ECLI:NL:RBOVE:2025:7698

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11963086 \ CV EXPL 25-3593
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurachterstand en onterecht gebruik automatische incasso door verhuurder

In deze zaak heeft Vechtdal Wonen een vordering ingesteld tegen de gedaagde wegens huurachterstand. De gedaagde heeft een deel van de huur niet betaald en betwist de duidelijkheid van het door Vechtdal Wonen verstrekte overzicht. Vechtdal Wonen heeft zonder expliciete toestemming van de gedaagde de automatische incasso gebruikt voor betalingen van een betalingsregeling. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand kan worden toegewezen, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar vanwege een oneerlijk beding in de algemene huurvoorwaarden. De procedure omvatte een mondelinge behandeling op 16 december 2025, waarna de kantonrechter zich heeft uitgesproken over de huurachterstand en de kosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurachterstand tot en met december 2025 € 472,06 bedraagt en heeft de gedaagde veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn afgewezen omdat het beding in de algemene voorwaarden niet voldoet aan de wettelijke eisen. De gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen, die zijn begroot op € 996,14. Het vonnis is uitgesproken op 30 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11963086 \ CV EXPL 25-3593
Vonnis van 30 december 2025
in de zaak van
WONINGSTICHTING VECHTDAL WONEN,
te Ommen,
eisende partij,
hierna te noemen: Vechtdal Wonen,
gemachtigde: Smit en Legebeke,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Vechtdal Wonen heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] wegens een huurachterstand. [gedaagde] heeft een deel van de huur niet betaald, maar is van mening dat het door Vechtdal Wonen verstrekte overzicht erg onduidelijk is. Vechtdal Wonen heeft de automatische incasso onterecht gebruikt voor betalingen van een betalingsregeling zonder expliciete toestemming van [gedaagde]. De kantonrechter is van oordeel huurachterstand kan worden toegewezen, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar wegens een oneerlijk beding in de algemene huurvoorwaarden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Vechtdal Wonen verhuurt met ingang van 23 april 2015 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres]. De huur bedraagt € 386,03 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Vechtdal Wonen heeft [gedaagde] aangemaand op 15 april 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Vechtdal Wonen heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Vechtdal Wonen heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Vechtdal Wonen vordert bij dagvaarding– samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.272,06 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Vechtdal Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand is door [gedaagde] ingelopen en bedraagt ten tijde van de mondeling behandeling nog zo’n anderhalve maand. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt niet meer gehandhaafd. Alleen de vordering tot betaling van de achterstand inclusief de incassokosten ( € 591,51) en de proceskosten blijft gehandhaafd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat hij financieel in moeilijkheden verkeert, maar dat hij de lopende huurtermijnen wel tijdig voldoet. Hij heeft echter moeite met het overzicht van Vechtdal Wonen en is onduidelijk over de betalingen en storneringen die daarop staan vermeld. Ook bestaat er verwarring over de afgesproken betalingsregeling. Volgens [gedaagde] was het de afspraak dat hij de overeengekomen termijnen zelf zou overmaken aan Vechtdal Wonen, maar hij merkt op dat er tevens bedragen door Vechtdal automatisch geïncasseerd worden. Het overzicht is voor hem niet helder en hij is ontevreden over de automatische incasso’s.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Aangezien Vechtdal Wonen de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde ter zitting heeft ingetrokken, zal de kantonrechter zich uitsluitend nog uitlaten over de huurachterstand en de daarmee samenhangende kosten.
4.2.
[gedaagde] heeft gesteld dat het door Vechtdal Wonen overgelegde overzicht onduidelijk is, maar heeft de hoogte van de achterstand van € 472,06 niet betwist. De kantonrechter deelt deze zorg en is van oordeel dat het overzicht inderdaad niet transparant is, wat leidt tot onduidelijkheid over de herkomst en specificatie van de vorderingen. Bovendien heeft de kantonrechter vastgesteld dat Vechtdal Wonen onterecht de toestemming voor automatische incasso van de huurtermijnen heeft gebruikt om eveneens betalingen voor een betalingsregeling van de rekening van [gedaagde] af te schrijven. Dit is in strijd met de geldende regels omtrent automatische incasso, aangezien hiervoor expliciete en afzonderlijke toestemming van [gedaagde] vereist was. Duidelijke afspraken en voorafgaande goedkeuring waren noodzakelijk geweest in deze situatie.
4.3.
De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met december 2025 sprake is van een huurachterstand van € 472,06. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
4.4.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
De bijkomende kosten.
4.5.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval, behalve voor de buitengerechtelijke incassokosten.
4.6.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 119,45 zijn niet toewijsbaar, omdat sprake is van een oneerlijk beding. Verhuurder heeft in de algemene huurvoorwaarden in artikel 13.1 het volgende oneerlijke beding opgenomen over incassokosten:
“Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van die ene partij.”
4.7.
Op grond van de wet is een consument pas incassokosten verschuldigd als hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle in artikel 6:96 lid 6 BW genoemde eisen voldoet. Daarnaast moet in het beding de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden genoemd. Deze eisen zijn echter niet opgenomen in artikel 13.1 van de algemene huurvoorwaarden. Verhuurder stelt dat zij betaling op grond van de wet heeft gevorderd, maar dat maakt niet uit, omdat zij zich wel op de algemene huurvoorwaarden zou kunnen beroepen. Dit kan ertoe leiden dat de verhuurder te veel en/of te hoge kosten in rekening brengt bij de consument en dat maakt het beding oneerlijk. Nu sprake is van een oneerlijk beding, is terugvallen op de wettelijke regeling niet mogelijk. [1]
4.8.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Vechtdal Wonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
De proceskosten
4.9.
[gedaagde] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vechtdal Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
Totaal
996,14

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Vechtdal Wonen € 472,06 aan achterstallige huur berekend tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding totdat er volledig is betaald,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 996,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025. (jb)

Voetnoten

1.HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:2021:68.