Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in Almelo uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de handel in cocaïne. De rechtbank heeft de verplichting opgelegd tot betaling van € 87.100,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank baseerde deze beslissing op de wettige bewijsmiddelen die aantoonden dat de veroordeelde voordeel had genoten uit zijn criminele activiteiten. De officier van justitie had aanvankelijk een hoger bedrag van € 147.850,00 gevorderd, maar dit werd tijdens de zitting verlaagd naar € 87.100,00. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.A. Blok, heeft verzet aangetekend tegen de ontnemingsvordering en verzocht om deze af te wijzen of het bedrag te verlagen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van de bewijsvoering en het rapport van 20 juni 2023 op € 87.100,00 moest worden vastgesteld. De rechtbank heeft de wettelijke basis voor de beslissing gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, dat de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel regelt. Het vonnis is openbaar uitgesproken en is ondertekend door de rechters en de griffier.