De rechtbank Overijssel heeft op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de handel in cocaïne. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €147.850, maar heeft dit tijdens de zitting verlaagd tot €87.100. De veroordeelde werd bij vonnis veroordeeld voor meerdere feiten van medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet.
Tijdens de procedure, die plaatsvond op 2 oktober en 5 december 2025, heeft de verdediging verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen of het bedrag te verlagen. De rechtbank baseerde haar oordeel op het ontnemingsrapport en de bewijsmiddelen uit de strafzaak, waaronder chatgesprekken en proces-verbalen.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde in 2020 en 2021 ten minste 5,5 kilo cocaïne heeft verhandeld, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend op €87.100. De rechtbank legde de betalingsverplichting op aan de veroordeelde en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 1080 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.