3.3.2Feit 1
Onder 1 wordt verdachte verweten dat hij [slachtoffer] heeft verkracht en dat hij daarbij dwang of geweld heeft gebruikt dan wel haar heeft bedreigd.
3.3.2.1 De beoordeling van bewijs in zedenzaken
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door de omstandigheid dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (gestelde) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader.
Bij een ontkennende verdachte, zoals in deze zaak het geval is, brengt dit in veel gevallen met zich dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van enkel de verklaring van het vermeende slachtoffer.
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De vraag of aan dit zogenaamde bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
De rechtbank ziet zich dus gesteld voor de vragen of (1) de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en (2) of deze verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank bij de bespreking van het onder 1 tenlastegelegde zedenfeit eerst ingaan op de verklaringen van verdachte en [slachtoffer], de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] en vervolgens beoordelen of en in hoeverre deze verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.
3.3.2.2 Het oordeel van de rechtbank
De verklaring van verdachte
Op 30 augustus 2024 heeft [slachtoffer] verdachte afgezet bij zijn auto in [plaats 2]. Toen ze bij de auto aankwamen hebben zij met wederzijdse toestemming gemeenschap met elkaar gehad op de achterbank in de auto van [slachtoffer]. Na enkele minuten kreeg [slachtoffer] spijt en kreeg verdachte het gevoel dat zij hem ten onrechte wilde beschuldigen van verkrachting. Er ontstond een handgemeen, waarbij verdachte [slachtoffer] heeft geslagen en gestompt in het gezicht. Verdachte heeft [slachtoffer] proberen tegen te houden om aangifte te doen door met een spanband haar polsen en later haar enkels vast te maken. Toen ze met elkaar in gesprek gingen heeft verdachte haar polsen losgemaakt. Terwijl [slachtoffer] met haar benen vastgebonden op de achterbank zat is hij rond gaan rijden. Uit boosheid heeft verdachte de kleding van [slachtoffer] kapot gemaakt met een veiligheidshamer en haar van haar kleding ontdaan.
De verklaringen van [slachtoffer]
heeft op een aantal momenten een verklaring afgelegd bij de politie. Eerst tegenover de Duitse politie op 30 augustus 2024 terwijl zij in de ambulance aan haar verwondingen werd behandeld. Op 2 september 2024 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan, waarna zij is gehoord. Op 14 november 2024 is zij aanvullend door de politie gehoord en op 9 juli 2025 is zij op verzoek van de verdediging door de rechter-commissaris gehoord.
[slachtoffer] verklaarde op 30 augustus 2024 tegenover de Duitse politie dat zij zich door verdachte naar [plaats 1] had laten brengen. Toen zij uitstapte haalde verdachte een taser tevoorschijn en plaatste deze tegen haar hals en schakelde haar daarmee buiten gevecht. In de auto ontkleedde hij haar eerst, wurgde hij haar en toen verkrachtte hij haar.
[slachtoffer] verklaarde op 2 september 2024 in haar aangifte het volgende. Toen zij op 30 augustus 2024 rond 8.30 uur samen met verdachte bij de Renault Megane in [plaats 2] aankwam verzocht verdachte haar even te wachten. Ze zag dat hij wat uit de kofferbak van zijn auto pakte. Toen hij langs haar auto liep zag ze dat hij grijze stroken tape op zijn broek had. Verdachte liep weer terug naar zijn auto, ze zag dat hij iets pakte en achter zijn lichaam verstopte. Verdachte stapte toen bij haar in de auto en zei tegen haar dat hij de waarheid wilde weten. Hij zei dat hij haar al twee jaar aan het controleren was en dat [slachtoffer] zijn leven had verwoest en de kinderen van hem had afgepakt. [slachtoffer] probeerde te ontsnappen uit de auto. Buiten de auto gleed ze uit. Verdachte pakte haar aan haar haren vast en zij voelde iets in haar nek en hoorde een geluid. Verdachte drukte [slachtoffer] op de achterbank van haar auto en sloeg haar meerdere keren. Ook taserde hij haar nogmaals in haar hals. Hij bleef haar slaan. [slachtoffer] schreeuwde het uit, maar er was niemand.
