ECLI:NL:RBOVE:2025:7725

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
C/08/339170 / FA RK 25-2521
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in strafprocedure tegen vader

De rechtbank Overijssel heeft op 7 november 2025 besloten om ambtshalve een bijzondere curator te benoemen voor een minderjarige die mogelijk slachtoffer is in een strafprocedure tegen haar vader. De vader is verdachte in een zaak betreffende ernstige zedenfeiten jegens de minderjarige en bevindt zich in voorlopige hechtenis. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft en met de minderjarige samenwoont, heeft geen aangifte gedaan en acht een bijzondere curator niet noodzakelijk.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen, gezien het belang van de minderjarige en het ontbreken van een vertegenwoordiger die uitsluitend haar belangen behartigt in het strafproces. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef dit verzoek en benadrukte de noodzaak van een onafhankelijke belangenbehartiger, ook met het oog op mogelijke civiele vorderingen tot schadevergoeding en toekomstige omgangsregelingen.

De rechtbank oordeelde dat de situatie voldoet aan de criteria van artikel 1:250 BW Pro en benoemde mr. A.S.M. Oude Breuil als bijzondere curator voor de duur van de strafrechtelijke procedure in eerste aanleg, met voortzetting in hoger beroep. De bijzondere curator zal namens de minderjarige optreden, rapporteren over haar werkzaamheden en adviseren over voortzetting van haar benoeming na afronding van het strafproces.

Uitkomst: De rechtbank benoemt ambtshalve een bijzondere curator voor de minderjarige voor de duur van de strafrechtelijke procedure tegen haar vader.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/339170 / FA RK 25-2521
beschikking van 7 november 2025
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
belanghebbende.
De rechtbank merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
thans gedetineerd te [verblijfplaats] ,

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een e-mailbericht van de officier van justitie dat op 16 oktober 2025 bij de griffie ingekomen.
1.2.
Op 30 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de moeder;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad).
De vader heeft afstand gedaan van het recht om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. De officier van justitie heeft laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te kunnen zijn.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.

