ECLI:NL:RBOVE:2025:7692

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11977676 \ CV EXPL 25-3663
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning wegens huurachterstand

In deze zaak vordert Stichting Openbaar Belang ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning van gedaagden, die sinds 1 oktober 2014 huren. De huurders hebben een huurachterstand van € 5.118,06 opgebouwd, ondanks herhaalde aanmaningen en de mogelijkheid van schuldhulpverlening. De huurders, die in 2020 hun werk hebben stopgezet om als missionarissen te werken, geven aan onvoldoende inkomsten te genereren. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst, met een ontruimingstermijn van veertien dagen. De procedure omvatte een mondelinge behandeling op 16 december 2025, waarna het vonnis op 30 december 2025 werd uitgesproken. De kantonrechter overweegt dat de huurders tekort zijn geschoten in hun verplichtingen en dat de ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is, ondanks de omstandigheden van de huurders. De kantonrechter wijst de vorderingen van Openbaar Belang toe, inclusief de betaling van achterstallige huur en buitengerechtelijke kosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11977676 \ CV EXPL 25-3663
Vonnis van 30 december 2025
in de zaak van
STICHTING OPENBAAR BELANG,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Openbaar Belang,
gemachtigde: Smit en Legebeke,
tegen

1.[gedaagde 1],

te [woonplaats 1]
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren sinds 1 oktober 2014 een woning van Openbaar Belang. Ze hebben een huurachterstand van € 5.118,06 opgebouwd en ondanks herhaalde aanmaningen en de mogelijkheid van schuldhulpverlening, is de achterstand niet ingelopen. Openbaar Belang vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurders geven aan dat ze hun werk in 2020 hebben stopgezet om als missionarissen te werken, maar dat ze onvoldoende inkomsten genereren. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst, met een ontruimingstermijn van veertien dagen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Openbaar Belang verhuurt met ingang van 1 oktober 2014 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de woning aan het adres [adres]. De huur bedraagt € 1.023,06 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben (een deel van) de huur niet betaald. Openbaar Belang heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] herhaaldelijk aangemaand en op 7 april 2025 de laatste aanmaning gestuurd om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Openbaar Belang heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben daarop niet afwijzend gereageerd. Openbaar Belang heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Openbaar Belang vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 5.118,06 aan huurachterstand met nevenvorderingen. Openbaar Belang legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in hun verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan hun betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Openbaar Belang de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] erkennen de huurachterstand. Zij hebben recentelijk een afspraak gehad met maatschappelijk werk en de woningstichting, maar vinden hier niet de hulp die ze nodig hebben. In 2020 hebben zij hun werk stopgezet naar aanleiding van een roeping om als missionarissen op te treden. Sindsdien hebben zij geprobeerd een eigen bedrijf op te starten en een boek te schrijven om inkomsten te genereren, maar dit is niet gelukt. De huurders ontvangen een PGB vanwege de mantelzorg voor moeder, maar verder zijn er geen andere inkomsten. Er is momenteel geen concrete oplossing, maar partijen kunnen steun zoeken bij de moeder van de man, die in [plaats] woont. Zij woont in een groot huis met meerdere slaapkamers. De mantelzorg voor moeder kan eventueel worden overgedragen aan een broer, en op termijn zal moeder naar een verzorgingshuis moeten, aangezien de zorg te zwaar wordt.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben erkend dat er een huurachterstand is die tot en met december 2025 berekend is op een bedrag van € 5.118,06. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben herhaaldelijk te laat de huurtermijnen voldaan, en er is op dit moment geen zicht op verbetering van hun betalingsgedrag of op een concrete oplossing voor de achterstand. De huurders geven aan hun leven te willen richten op hun missionariswerk en accepteren de consequenties van deze levenskeuze. In dit verband hebben zij aangegeven dat zij, ondanks de financiële situatie, beschikken over een vangnet in de vorm van onderdak bij de moeder van de man en de mantelzorg voor de moeder van de vrouw kan worden overgenomen door een broer.
4.3.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.4.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 4 maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels 5 maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind de belangen van kinderen een eerste overweging moeten vormen. Dat betekent niet dat een huurovereenkomst met een huurder met een minderjarig kind niet mag worden ontbonden. De ouders van een minderjarig kind zijn in principe verantwoordelijk voor tekortkomingen die tot een ontbinding en daaropvolgende ontruiming kunnen leiden. Het ligt dan ook in de eerste plaats op de weg van de ouders zelf om de nadelige effecten van de ontbinding en ontruiming voor hun kind zoveel mogelijk te beperken. Er bestaat de mogelijkheid om, indien daarbij hulp nodig is, hulpverlenende instanties in te schakelen. Als er toch een noodsituatie dreigt, bijvoorbeeld omdat het kind letterlijk op straat komt te staan, dan kan dat – mede afhankelijk van de overige omstandigheden – een belemmering voor ontruiming zijn.
4.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.7.
Openbaar Belang wil ook dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 1.023,06, te rekenen vanaf de maand januari 2025 tot het moment dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het gehuurde ontruimen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nog in het gehuurde verblijven. Deze vordering zal worden toegewezen.
De bijkomende kosten
4.8.
Openbaar Belang vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] consumenten zijn (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Openbaar Belang heeft aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 508,07 worden toegewezen.
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
De proceskosten
4.10.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Openbaar Belang worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,83
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
Totaal
1.338,83
4.11.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Openbaar Belang zijn, en de sleutels af te geven aan Openbaar Belang,
5.3.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om te betalen aan Openbaar Belang:
- € 5.118,06 aan achterstallige huur tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 1.023,06 per maand vanaf januari 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om aan Openbaar Belang te betalen een bedrag van € 508,07 aan buitengerechtelijke kosten,
5.5.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.338,83, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025. (jb)

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)