Op een gegeven moment trok verdachte [slachtoffer] aan haar haren rechtop. Verdachte pakte een spanband uit de kofferbak en maakte haar polsen vast. Hij duwde haar op de achterbank en reed rond. Toen stopte hij op een afgelegen plek. Verdachte bleef tegen [slachtoffer] zeggen dat zij zijn leven had verwoest en de kinderen van hem had afgenomen. Ook zei hij dat [slachtoffer] bij elk fout antwoord een tik kreeg en dat zij dood ging of dat hij dood ging.
[slachtoffer] gaf op de vragen van verdachte volgens hem niet de juiste antwoorden. Hij bleef haar slaan, schoppen en uitschelden. Hij doorzocht de telefoon van [slachtoffer]. Op een gegeven moment zei verdachte dat [slachtoffer] haar mond moest dichthouden. Hij maakte toen haar benen vast. Vervolgens maakte hij haar voeten aan haar handen vast. Hij reed toen, terwijl [slachtoffer] vastgebonden op de achterbank lag, weer naar een andere plek. Toen ze stilstonden zei verdachte tegen [slachtoffer]: “weet je nog dat je zei dat ik je nooit meer naakt zou zien en dat ik nooit meer seks met je zou hebben?”. Verdachte pakte vervolgens een schaar en knipte de kleding van [slachtoffer] kapot. Haar beha knipte hij los bij haar schouders. [slachtoffer] moest van verdachte op haar buik gaan liggen. Ze wilde dit niet, waarop hij haar duwde. [slachtoffer] probeerde terug te vechten, maar doordat haar handen en benen vastzaten lukte dit niet. Voor verdachte was het niet de juiste houding. Hij maakte haar voeten los, duwde haar naar voren op de achterbank en verkrachtte haar door zijn piemel in haar vagina te brengen. Haar handen zaten tijdens de verkrachting nog steeds vast. Nadat verdachte in haar klaarkwam, pakte hij doekjes uit de kofferbak en maakte hij [slachtoffer] schoon. De kleding van [slachtoffer] deed verdachte in de kofferbak, behalve haar beha. Die lag nog in de auto onder het kinderzitje. Nadat hij klaar was moest [slachtoffer] op een plastic zeil gaan zitten op de achterbank. [slachtoffer] vroeg om iets om haar lichaam mee te bedekken, maar verdachte zei dat hij haar naakt wilde zien. Hij zei ook dat [slachtoffer] zou schrikken als ze zichzelf zou zien. Hij zei ook dat hij wist dat er geen weg terug was, maar dat iemand voor de kinderen moest zorgen. [slachtoffer] vroeg wat verdachte van plan was. Hij zei dat hij zichzelf van kant ging maken of kwam vast te zitten. Verdachte reed toen met [slachtoffer] naar [plaats 3] naar de BSO waar de Audi van verdachte nog stond. Verdachte maakte toen haar handen los met een schaar en gaf haar, nadat [slachtoffer] daar om vroeg, een trui. [slachtoffer] moest in de auto blijven zitten. Verdachte pakte toen alle spullen uit haar kofferbak over in de Audi. Verdachte zei toen dat ze moest wegrijden. [slachtoffer] reed naar huis. Bij thuiskomst hielp [naam 2] haar op bed. [slachtoffer] belde haar dochter [naam 1] dat zij dringend thuis moest komen. [naam 1] belde de politie.
Verder verklaarde [slachtoffer] dat zij eerst niet wist dat er een taser was gebruikt. Het was een zwart ding, waar ze een schok van kreeg. [slachtoffer] hoorde ook tikketikketikke toen verdachte het in haar hals zette. Zij zocht op het internet en zag dat het om een taser ging.
