ECLI:NL:RBOVE:2026:1098
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel gebrekkige vaststelling arbeidsongeschiktheid door UWV
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft zijn arbeidsongeschiktheid per 2 december 2024 vastgesteld op minder dan 35%, waardoor hij geen uitkering ontvangt. Eiser stelt dat zijn psychische gezondheidssituatie verslechterd is en dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn klachten, mede doordat hij sinds mei 2024 geen adequate medische behandeling ontvangt.
De rechtbank constateert dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd, omdat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de feitelijke onmogelijkheid van eiser om medische informatie over de datum in geding te overleggen. De rechtbank wijst op het belang van een nadere expertise om de psychische problematiek van eiser te onderzoeken.
De rechtbank beveelt het UWV aan om binnen twaalf weken het gebrek te herstellen door middel van een nieuwe beoordeling op basis van een expertise en stelt een termijn van twee weken voor het UWV om te melden of het gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV een nieuwe expertise uit te voeren en de arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen.