ECLI:NL:RBOVE:2025:7712

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/08/340121 / JE RK 25-1779
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens veiligheidsrisico en onduidelijkheid rol vader

De rechtbank Overijssel heeft op 17 december 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 23 december 2026. Dit besluit volgt op een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) die de situatie rondom de minderjarige monitort. De verlenging is noodzakelijk vanwege onduidelijkheden over de rol van de vader, die momenteel in detentie verblijft en een veiligheidsrisico vormt voor de minderjarige en diens moeder.

De vader is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, maar heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Zijn gedrag is recentelijk erg boos en dreigend geweest, waardoor contact tussen vader en zoon op dit moment niet in het belang van de minderjarige wordt geacht. De moeder ondersteunt de verlenging en benadrukt de noodzaak van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer.

Daarnaast heeft de minderjarige nog onvoldoende geprofiteerd van de hulpverleningstrajecten die recent zijn gestart. De hulpverlening richt zich op het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen in het leven van de minderjarige. De rechtbank acht vrijwillige hulpverlening onvoldoende vanwege de instabiele situatie en de onvoorspelbaarheid veroorzaakt door de vader.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De rechtbank benadrukt dat zodra de situatie rond de vader stabieler is, de mogelijkheid tot contact opnieuw zal worden onderzocht met inachtneming van de wensen van de minderjarige.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 23 december 2026 vanwege veiligheidsrisico's en onduidelijkheid over de rol van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/340121 / JE RK 25-1779
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Bouwhuis.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te [locatie 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 oktober 2025;
  • een bericht van de GI van 30 oktober 2025;
  • een bericht van de PI van 17 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de GI.
1.3.
De vader, is hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de mondelinge behandeling. De PI heeft in haar bericht van 17 december 2025 laten weten dat de vader afstand doet van de zitting.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI licht toe dat de ondertoezichtstelling nog nodig is vanwege de onzekerheden rondom de hulpverleningstrajecten en de rol van de vader in het leven van [minderjarige] . De GI probeert om een vorm van contact te realiseren tussen [minderjarige] en de vader, maar daarbij is het belang van [minderjarige] leidend. Nu de vader in de afgelopen periode erg boos en dreigend is geweest lijkt het op dit moment niet mogelijk om een vorm van contact te realiseren tussen [minderjarige] en de vader. De GI is positief over de samenwerking met de moeder. Zij is goed in contact met de GI. Indien er meer duidelijkheid is in de situatie rondom [minderjarige] gaat de GI onderzoeken of het mogelijk is dat de ondertoezichtstelling eerder wordt afgesloten.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met de verzoeken aangezien de rol van de vader op dit moment nog niet duidelijk is. De moeder vindt de betrokkenheid van de jeugdbeschermer daarom nog noodzakelijk. De moeder licht toe dat de vader zes jaar gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen, maar hij is in hoger beroep gegaan. De moeder heeft gehoord dat de vader heftig heeft gereageerd op de beslissing die onlangs is genomen over zijn gezag. De moeder heeft daar zorgen over en is van mening dat vermeden moet worden dat zij zelf met de vader in contact moet treden. Hoewel de vader regelmatig ingrijpende gebeurtenissen heeft veroorzaakt, heeft de moeder hem in de afgelopen periode meermaals de mogelijkheid geboden om contact te hebben met [minderjarige] . De vader is hier niet op ingegaan. [minderjarige] praat niet echt met de moeder over wat hij wil in het contact met zijn vader. Desondanks vindt de moeder het belangrijk dat er zo snel mogelijk duidelijkheid is over het contact tussen [minderjarige] en de vader.
4.2.
[minderjarige] vindt dat zijn moeder prima zelf voor hem kan zorgen. Hij weet dat zijn vader in de gevangenis zit. [minderjarige] heeft zijn vader ongeveer drie jaar geleden voor het laatst gezien. Hij vindt het zielig dat zijn vader hem niet kan zien. [minderjarige] zou de vader wel graag willen zien zodat hij weet hoe het met hem gaat. [minderjarige] is nog niet begonnen met de hulpverlening van de [locatie 2]. Hij vindt zijn huidige school leuk. In de toekomst wil [minderjarige] graag graafmachinemachinist worden. Hij wil dan een grote graafmachine zodat hij later mensen in kan huren.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt dit hieronder uit.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er nog veel onduidelijkheid is over de rol van de vader, er sprake is van een veiligheidsrisico voor [minderjarige] en de moeder en de hulpverleningstrajecten nog niet zijn afgerond.
5.3.
Op dit moment zit de vader nog in detentie. Hij is wegens het plegen van strafbare feiten gericht tegen de moeder veroordeeld tot een gevangensstraf van zes jaar, maar is in hoger beroep gegaan. Daardoor is er nog onduidelijkheid over de mate waarin de vader in de komende periode betrokken kan zijn in het leven van [minderjarige] . De uitkomst van het hoger beroep (en het al dan niet in vrijheid mogen afwachten daarvan) is daarin niet de enige factor. De vader heeft in de afgelopen periode namelijk erg boos en dreigend gedrag in de richting van de moeder laten zien. Op de mondelinge behandeling heeft de GI verklaard dat de vader dermate woedend heeft gereageerd op het wegvallen van zijn gezag dat zijn casemanager in de PI hem niet meer zonder andere aanwezigen wil spreken. Daarmee vormt de vader - zij het momenteel op afstand - een veiligheidsrisico voor [minderjarige] en de moeder. De kinderrechter benadrukt dan ook dat het haar op dit moment niet in het belang van [minderjarige] lijkt dat er omgang plaatsvindt tussen vader en zoon. De kinderrechter ziet uiteraard dat er zonder contact tussen beiden een risico is op problemen in de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat de veiligheid van [minderjarige] ten alle tijd gewaarborgd wordt; dat laatste heeft nu voorrang. Zodra de situatie rond de vader stabieler is zal de GI uiteraard kunnen kijken naar de mogelijkheid tot contact, waarbij [minderjarige] ’s wensen belangrijk zijn.
5.4.
Naast de onzekerheid over de rol van de vader heeft [minderjarige] nog onvoldoende geprofiteerd van de hulpverleningstrajecten. Op dit moment krijgt [minderjarige] hulpverlening van de Ruijtershoeve. Dit is nog maar kort geleden gestart. [minderjarige] leert hier met words en pictures de ingrijpende gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in zijn leven te verwerken. Met de vele ingrijpende gebeurtenissen die [minderjarige] in zijn jonge leven heeft meegemaakt is het noodzakelijk dat de hulpverlening die op dit moment betrokken is, betrokken blijft. Daarin speelt de jeugdbeschermer ook een rol omdat die in de verschillende hulpverleningstrajecten de regie houdt. Daardoor blijft er overzicht voor [minderjarige] en de moeder.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat er nog geen sprake is van een stabiele situatie. Daarbij brengt de boze houding van de vader veel onvoorspelbaarheid met zich mee.
5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door
mr. A.M. Koene, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra, griffier, en op schrift gesteld op 30 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.