Tot slot verklaarde zij dat verdachte zei dat hij RTV Oost ging halen en dat hij haar zou vermoorden. Hij probeerde haar te wurgen. [slachtoffer] kreeg geen lucht meer en het werd zwart voor haar ogen. Zij dacht dat het klaar was, maar dan liet hij weer los. Continu schoot het door haar hoofd dat hij haar dood ging maken en dat zij de kinderen niet meer zou zien.
Op 14 november 2024 verklaarde [slachtoffer] in een aanvullend verhoor bij de politie dat
verdachte haar, terwijl zij op de achterbank lag, probeerde te verwurgen. Hij deed beide handen om haar keel en het werd zwart voor haar ogen. Hij kneep haar strot dicht. Hij heeft dit wel twee of drie keer gedaan. [slachtoffer] was op dat moment bang dat hij haar het leven zou ontnemen.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]
De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn en (als uitgangspunt) voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] op essentiële onderdelen, zowel als het gaat over de handelingen als over de omstandigheden, met elkaar overeenkomen. Zij beschrijft in de gesprekken met de politie consistent en gedetailleerd dezelfde handelingen en ook de volgorde van die handelingen: verdachte heeft haar getaserd tegen haar hals, haar in de auto geduwd, haar meerdere keren geslagen, haar vastgebonden aan armen en benen, haar van haar kleding ontdaan, haar proberen te wurgen en haar verkracht.
[slachtoffer] geeft een zeer gedetailleerde beschrijving van die handelingen, bijvoorbeeld als het gaat over hoe en waar de seks plaatsvond. Zij verklaart dat terwijl zij vastgebonden was aan armen en benen, verdachte haar benen losmaakte, haar op de achterbank duwde en vervolgens zijn piemel in haar vagina bracht en in haar klaarkwam. Daarna maakt hij haar onderlichaam schoon met doekjes, ze beschrijft daarbij dat dit prikte. Als het gaat over de taser dan beschrijft zij dat zij in eerste instantie niet wist dat het een taser was, waarmee verdachte haar in haar hals een schok gaf. Zij beschrijft de kleur, het geluid en geeft aan dat zij op internet heeft gezocht om wat voor een apparaat het ging. Ook heeft zij verklaard dat de bandjes van haar beha zijn doorgeknipt en dat haar beha in haar auto is achtergebleven. De beha is vervolgens ook door de politie met een doorgeknipt/gesneden bandje in de auto van [slachtoffer] aangetroffen. Het beschrijven van dergelijke zeer gedetailleerde handelingen en omstandigheden maken de verklaring van [slachtoffer] authentiek. Tot slot past het aangetroffen letsel van [slachtoffer] bij hetgeen [slachtoffer] heeft verklaard.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en geloofwaardig is en voor het bewijs kan worden gebruikt.
Steunbewijs
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Deze ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen, in dit geval de seksuele en geweldshandelingen, van de tenlastelegging. Het is voldoende dat de verklaring van [slachtoffer] op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, mits die uit een andere bron komen dan van [slachtoffer]. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, gelet op het volgende.
- De verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij seks met [slachtoffer] heeft gehad op de achterbank van haar auto, dat hij haar heeft geslagen, ook met de vuist, in haar gezicht en heeft vastgebonden, eerst aan haar polsen en later aan haar benen. Ook heeft hij verklaard dat hij haar kleding kapot heeft gemaakt met een veiligheidshamer en [slachtoffer] van haar kleding heeft ontdaan.
