Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair(gewoonte)witwassen
subsidiairschuldwitwassen van geldbedragen van in totaal (ongeveer) € 44,5 miljoen en/of $ 5,8 miljoen in de periode van 19 april 2019 tot en met 18 november 2020;
- het medeplegen van (gewoonte) witwassen van aanzienlijke contante geldbedragen, en/of
- de handel in en/of het vervoeren van (grote) hoeveelheden verdovende middelen als bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet;
- op of omstreeks 26 november 2020, 65 (40 en 25) kilogram cocaïne, en/of
- op of omstreeks 1 januari 2021, 30 kilogram cocaïne, en/of
- op of omstreeks 26 januari 2021, 3 kilogram cocaïne, en/of
- in of omstreeks de maand(en) februari/maart 2021, 428, althans 402 kilogram cocaïne,
in elk geval telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet.
3.Het afdoeningsvoorstel
- de verdachte geen onderzoekswensen indient;
- de verdachte geen bewijsverweren voert;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen en de ten laste gelegde feiten op zitting niet ontkent;
- de verdachte aanwezig zal zijn bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 10 februari 2026;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- de verdachte ermee instemt dat een afschrift van deze overeenkomst (en van de eventuele bijlage(n)) aan het Centraal Justitieel Incassobureau wordt verstrekt;
- de verdachte een geldbedrag van € 500.000,- voorafgaand aan de zitting overdraagt aan de politie ter inbeslagname;
- de verdachte voor zover nodig aangeeft betalingsbereid te zijn, in staat te zijn tot betaling en geen draagkrachtverweer te zullen voeren, zowel voor zijn financiële verplichtingen voortvloeiende uit de strafzaak als uit de ontnemingszaak;
- de verdachte afziet van hoger beroep in geval de beslissing van de rechtbank overeenkomt met het voorgelegde afdoeningsvoorstel;
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten;
- het Openbaar Ministerie oplegging zal vorderen van de volgende straf: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en drie maanden en een geldboete ter hoogte van € 500.000,-, bij onvolledige of niet tijdige betaling te vervangen door 365 dagen vervangende hechtenis;
- het Openbaar Ministerie zich zal onthouden van vervolging ten aanzien van soortgelijke Opiumwet of witwasdelicten gepleegd in de tenlastegelegde periode;
- het Openbaar Ministerie zich zal onthouden van het instellen van een ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de tenlastegelegde feiten, indien de rechtbank overgaat tot het opleggen van de gevorderde geldboete;
- het Openbaar Ministerie zal afzien van hoger beroep in geval de beslissing van de rechtbank overeenkomt met het voorgelegde afdoeningsvoorstel.
4.De bewijsmotivering
op een ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 19 april 2019 tot en met 18 november 2020
te Amsterdam en/of Rotterdam en/of één of meer andere plaatsenin Nederland en/of in Turkije en/of elders,
(onder andere)[naam 1] en
/of[naam 2] en
/ofeen
of meerander
(e
)perso
(o
)n
(en),
- het medeplegen van (gewoonte)witwassen van
- de handel in en
een ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 19 april 2019 tot en met 18 november 2020,
te Amsterdam en/of Rotterdam en/of één of meer andere plaatsenin Nederland
en/of in Turkijeen
/of (elders
),
een of meeranderen,
althans alleen,
een ofmeerdere voorwerpen, te weten
een of meerderegeldbedrag
(en
)van in totaal
(ongeveer
)€ 44,5 miljoen en
/ofUS Dollar 5,8 miljoen,
althans een of meerdere (zeer) grote geldbedrag(en)
de werkelijke aard,de herkomst, de vindplaats
, de vervreemdingen
/ofde verplaatsing heeft verborgen en
/ofverhuld en
/ofheeft verborgen en
/ofverhuld wie de rechthebbende op voornoemd
(e
)voorwerp(en) was en
/ofheeft verborgen en
/ofverhuld wie voornoemd
(e
)voorwerp
(en
)voorhanden heeft gehad en
/of
verworven, voorhanden gehad,overgedragen
en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,
, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat
dat/die voorwerp
(en
)geheel of
was/waren uit enig
(eigen)misdrijf,
/ofzijn mededader
(s
)daarvan een gewoonte
heeft/hebben gemaakt;
op ofomstreeks 2 september 2020
te Breda, althansin Nederland, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,opzettelijk heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofvervoerd en
/ofopzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet;
een ofmeer
nader te noementijdstip
(pen
) in ofomstreeks de periode van
126 november 2020 tot en met 31 maart 2021
te Rotterdam en/of Bussum en/althans (elders)in Nederland
en/of in Turkije
en/of elders,
een of meeranderen,
althans alleen,
althans eenmaal,(telkens) heeft
geteeld en/ofbereid
en/of bewerkt
en/of verwerkt
en/of verkocht
en/of afgeleverd
en/of verstrekt
en/of vervoerden
/of (althans in elk geval/telkens)aanwezig heeft gehad
en/of (telkens) heeft vervaardigd, en wel:
- op ofomstreeks 26 november 2020, 65 (40 en 25) kilogram cocaïne, en
/of - op ofomstreeks 1 januari 2021, 30 kilogram cocaïne, en
/of - op ofomstreeks 26 januari 2021, 3 kilogram cocaïne, en
/of - in
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren en drie (3) maanden met aftrek van voorarrest;
- een geldboete ter hoogte van € 500.000,-, te vervangen door 365 dagen hechtenis.
- een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 3 (drie) maanden met aftrek van voorarrest;
- een geldboete ter hoogte van € 500.000,-.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
5(
vijf) jaren en 3 (drie) maanden;
een geldboete van € 500.000,- (zegge: vijfhonderdduizend euro);
0 (nul) dagen.