdere ruiten heeft vernield;
08.062361.25
Feit 1
politieambtenaren heeft beledigd;
Feit 2
[slachtoffer 5] seksueel heeft geïntimideerd.
Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:
08.231929.25
1
hij op of omstreeks 1 september 2025 te Almelo [slachtoffer 1] heeft bedreigd met
- brandstichting door
- een fles met vermoedelijke brandbare vloeistof en/of aanmaakblokken in het pand gevestigd aan de [adres] (in eigendom bij die [slachtoffer 1])neer te leggen en/of te gooien en/of
- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik heb brandstof naar binnen gegooid en ik had helaas geen lucifers bij mij en geen aansteker, anders had ik alles in de fik gestoken.” en/of “je hebt geluk, want anders was je hele pand afgebrand”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 1 september 2025 te Almelo [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]
- één of meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “Ik maak [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dood, ik maak ze echt dood.” en/of “en jou medewerkers maak ik allemaal dood en daar kom ik nog voor terug.” en/of “voor jou kom ik ook nog terug en ik maak jou ook nog dood.”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op of omstreeks 1 september 2025 te Almelo opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1], toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
08.062361.25
1
hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Enschede (telkens) opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], (beiden) agent van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen (meermalen) de woorden toe te voegen: "mongool, "vieze kankermongool", "teringlijers", "je bent een sukkel, een kankersukkel" en/of 'kankersukkels", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Enschede (telkens) in het openbaar een ander, te weten [slachtoffer 5] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door (meermalen)
- in haar richting met zijn handen 'neuk'-bewegingen (rondje maken met vinger/duim van een hand en met vinger andere hand door dat rondje heen en weer bewegen) te maken,
- (daarbij) de woorden "lekkerding", "je bent gewoon aantrekkelijk" en/of "ik wil wel
dingen met je doen" te bezigen en/of
- dicht bij haar te gaan staan en/of haar aan te raken.

3. De bewijsmotivering

08.231929.25 en 08.062361.25
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van parketnummer 08.231929.25 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van parketnummer 08.062361.25 heeft de raadsman over feit 1 aangevoerd dat verdachte erkent dat hij in de bibliotheek in Enschede tegen de politieambtenaren heeft gezegd “mongool”. Het gaat hier echter om een onbeheerste uiting van woede en onmacht. . De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank of er sprake is van een belediging. Ten aanzien van de overige ten laste gelegde bewoordingen dient verdachte volgens de raadsman te worden vrijgesproken, aangezien deze zijn geuit door verdachte tijdens het vervoer naar het PAT Borne en zodoende niet is vast te stellen dat het feit voor wat betreft deze bewoordingen in Enschede is gepleegd. Feit 2 kan wettig en overtuigend bewezen worden.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte bekent dat hij de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
08.062361.25 feit 1
De verdachte wordt verweten dat hij zich meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan de belediging van politieambtenaren door hen “mongool” te noemen. De verdachte heeft ter terechtzitting bekend politieambtenaren meermalen “mongool” te hebben genoemd.