- De verklaring van getuige [naam 1]
Getuige [naam 1] (hierna: [naam 1]), de oudste dochter van [slachtoffer], heeft op 1 september 2024, kort na de gebeurtenissen, een verklaring afgelegd bij de politie waarin zij verklaarde dat zij wist dat haar moeder op 30 augustus 2024 verdachte naar de Renault, die met pech tussen [plaats 2] en [plaats 1] stond, zou brengen. Om 13.30 uur belde haar moeder haar dat zij naar huis moest komen en dat het dringend was. [naam 1] was om ongeveer 13.50 uur bij de woning van haar moeder, zij zag haar op bed liggen en vroeg wat er was gebeurd. Haar moeder vertelde haar dat verdachte dit had gedaan. [naam 1] zei dat ze de politie ging bellen, haar moeder wilde dit niet omdat zij bang was dat hij haar dan ging vermoorden. Haar moeder vertelde toen dat zij zag dat verdachte iets uit de kofferbak van de Renault haalde. Toen ging hij naast haar moeder in de auto zitten. Hij wilde weten met wie zij een relatie had. Hij checkte haar sociale media. Toen hij niets kon vinden werd hij steeds agressiever. Haar moeder zag dat hij twee stukken tape op zijn broek had geplakt.
Hij was wat vergeten uit de auto te pakken en toen pakte hij een taser. Hij ging weer naast haar moeder zitten en taserde haar in haar nek. Haar moeder probeerde weg te rennen, maar ze gleed uit. Toen pakte hij haar vast en zette haar achterin in de auto. Hij maakte haar handen en voeten vast met touw en reed toen een stuk met haar in de auto. Haar moeder moest gaan liggen op de achterbank, zodat niemand haar zag. Toen ze een stuk hadden gereden stopte hij, stapte hij uit en wilde hij praten met haar moeder.
Hij had de tape van haar mond gehaald. Haar handen en voeten zaten vastgebonden. Hij praatte en als haar moeder een verkeerd antwoord gaf dan sloeg hij haar met de vuist. Op een gegeven moment maakte hij haar voeten los en zaten alleen haar handen nog vast. Toen pakte hij een schaar en knipte hij haar kleren kapot, zodat zij helemaal naakt was en toen verkrachtte hij haar. Uiteindelijk reed hij met haar naar de BSO waar zijn Audi stond. Haar moeder was nog steeds naakt. Hij gaf haar toen een trui. Haar moeder reed naar huis. [naam 1] zag striemen op haar voeten en polsen van een touw. Haar wangen waren dik en blauw. Bij haar oren zat bloed. Aan de rechterzijde van haar nek zaten afdrukken van een taser en in haar nek zaten ook krassen en bloeduitstortingen. Op haar armen en benen zaten blauwe plekken en op haar voeten schaafwonden.
- Forensisch onderzoek auto [slachtoffer]
Verbalisanten hebben het voertuig van [slachtoffer] onderzocht. Zij zagen in het voertuig tussen de deur en de achterbank achter de passagiersstoel een witte beha liggen met een doorgesneden / geknipt behabandje. Ook zagen zij op de achterbank en de vloer onder de achterbank verschillende plukken haar.
- Letsel
Op 2 september 2024 is [slachtoffer] door een forensisch arts onderzocht. Het letselbeeld bestond uit 22 over het lichaam verspreide letsels. Twintig letsels betroffen huidverkleuringen die geduid kunnen worden als bloeduitstortingen. De meeste verkleuringen bevonden zich in het gelaat, de hals en op de bovenarmen. Bloeduitstortingen ontstaan door een stomp inwerkende of samendrukkende kracht op de huid en onderliggende weefsels. In de hals werden er in de huidverkleuringen aan de rechterzijde ook streepvormige, oppervlakkige huidbeschadigingen gezien die passen bij krasletsel. Krasletsel ontstaat door het bewegen van een scherp/puntig voorwerp over de huid.
De rechtbank is op basis van hetgeen hiervoor is uiteengezet van oordeel dat de betrouwbare en geloofwaardige verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate en op wezenlijke onderdelen wordt ondersteund door de verklaring van verdachte, de getuigenverklaring van [naam 1], het forensisch onderzoek in de auto van [slachtoffer] en het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel.