3.De beoordeling

Benoeming bijzondere curator

3.1.
De officier van justitie heeft op 16 oktober 2025 een e-mail aan de rechtbank gestuurd waarin de rechtbank wordt verzocht om ambtshalve een bijzondere curator voor [minderjarige] te benoemen. De officier van justitie meldt dat er een strafzaak loopt tegen de vader, die verdacht wordt van ernstige zedenfeiten met betrekking tot [minderjarige] . De moeder heeft geen aangifte willen doen tegen de vader, omdat zij van mening is dat de vader hulp nodig heeft. De moeder is met [minderjarige] op bezoek geweest bij de vader in de PI waarin hij thans gedetineerd is, waarbij ook fysiek contact tussen [minderjarige] en de vader heeft plaatsgevonden. Het is niet ondenkbaar dat [minderjarige] aanspraak kan maken op schadevergoeding en dat dit niet gevorderd gaat worden. Een bijzondere curator kan de belangen van [minderjarige] behartigen.
3.2.
Artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt - voor zover hier van belang - het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de rechtbank, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige terzake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
3.3.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling laten weten dat zij de benoeming van een bijzondere curator niet nodig vindt. Zij ziet de ernst van de situatie in en heeft daarom hulpverlening ingeschakeld. [minderjarige] krijgt speltherapie bij Accare. De moeder heeft hulp van het wijkteam. Zij spreekt ook met ervaringsdeskundigen. De moeder zet het belang van [minderjarige] voorop. Zij acht zichzelf daarom goed in staat om [minderjarige] ’s belangen te waarborgen. De moeder denkt niet dat een bijzondere curator toegevoegde waarde heeft. Volgens de moeder heeft de officier van justitie haar gezegd dat een bijzondere curator niet (meer) nodig is.
3.4.
De raad acht het wel van belang dat er voor [minderjarige] een bijzondere curator wordt benoemd. Er zijn ernstige verdenkingen tegen de vader en hij heeft bekend [minderjarige] seksueel te hebben misbruikt. Naar het belang van [minderjarige] moet goed gekeken worden. Ook moet er aandacht zijn voor een eventuele civiele vordering tot schadevergoeding die namens [minderjarige] gevraagd kan worden in het strafproces van de vader. Een bijzondere curator kan hierin de belangen van [minderjarige] behartigen. De kwestie van omgang tussen [minderjarige] en de vader is iets wat in de toekomst kan gaan spelen. Ook hierin zou de bijzondere curator de belangen van [minderjarige] kunnen waarborgen.
3.5.
De rechtbank is van oordeel dat zich in deze procedure met betrekking tot [minderjarige] een situatie in de zin van voormeld artikel voordoet en de rechtbank ziet aanleiding om ambtshalve een bijzondere curator te benoemen. De vader is als verdachte in voorlopige hechtenis genomen in een strafprocedure, waarin [minderjarige] mogelijk als slachtoffer is aan te merken. De vader wordt verdacht van ernstige strafbare feiten jegens [minderjarige] . In het strafproces is er op dit moment niemand die uitsluitend de belangen van [minderjarige] behartigt. Een bijzondere curator kan zich in naam van [minderjarige] als benadeelde partij voegen in het strafproces, en al hetgeen doen dat verder noodzakelijk is om rechtens voor haar belangen op te komen. De bijzondere curator dient te onderzoeken of het belang van [minderjarige] is gediend met een indiening van een vordering benadeelde partij in de strafprocedure tegen de vader.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de moeder haar uiterste best doet om [minderjarige] te helpen in deze moeilijke situatie, ontbreekt het haar aan kennis om de belangen van [minderjarige] goed te behartigen in het strafproces. De rechtbank ziet daarom, anders dan de moeder, wel degelijk een toegevoegde waarde van de betrokkenheid van een bijzondere curator voor [minderjarige] . In de toekomst zal mogelijk gesproken gaan worden of en op welke wijze er contact kan plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] . De rechtbank acht het goed denkbaar dat ook dan een bijzondere curator nodig is om de belangen van [minderjarige] te kunnen waarborgen.
3.6.
Mr. A.S.M. Oude Breuil, kantoorhoudende te Hengelo, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
3.7.
De rechtbank benoemt de bijzondere curator voor de duur van de gehele strafrechtelijke procedure in eerste aanleg. In geval van hoger beroep blijft ook tijdens die procedure de benoeming in stand. Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de rechtbank (in het kader van haar benoeming) uiterlijk binnen zes weken na de datum van uitspreken van het vonnis in de strafzaak zal rapporteren over het resultaat van de bijstand. Daarbij geeft de rechtbank in overweging mee om, indien een schadevergoeding wordt toegekend, te bewerkstelligen dat deze schadevergoeding wordt uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige met een zogenoemde BEM-clausule.
De bijzondere curator dient in haar rapport tevens aan te geven of zij - na de afronding van het strafproces van de vader - de voortzetting van haar benoeming in het belang van [minderjarige] wenselijk vindt.
3.8.
Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW Pro in acht te nemen.
3.9.
Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank beslissen als na te melden.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
benoemt - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen – over voornoemde [minderjarige] tot bijzondere curator:
mr. A.S.M. Oude Breuil, Zweerman Elfrink Advocaten, Oldenzaalsestraat 139, 7557 GJ Hengelo;
4.2.
bepaalt dat deze benoeming geldt voor de duur van de gehele strafrechtelijke procedure in eerste aanleg. In geval van hoger beroep blijft ook tijdens die procedure de benoeming in stand.
4.3.
draagt de bijzondere curator op om uiterlijk zes weken na het vonnis van de rechtbank in de strafzaak aan de rechtbank team Familie & Jeugd te rapporteren over de uitkomsten van haar werkzaamheden en hierbij tevens aan te geven of zij - na afronding van het strafproces van de vader - voortzetting van haar benoeming in het belang van [minderjarige] wenselijk acht;
4.4.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
draagt de griffie op deze beschikking aan de belanghebbenden en de bijzondere curator te zenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025 in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann, griffier.
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.