De rechtbank overweegt dat deze uitlating – telkens – reeds op zichzelf beschouwd beledigend is. Het door de verdachte gebruikte woord “mongool” wordt in het algemeen hedendaags taalgebruik als scheldwoord ervaren en strekt er onmiskenbaar toe de eer en goede naam van de betrokken politieambtenaar aan te tasten. Tijdens de aanhouding van verdachte heeft hij meerdere keren “mongool” gezegd in de richting van politieambtenaren die op dat moment belast waren met zijn aanhouding. Verdachte is bovendien na de eerste keer dat hij het woord “mongool” schreeuwde door de verbalisanten gewaarschuwd. Hij bleef dit woord echter herhalen. Hierdoor voelden de politieambtenaren zich beledigd. Dat verdachte deze uitlating heeft gedaan in een emotionele toestand, maakt dit niet anders. Ook een onbeheerste uiting van woede en onmacht kan een belediging opleveren. De door verdachte gebezigde bewoording richting de politieambtenaren levert naar het oordeel van de rechtbank een belediging op in de zin van artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in Enschede de ten laste gelegde bewoordingen “vieze kankermongool”, “teringlijers”, “je bent een sukkel, een kankersukkel” en/of “kankersukkels” heeft gebezigd, nu verdachte blijkens het dossier deze bewoordingen heeft gebezigd tijdens het vervoer naar het PAT Borne en niet is vast te stellen waar verdachte zich bevond op het moment dat hij de woorden uitsprak. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 08.231929.25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en van de onder parketnummer 08.062361.25 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. [1]
08.231929.25 feit 1, 2, 3
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 december 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
2.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], van 1 september 2025, pagina’s 6 t/m 7, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;
3.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], van 2 september 2025, pagina’s 19 t/m 20, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3], van 3 september 2025, pagina 30, voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant;
08.062361.25
Feit 1
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 december 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
2.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], van
28 februari 2025, pagina’s 25 tot en met 27, voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisanten;
Feit 2
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 december 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
2.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5], van 27 februari 2025, pagina’s 5 tot en met 10, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
hij op
of omstreeks1 september 2025 te Almelo [slachtoffer 1] heeft bedreigd met
brandstichting door
- een fles met vermoedelijke brandbare vloeistof en
/ofaanmaakblokken in het pand gevestigd aan de [adres] (in eigendom bij die [slachtoffer 1]) neer te leggen en/of te gooien en
/of- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik heb brandstof naar binnen gegooid en ik had helaas geen lucifers bij mij en geen aansteker, anders had ik alles in de fik gestoken.” en/of “je hebt geluk, want anders was je hele pand afgebrand”
;althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op
of omstreeks1 september 2025 te Almelo [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]
-één of meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “Ik maak [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dood, ik maak ze echt dood.” en/of “en jouw medewerkers maak ik allemaal dood en daar kom ik nog voor terug.” en/of “voor jou kom ik ook nog terug en ik maak jou ook nog dood.”.
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op
of omstreeks1 september 2025 te Almelo opzettelijk en wederrechtelijk ruiten,
in elk geval enig goed,die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1], toebehoorden heeft vernield.
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
08.062361.25
1
hij op
of omstreeks27 februari 2025 te Enschede (telkens) opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], (beiden) agent van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen
(meermalen
)de woorden toe te voegen: "mongool.
, "vieze kankermongool", "teringlijers", "je bent een sukkel, een kankersukkel" en/of 'kankersukkels", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2
hij op
of omstreeks27 februari 2025 te Enschede (telkens) in het openbaar een ander, te weten [slachtoffer 5] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren,
geluidenen/
ofaanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door (meermalen)
- in haar richting met zijn handen 'neuk'-bewegingen (rondje maken met vinger/duim van een hand en met vinger andere hand door dat rondje heen en weer bewegen) te maken,
- (daarbij) de woorden "lekkerding", "je bent gewoon aantrekkelijk" en/of "ik wil wel
dingen met je doen" te bezigen en
/of
- dicht bij haar te gaan staan en
/ofhaar aan te raken.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08.231929.25 feit 1, 2, 3 en parketnummer 08.062361.25 feit 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 267, 285, 350 en 429ter van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
08.231929.25
feit 1
het misdrijf: bedreiging met brandstichting;
feit 2
het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.
08.062361.25
feit 1
het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: iemand in het openbaar indringend seksueel benaderen door middel van een of meer opmerkingen, gebaren en aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend is te achten.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij oplegging van de ISD-maatregel wel wordt voldaan aan de harde criteria, maar feitelijk niet aan de zachte criteria. Verder is er geen reëel onderzoek verricht naar alternatieven. De doelen van de ISD-maatregel kunnen ook worden bereikt door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Indien de rechtbank van oordeel is dat de ISD-maatregel moeten worden opgelegd dan dient dit te gebeuren voor de maximale duur van een jaar, met tussentijdse toetsing en aftrek van de voorlopige hechtenis. Ten aanzien van parketnummer 08.062361.25 heeft de raadsman verzocht om bij oplegging van de ISD-maatregel toepassingen te geven aan artikel 9a Sr.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte is kort na zijn detentie naar het kantoor van zijn bewindvoerder gegaan en heeft ruiten van het kantoor ingegooid en gedreigd om het kantoor in brand te steken. Hierbij had verdachte benzine en aanmaakblokjes meegenomen en naar binnen gegooid, om zijn dreigement kracht bij te zetten. Vervolgens heeft verdachte medewerkers van het kantoor bedreigd met de dood. De aanleiding was dat verdachte vond dat hij niet op de juiste manier werd geholpen. Door deze gedragingen heeft verdachte een uiterst ernstige en dreigende situatie in het leven geroepen. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat verdachte zijn frustratie op deze wijze heeft geuit door gewelddadig en bedreigend gedrag. Het handelen van verdachte vormt een inbreuk op de persoonlijke veiligheid van de betrokken personen en tast tevens het veiligheidsgevoel in de samenleving aan.