De verklaring van verdachte over het liefdevolle en vrijwillige seksuele contact en hetgeen daarna zou zijn gebeurd acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte heeft niet eerder dan nadat hij de beschikking had over het dossier een inhoudelijke verklaring afgelegd en heeft daarbij naar het oordeel van de rechtbank zijn verklaring afgestemd op de bevindingen in het dossier. Daarbij valt op dat de verklaring van verdachte weinig gedetailleerd is. Het blijft bij algemene beschrijvingen van handelingen die soms letterlijk overeenkomen met de tekst van de tenlastelegging. Als daarover wordt doorgevraagd kan verdachte (de omstandigheden rondom) het seksuele contact bijvoorbeeld niet precies omschrijven. Ook kan uit zijn op dit punt zeer summiere verklaring niet worden afgeleid hoe hij [slachtoffer] van al haar kleding heeft ontdaan, terwijl haar voeten waren vastgebonden. Verdachte verklaart ook niet over hoe lang en waar hij met [slachtoffer] is geweest en hoe laat zij weer terug waren in [plaats 3]. Ook de volgorde van de handelingen zoals die kan worden afgeleid uit de verklaring van verdachte acht de rechtbank niet geloofwaardig. Zo heeft hij verklaard dat hij [slachtoffer] van haar kleding heeft ontdaan, nadat zij seks hebben gehad.
Van opzetverkrachting is sprake als verdachte met een ander seksuele handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, terwijl
hij – al dan niet in voorwaardelijke zin – wist dat bij de ander de wil daartoe ontbrak. Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander is in het algemeen sprake als de ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen heeft gegeven het seksuele contact niet op prijs te stellen en de verdachte dit seksuele contact toch heeft voortgezet.
Om tot een bewezenverklaring van gekwalificeerde opzetverkrachting te komen moet worden vastgesteld dat de opzetverkrachting werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.
De rechtbank is van oordeel dat onomstotelijk uit de door [slachtoffer] beschreven handelingen en omstandigheden blijkt dat bij haar de wil tot seksueel contact met verdachte ontbrak en dat verdachte dat wist. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld en gevolgd van dwang, geweld en bedreiging.
Conclusie ten aanzien van feit 1
De rechtbank acht het ten laste gelegde feit, gekwalificeerde opzetverkrachting, wettig en overtuigend bewezen.
3.3.3Feit 2
3.3.3.1 Het oordeel van de rechtbank
Onder 2 wordt verdachte primair verweten dat hij, al dan niet met voorbedachte raad, zijn ex-partner [slachtoffer] heeft proberen te doden.
3.3.3.1.1 De verklaring van verdachte
Verdachte heeft in zijn verhoren bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden.
3.3.2.1.2 De redengevende feiten en omstandigheden
Zoals reeds hiervoor overwogen acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar. De rechtbank neemt de verklaring van [slachtoffer] als uitgangspunt en stelt op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 29 augustus 2024 rond 22.00 uur belde verdachte [slachtoffer] met het verzoek of zij hem kon komen ophalen omdat hij pech had met zijn auto, een Renault, op de weg van [plaats 2] naar [plaats 1]. [slachtoffer] haalde verdachte op en zette hem af bij de BSO van haar kinderen in [plaats 3], want daar stond zijn Audi. Verdachte vroeg of [slachtoffer] hem de volgende dag, 30 augustus 2024, in de ochtend weer bij zijn auto in [plaats 2] wilde afzetten. Zij spraken af bij de BSO. Bij de Renault aangekomen rommelde verdachte wat in zijn kofferbak, deed de kofferbak van de auto van [slachtoffer] open en liep daarna weer terug naar zijn eigen kofferbak. Verdachte had grijze tape op zijn broek geplakt en hij verstopte iets achter zijn lichaam. Verdachte stapte in de auto van [slachtoffer] en zei dat hij de waarheid wilde weten. [slachtoffer] probeerde uit de auto te ontsnappen, maar gleed uit. Verdachte pakte haar vast aan haar haren en taserde haar in haar nek.
