ECLI:NL:RBOVE:2025:847
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing handhaving herontwikkeling campingterrein
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Losser, waarin hun verzoek om handhavend op te treden tegen de (her)ontwikkeling van een campingterrein werd afgewezen. Eisers betoogden dat de geplande recreatieverblijven als recreatiewoningen moesten worden aangemerkt en dat het aantal recreatiewoningen was gemaximeerd, waardoor vergunningvrij bouwen niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de bouwwerken kwalificeren als chalets, een begrip dat niet in het bestemmingsplan is gedefinieerd maar volgens algemeen spraakgebruik houten recreatieverblijven betreft. De chalets voldoen aan de bouwvoorschriften en het bestemmingsplan bevat geen maximumaantal chalets. Verder is vastgesteld dat de regels omtrent archeologische waarden in het bestemmingsplan niet onder artikel 40 van Pro de Monumentenwet 1988 vallen, zodat vergunningvrij bouwen op grond van het Besluit omgevingsrecht is toegestaan.
De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen. Daarnaast is aan eiseres een proceskostenvergoeding toegekend wegens onrechtmatigheid bij de aanmelding als belanghebbende. De rechtbank kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase. Eisers krijgen het griffierecht niet terug en er wordt geen verdere proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek worden ongegrond verklaard en vergunningvrij bouwen van chalets is toegestaan.