Ook heeft verdachte politieambtenaren beledigd. De verdachte heeft hiermee het respect en het gezag ten aanzien van een ambtenaar die een publieke taak verricht ondermijnd. Door politieambtenaren met kwetsende en beledigende woorden uit te schelden heeft hij hen in hun eer en goede naam aangetast. De verdachte dient zich meewerkend en respectvol op te stellen jegens politieambtenaren, ook al is de verdachte het niet eens met de gang van zaken.
Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie in een openbare bibliotheek door contact te zoeken met het slachtoffer, seksuele opmerkingen en gebaren te maken, dicht bij haar te komen en haar ongevraagd aan te raken. Dit gedrag is door het slachtoffer als bijzonder onprettig ervaren en heeft bij haar gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. De rechtbank acht het gedrag van verdachte onaanvaardbaar en rekent dit verdachte aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 30 oktober 2025. Uit dit overzicht blijkt dat verdachte een zeer actieve veelpleger is en veelvuldig met politie en justitie in aanraking is geweest. In de afgelopen vijf jaren is de verdachte meermalen tot gevangenisstraffen veroordeeld, terwijl die straffen inmiddels geheel ten uitvoer zijn gelegd. De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan verdachte opgelegde straffen er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van verdachte is beëindigd.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het reclasseringsadvies over de persoon van verdachte van 4 december 2025 van Tactus Verslavingszorg, opgemaakt en ondertekend door [naam 2], reclasseringswerker en [naam 1], unitmanager Reclassering Nederland. In dit rapport staat onder meer, zakelijk weergegeven, dat verdachte de afgelopen jaren veelvuldig in beeld gekomen is bij justitie. Uit het strafblad van verdachte blijkt een verscheidenheid aan delicten waarbij bij de gewelds- en vermogensdelicten een delictpatroon wordt gevonden. Verdachte is eerder veroordeeld voor een seksueel delict. Verdachte is aangemerkt als zeer actieve veelpleger en wordt in die hoedanigheid besproken in het veelplegeroverleg van het Zorg- en Veiligheidshuis Twente. Inmiddels voldoet verdachte aan zowel de harde als zachte criteria voor een ISD-maatregel en is hij door het veelplegeroverleg aangemerkt als ISD-kandidaat. Verdachte heeft sinds 2014 verschillende (reclasserings)trajecten aangeboden gekregen, die merendeels voortijdig negatief beëindigd zijn. Verdachte begint meestal gemotiveerd aan een traject maar haakt al snel daarna af en geeft aan dat hij niet meer verder wil. Ook worden trajecten negatief afgesloten omdat verdachte niet op afspraken verschijnt, zich niet aan afspraken houdt of niet meer bereikbaar is. Er is sprake van een jarenlange instabiliteit op verschillende leefgebieden, waarbij er weinig tot geen beschermende factoren worden waargenomen. Met betrekking tot het psychosociaal functioneren worden, naast een verstandelijke beperking, beperkte coping- en oplossingsvaardigheden gezien. Hierdoor is verdachte onvoldoende in staat problemen zelfstandig op te lossen. Ook heeft verdachte de neiging om de verantwoordelijkheid buiten zichzelf neer te leggen en ziet hij de problemen die hij in zijn leven meemaakt als gebeurtenissen die hem overkomen en waarop hij weinig invloed heeft. Verdachte heeft weinig oog voor zijn eigen aandeel hierin. Het psychosociaal functioneren en houding worden gezien als belangrijke criminogene factoren. Verdachte heeft in het verleden een COVA+ training en diverse behandelingen gevolgd. Dit heeft niet geleid tot gedragsverandering. Verdachte heeft een pro-criminele houding en is niet gemotiveerd voor gedragsverandering. Hij staat niet open voor hulpverlening en/of reclasseringsinterventies.