Verdachte duwde [slachtoffer] op de achterbank, sloeg/stompte haar meerdere keren en taserde haar nogmaals in haar hals. Verdachte maakte de handen van [slachtoffer] vast met een spanband en duwde haar op de achterbank. Vervolgens reed hij met [slachtoffer] op de achterbank rond. Op een afgelegen plek stopte verdachte. Verdachte bevroeg [slachtoffer], maar bij elk volgens hem onjuist antwoord sloeg/stompte en schopte verdachte haar. Hij maakte de benen van [slachtoffer] vast en maakte haar benen vast aan haar armen. Verdachte reed opnieuw naar een afgelegen plek.
Verdachte knipte de kleding van [slachtoffer] kapot met een schaar. Verdachte pakte haar vast, duwde haar op de achterbank en deed zijn beide handen om haar keel. Hij deed dit twee à drie keer. Het werd [slachtoffer] zwart voor haar ogen. Verdachte maakte haar benen toen los en verkrachtte haar. Vervolgens moest ze naakt met haar armen vastgebonden op een plastic zeil op de achterbank plaatsnemen. Verdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij RTV Oost ging halen en dat hij haar zou vermoorden. Verdachte reed met haar terug naar [plaats 3]. In [plaats 3] maakte verdachte haar handen los en gaf hij [slachtoffer] zijn trui. [slachtoffer] reed naar huis. [slachtoffer] werd in die toestand aangetroffen door haar dochter [naam 2]. Haar oudste dochter [naam 1] werd gebeld en toen zij thuis kwam en [slachtoffer] aantrof heeft zij de politie gebeld. [slachtoffer] werd met een ambulance vervoerd naar het ziekenhuis in Gronau. Er werden 22 afzonderlijke letsels geconstateerd. Het merendeel van die letsels betroffen bloeduitstortingen aan het gezicht, de hals en de bovenarmen. De bloeduitstortingen in het gezicht en op de ledematen zijn ontstaan door stomp uitwendig geweld. Het letsel in de hals is passend bij niet-fatale strangulatie.
3.3.2.1.3 De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank acht gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij [slachtoffer] haar keel heeft dichtgeknepen, haar tegen haar hoofd en het gezicht heeft geslagen en gestompt en haar met een stroomstootwapen in haar hals heeft getaserd.
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad, of hij met voorbedachte raad heeft gehandeld en of hij een begin met de uitvoering daarvan heeft gemaakt.
Opzet op de dood
De vraag of verdachte het opzet had om [slachtoffer] van het leven te beroven, beantwoordt de rechtbank op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden bevestigend.
De gedragingen van verdachte, vanaf het moment dat hij [slachtoffer] met het stroomstootwapen heeft verzwakt, te weten het herhaaldelijk tegen het hoofd slaan en stompen en het meerdere malen dichtknijpen van haar keel waardoor haar de adem wordt ontnomen en het haar zwart voor de ogen wordt, terwijl haar handen en voeten zijn vastgebonden zodat zij zich niet kan verweren, in combinatie met de uitlatingen van verdachte over het halen van RTV Oost en het willen vermoorden van [slachtoffer], leiden tot de conclusie dat deze gedragingen gericht waren op het bewerkstelligen van de dood van [slachtoffer] en dat verdachte met die intentie en dus met (vol) opzet op die dood handelde.
Aan die intentie doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat volgens het zich in het dossier bevindende rapport van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO de kans op overlijden aan het totaal aan letsel vrijwel nihil (ten minste 0,4%) is. De hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte hebben niet tot de dood van [slachtoffer] geleid (het is bij een poging gebleven), maar waren daar onmiskenbaar wel op gericht. De gedragingen zijn ook aan te merken als een begin van uitvoering door verdachte van dat voorgenomen doden van [slachtoffer].
