Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ambtshalve toetsing.
119,00
Rechtbank Overijssel
De huurder huurt een woning van de verhuurder en had een huurachterstand van €3.658,89 tot en met oktober 2024. Sinds oktober 2024 wordt de huur weer voldaan. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand met bijkomende kosten. De huurder erkent de achterstand maar voert verweer tegen ontbinding en ontruiming.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van voldoende gewicht is om ontbinding te rechtvaardigen, maar partijen hebben een regeling getroffen waarbij de huurder maandelijks €50 betaalt vanaf 1 februari 2025. Daarom wordt een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toegewezen met een termijn van twee jaar, waarin de huurder aan de betalingsverplichtingen moet voldoen.
Daarnaast wordt de betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een duidelijke regeling voor ontruiming indien de huurder niet aan de voorwaarden voldoet.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden onder voorwaarde van nakoming betalingsregeling met een termijn van twee jaar, waarna ontruiming volgt bij niet-naleving.