Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:7723

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
08-265784-25
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Wetboek van StrafvorderingArt. 69 Wetboek van StrafvorderingArt. 80 Wetboek van StrafvorderingArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis met voorwaarden en waarborgsom opgelegd

De rechtbank Overijssel behandelde op 23 december 2025 het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die sinds 22 oktober 2025 gedetineerd is. De gevangenhouding was bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek.

De rechtbank constateerde dat de gronden voor voorlopige hechtenis, waaronder recidive en eerdere veroordelingen in Ierland, Frankrijk en Spanje, onverminderd van kracht zijn. Een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv, was nog niet aan de orde. Daarom werd het verzoek tot opheffing afgewezen.

Wel werd het verzoek tot schorsing toegewezen, omdat het persoonlijke belang van verdachte, met name het voorzien in het levensonderhoud van zijn gezin, zwaarder woog dan het belang van voortzetting van de hechtenis. Het recidivegevaar kon worden beperkt doordat verdachte een baan had gevonden en bereid was een waarborgsom van €5.000 te betalen. Ook bood verdachte aan schadevergoeding aan gedupeerden te betalen, wat zijn inzicht in het laakbare handelen toont.

De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis onder strikte voorwaarden, waaronder medewerking aan identificatie, geen strafbare feiten plegen, verschijnen op oproepen en adreswijzigingen melden. De schorsing gaat in na betaling van de waarborgsom aan het CJIB.

Deze beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel, met drie rechters en een griffier aanwezig.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis afgewezen, voorlopige hechtenis geschorst onder voorwaarden en betaling waarborgsom van €5.000.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-265784-25
Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis van de rechtbank, meervoudige raadkamer van 23 december 2025
(artikel 69, 80 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],
nu gedetineerd in de [verblijfplaats].
Raadsman mr. P.D. Popescu.

Procedure

De rechtbank heeft op 22 oktober 2025 de gevangenhouding bevolen. De beschikking van de rechtbank is op 5 november 2025 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
Op 17 december 2025 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
De officier van justitie heeft zich tegen toewijzing van alle verzoeken verzet.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de ernstige bezwaren en grond, die thans aan de voorlopige hechtenis ten grondslag liggen, onverkort aanwezig zijn. Ten aanzien van de grond, te weten de recidivegrond, verwijst de rechtbank naar de onverkort geldende motivering in het bevel gevangenhouding – die ook door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is bevestigd – en de onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten in Ierland (2020), Frankrijk (2021) en Spanje (2025).
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment nog niet aan de orde is. De rechtbank verwijst daartoe naar de aard en omvang van de verdenking die aan de voorlopige hechtenis ten grondslag ligt.
De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
afwijzen.
De rechtbank overweegt ten aanzien van het verzoek tot schorsing het volgende. De rechtbank is van oordeel dat het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis – met name gelegen in het voorzien in het levensonderhoud van zijn gezin – dient te prevaleren boven het maatschappelijk en strafvorderlijk belang bij voortduring daarvan. Het recidivegevaar kan voldoende worden ondervangen, nu verdachte een baan heeft gevonden en bereid is om een waarborgsom te voldoen. Bovendien heeft de verdachte aangeboden om aan de gedupeerden schadevergoeding te betalen, hetgeen de rechtbank wenselijk vindt en van enig inzicht in het laakbare van het handelen bij verdachte getuigt. De rechtbank zal het verzoek
toewijzen.
De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de hieronder vermelde schorsingsvoorwaarden.

Beslissing

De rechtbank
wijsthet verzoek tot opheffing
af.
De rechtbank
schorstde voorlopige hechtenis, zodra door of ten behoeve van de verdachte als
zekerheidvoor de nakoming van de aan de schorsing verbonden voorwaarden een bedrag van
€ 5.000,00 (zegge vijfduizend euro)is bijgeschreven op rekeningnummer IBAN
[rekeningnummer]t.n.v. Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), onder vermelding van bovenstaand
parketnummervan deze zaak en de
naamen de
geboortedatumvan de verdachte. De rechtbank verbindt aan de schorsing de volgende voorwaarden:
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
5. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie.
6. De verdachte zal bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 23 december 2025 door:
mr. A. van Holten, voorzitter,
mr. R. ter Haar en mr. L.M. de Zeeuw, rechters,
in tegenwoordigheid van V. Harmsen, griffier.