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of van voorbedachte raad sprake was.
Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.
De rechtbank stelt in dat verband, deels als herhaling van wat hiervoor al is vastgesteld, de volgende redengevende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte heeft zijn plan minutieus voorbereid. Verdachte heeft [slachtoffer] onder valse voorwendselen een dag eerder al naar zijn auto gelokt die op een afgelegen plek geparkeerd stond tussen [plaats 2] en [plaats 1]. Verdachte maakte met [slachtoffer] de afspraak dat zij hem de volgende ochtend opnieuw bij zijn auto zou afzetten. Toen [slachtoffer] hem rond 8.30 uur afzette bij zijn auto rekte verdachte tijd door naar de kofferbak van zijn auto te lopen om iets op te halen. [slachtoffer] had voor haar werk een afspraak met een cliënt en zij kwam volgens haar leidinggevende altijd stipt op tijd.Verdachte liet haar een bericht sturen naar haar cliënt dat er iets tussen was gekomen en dat zij later contact op zou nemen.Daarna heeft verdachte haar werktelefoon uitgeschakeld en haar privételefoon in vliegtuigmodus gezet. Verdachte was voorbereid. Hij had onder andere een taser, touw, spanbanden, zeil, reinigingsdoekjes en ducttape meegenomen. Ook had hij een schaar meegenomen, waarmee hij de kleding van [slachtoffer] kapot heeft geknipt. Verdachte had die goederen niet alleen in zijn auto liggen, maar heeft deze goederen ook ingezet bij het toegepaste geweld op [slachtoffer]. Bij zijn fouillering had verdachte een stuk tape op zijn broek.Verdachte heeft [slachtoffer] getaserd, haar daarna meerdere keren geslagen en gestompt, waardoor zij zeer verzwakt was. Haar armen en benen waren vastgebonden met een spanband terwijl verdachte haar keel dichtkneep door beide handen om haar hals te doen en haar keel dicht te drukken tot het zwart voor haar ogen werd. Zij kon zich niet verweren.
Uit het geschetste tijdpad, de voorbereiding en alle handelingen die daarbij door verdachte zijn verricht leidt de rechtbank af dat er ruimschoots gelegenheid voor verdachte is geweest om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven en dat hij dus niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.
Integendeel, er is sprake geweest van een intensieve voorbereiding, waarbij verdachte de locatie van tevoren heeft verkend en [slachtoffer] onder valse voorwendselen naar [plaats 2] heeft gelokt. De afspraak om naar die afgelegen plek te rijden was een dag eerder al gemaakt. Dat duidt op een lange tijdspanne tussen verdachtes besluit en de uitvoering daarvan. Hij heeft ruimschoots de tijd gehad om na te denken en is op een berekenende wijze te werk gegaan. Hij heeft [slachtoffer] naar die locatie gebracht in de wetenschap wat er zou gebeuren. Ook het tijdstip in de ochtend is zorgvuldig door verdachte gekozen. De kinderen zouden dan op school zijn en [naam 1] op haar werk. Zij zouden hun moeder niet eerder missen dan na schooltijd. Verdachte heeft zich planmatig voorbereid door de telefoon van [slachtoffer] in vliegtuigmodus te zetten en haar armen en benen vast te binden met spanband, zodat zij geen hulp kon inschakelen of vluchten. Dat verdachte zijn voorgenomen daad niet heeft afgemaakt is geen contra-indicatie voor het aannemen van voorbedachte raad. Het besluit daartoe vond immers pas plaats na het plannen én verrichten van verschillende handelingen die op de dood van [slachtoffer] waren gericht.
Gelet hierop kan derhalve een bewezenverklaring volgen voor de onder 2 primair tenlastegelegde poging tot moord.