Het risico op recidive, letsel en onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog en de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding en risicobeheersing nihil. Geadviseerd wordt om bij een veroordeling een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m Sr aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. De bewezenverklaarde feiten (bedreiging en vernieling) zijn namelijk feiten waarvoor ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, Sv, voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast blijkt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen. Ook is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en eist de veiligheid van goederen oplegging van de ISD-maatregel. De rechtbank komt hiertoe vanwege verdachtes uitgebreide strafblad, zijn hulpverleningsgeschiedenis, de problemen in zijn huidige instabiele leefomstandigheden en zijn problematiek en het hoge recidiverisico, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage van de reclassering. Zolang de problematiek van verdachte blijft voortduren, bestaat een zeer grote kans dat verdachte opnieuw soortgelijke delicten gaat plegen.
Blijkens het strafblad van verdachte is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Anders dan door de verdediging is aangevoerd, wordt aldus voldaan aan deze zogenoemde ‘zachte criteria’.
Bij de oplegging van de ISD-maatregel moet het belang van de maatschappij, om beveiligd te worden tegen de aantasting van de veiligheid van personen of goederen door misdrijven als deze, afgewogen worden tegen het onder meer in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op persoonlijke vrijheid.
De rechtbank is zich bewust van de zwaarte van een ISD-maatregel, maar alles afwegende moet het belang van de maatschappij om tegen verdachtes handelen beschermd te worden te prevaleren. Dit maatschappelijke belang kan niet op andere wijze genoeg worden beschermd dan door oplegging van de ISD-maatregel. Zonder deze maatregel moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zijn huidige levenswijze niet vrijwillig kan en zal veranderen en ook in de toekomst misdrijven zal blijven plegen. Verdachte veroorzaakt stelselmatig overlast en zal zich gedurende de ISD-maatregel niet schuldig kunnen maken aan strafbare feiten. Alle vormen van hulpverlening zijn uitgelopen en ook zijn alle reclasseringsinterventies uitgeput geraakt. Eerdere veroordelingen en reclasseringsinterventies hebben er niet toe geleid dat gedragsverandering bij verdachte is opgetreden. De rechtbank acht een andere afdoening ontoereikend voor gedragsverandering en risicobeperking. De beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van verdachtes criminele recidive eisen daarom het opleggen van de ISD-maatregel.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren. De rechtbank is van oordeel dat het van groot belang is dat aan de verdachte binnen noodzakelijke strakke kaders een langdurige en intensieve behandeling c.q. begeleiding wordt geboden, om de kans op recidive te beperken en de kans op gedragsbeïnvloeding te vergroten. Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Gelet op de noodzaak van een langdurige interventie ziet de rechtbank geen reden om de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering te brengen op de duur van de maatregel.
Het verzoek van de verdediging tot het bepalen van een tijdstip voor tussentijdse beoordeling van de ISD maatregel wijst de rechtbank af omdat zij daartoe thans geen aanleiding ziet. In het geval hiervoor aanleiding mocht ontstaan, kan de verdediging hiertoe een verzoek indienen om de voortgang van de behandeling, het doel van de maatregel en/of de noodzakelijkheid van de maatregel door de rechtbank te laten toetsen.
Ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 08.062361.25 is de rechtbank van oordeel dat, ondanks het aan verdachte te maken verwijt, toepassing dient te worden gegeven aan artikel 9a Sr en aan hem geen straf of maatregel dient te worden opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank uitdrukkelijk rekening gehouden met de aan verdachte op te leggen ISD-maatregel. Naar het oordeel van de rechtbank is een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel onder deze omstandigheden voldoende effectief om recht te doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikel 57 Sr.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08.231929.25 feit 1, 2, 3 en parketnummer 08.062361.25 feit 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
08.231929.25
feit 1
het misdrijf: bedreiging met brandstichting;
feit 2
het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen;
08.062361.25
feit 1
het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: iemand in het openbaar indringend seksueel benaderen door middel van een of meer opmerkingen, gebaren en aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend is te achten;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08.231929.25 feit 1, 2, 3 en parketnummer 08.062361.25 feit 1 en 2 bewezen verklaarde;
straf of maatregel
08.062361.25
- bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd;
08.231929.25
- legt aan verdachte op de maatregel tot
plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Piksen, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink,
mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummers PL0600-2025422332 en PL0600-202509O815. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.